KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Uitvoering sociale zekerheid

30 mrt 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 223ae06ce566a304 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

Minister Schouten: Ik doe even mijn best. Misschien gaat het nu beter? Ja. Die casussen zijn dus de afgelopen tijd wederom vanuit verschillende hoeken onder de aandacht gebracht. Dat gebeurde sowieso door de recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, maar ook door berichtgeving in de media en de Kamervragen die als gevolg daarvan zijn gesteld. Specifiek de heer Omtzigt heeft nog vorige week bij regeling van werkzaamheden om een brief gevraagd. Ik zeg allereerst ook dat het bij deze problematiek niet goed gegaan is. Ik wil dat ook echt benadrukken. Het feit dat die problematiek al zo lang bekend is en er al die tijd geen oplossing is gevonden, heeft ertoe geleid dat er gewoon huishoudens in de armoede terechtgekomen zijn. Dat trek ik mij enorm aan — dat wil ik hier ook echt wel benoemd hebben — en nog meer trek ik mij aan dat we dit dus de afgelopen zeven jaar niet hebben opgelost. Nadat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is gekomen, zijn wij gaan bekijken wat de oplossingsrichtingen zijn. Die zijn ook al vaker met de Kamer gedeeld. Diverse oplossingsrichtingen worden al een aantal jaren, ook laatst in 2021, bekeken. In die tijd werden die oplossingen telkens als onuitvoerbaar of niet-wenselijk geclassificeerd. Wij — dat zijn niet alleen collega Van Gennip en ik, maar ook de staatssecretaris Fiscaliteit en de staatssecretaris Toeslagen — hebben nu gezegd dat hiervoor linksom of rechtsom gewoon een oplossing moet komen. Dat is ook wat wij de afgelopen week in antwoord op de Kamervragen en in de brief hebben geformuleerd. Er is een aantal vragen gesteld over de oorzaken van de problematiek en wie daardoor geraakt wordt. Daar wil ik eerst op ingaan. Daarna wil ik ingaan op wat we de laatste jaren onderzocht hebben en tot slot op hoe we willen toewerken naar een oplossing voor deze mensen. Er wordt al een aantal vragen van uw leden in deze schets meegenomen. Let dus goed op of u uw vraag hoort en anders hoor ik dat wel terug. Daarna kom ik nog op een aantal specifieke vragen. Zoals gezegd, kan het gebeuren dat door de complexe samenloop van fiscaliteit, toeslagen en sociale zekerheid sommige alleenverdieners met een wat wij "loongerelateerde uitkering" noemen — ik noem het maar de UWV-uitkering, zoals de WW en de WIA — in een situatie komen waarin ze minder toeslag ontvangen dan een paar in de bijstand. Ik zou even in één zin willen uitleggen waardoor dat nou helemaal komt. Ik denk dat u daar zelf ook kennis van genomen heeft. Maar het feit dat ik niet in één zin kan uitleggen waardoor dat komt, geeft al aan hoeveel complexiteit hier omheen hangt. Maar daar hebben de mensen in het land helemaal geen boodschap aan, en terecht. Wij moeten dat vraagstuk oppakken. Het gevolg is dat een aantal regelingen tegen elkaar inwerken, waardoor deze mensen uiteindelijk onder het bestaansminimum terechtkomen. De zaak waarin de Centrale Raad van Beroep uitspraak deed, gaat specifiek over een alleenverdiener met een kleine UWV-uitkering en een partner die geen inkomen heeft. Ondanks dat UWV die uitkering aanvult via de Toeslagenwet — dat zeg ik ook eventjes in reactie wat de heer Omtzigt net voorstelde — komen deze mensen netto nog onder de bijstandsnorm voor paren uit. Dat komt omdat de Toeslagenwet tot het bruto-wml uitkeert. In de berekening van de toeslagen kom je daaronder uit. De gemeente vult daarom aan tot de netto-bijstandsnorm. We hebben met elkaar gezegd: dat is de ondergrens die we moeten hanteren. Maar die toevoeging van de bijstand leidt ertoe dat ze nóg minder toeslagen krijgen. Elke keer blijf je dus heen en weer gaan met de aanvulling, die vervolgens weer effect heeft op de hoogte van toeslagen, waardoor mensen uiteindelijk in hun portemonnee minder overhouden. De pijnlijke conclusie is dan dat die huishoudens minder te besteden hebben dan een vergelijkbaar paar met enkel een bijstandsuitkering, want die krijgen namelijk wel maximale toeslagen. Daar is het dus in gelegen. Onderzoek van de Belastingdienst heeft laten zien dat circa 5.700 huishoudens met een aanvullende bijstandsuitkering minder toeslag krijgen. Dat betreft zowel huishoudens bij wie de bijstandsuitkering de enige reden is dat ze niet de maximale toeslag ontvangen, als huishoudens die zonder die aanvulling ook al niet de maximale toeslag zouden ontvangen. Vervolgens kwamen wij er bij de beantwoording van de vragen van Omtzigt en anderen — ik geloof dat elf fracties hebben meegetekend — achter dat het ook kan voorkomen dat een huishouden met een netto-inkomen op of boven de bijstandsnorm voor paren, dat er dus niet onder zakt, weer vanwege het toeslagenprobleem minder te besteden heeft dan een paar met bijstand. Wij hebben een ruwe eerste inschatting gemaakt en denken dat het om ongeveer 4.500 huishoudens gaat. Dat zijn dus wederom mensen in alleenverdienende huishoudens met een uitkering voor bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid. Naar het volledige huidige inzicht speelt de problematiek nu dus bij in totaal, denken wij, zo'n 10.000 huishoudens. Wat die huishoudens bindt, is dat ze bij een laag netto-inkomen een relatief hoog bruto-inkomen hebben, hoger dan een bijstandspaar of een paar waarbij beide partners een inkomen hebben. Dat komt, kort gezegd, door de verschillen in het tempo waarop het recht op algemene heffingskorting wordt afgebouwd bij de overdraagbaarheid tussen de partners en bij de berekening van de bijstandshoogte. De overdraagbaarheid is dit jaar helemaal afgebouwd, dus die is er na dit jaar niet meer, maar voor de mensen in de bijstand nog wel. Daar komt dat verschil dus ook door. Deze problematiek speelt niet bij de werkenden zonder uitkering, omdat zij minder belasting betalen door bijvoorbeeld de arbeidskorting. De Nationale ombudsman kaartte in 2016 voor het eerst aan dat deze problematiek voorkwam bij ontvangers van een toeslag via de Toeslagenwet. In 2017, 2020 en 2021 hebben opeenvolgende kabinetten mogelijke oplossingsrichtingen in kaart gebracht. Uw Kamer is daar ook over geïnformeerd. Die oplossingsrichtingen zijn grofweg te verdelen in specifiek op de doelgroep gerichte oplossingen, of in fundamentele aanpassingen aan de stelsels van fiscaliteit of sociale zekerheid. De afgelopen zeven jaar is de wens geweest om steeds zicht te krijgen op mogelijke oplossingen die aansluiten bij de doelgroep. Maar de wens om zo gericht en nauwkeurig mogelijk te werk te gaan, zorgt juist weer voor nieuwe complexiteit. Dat was elke keer weer de "loop" waarin men bleef zitten. Hierdoor bleek steeds geen oplossingsrichting te vinden te zijn. De opties bleken de problematiek niet afdoende op te lossen, leidden tot forse negatieve inkomenseffecten voor onder anderen alle ontvangers van een bijstandsuitkering, hadden zeer grote financiële consequenties en nadelige effecten voor het arbeidsaanbod of bleken zó complex voor de betrokken uitvoeringsorganisaties dat die er niet meer uit kwamen. Zoals gezegd, dit is gewoon niet goed geweest. Ondanks al deze vragen, hadden we, denk ik, gewoon moeten doorgaan om te bekijken wat er, met alle gebreken, toch nog wel mogelijk was geweest. Ik wil hier nog wel schetsen dat dit nog steeds een vraag is bij elke oplossing die we schetsen. Dat gaat zo meteen ook weer een afweging kosten over wat ertegenover staat. Zoals gezegd gaan we die mogelijke oplossingsrichtingen nog een keer goed en grondig tegen het licht houden. De uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep kent voor de aanvrager een compensatie toe voor gemiste toeslagen in het verleden. De Centrale Raad heeft bepaald dat de gemeente Arnhem de fiscale gevolgen van de verstrekte compensatie voor haar rekening moet nemen, zodat het toetsingsinkomen van de ontvanger gelijk blijft. Dit gaat dus, even heel specifiek, om een huishouden waarbij sprake is van een aanvullende bijstandsuitkering. Die bijstandsuitkering heeft tot gevolg dat er minder recht is op toeslagen. Wij bekijken nu of in ieder geval de aanvullende bijstand die huishoudens krijgen, er niet weer toe leidt dat toeslagen omlaaggaan. Dat noem ik maar "stap één". Dat kun je doen door van die aanvulling een eindheffingsbestanddeel te maken. Je moet het dus als eindheffing in de fiscaliteit brengen. Dat bekijken we op dit moment, en ook of we dat dan via de algemene of bijzondere bijstand doen. Even heel specifiek: de bijzondere bijstand is bedoeld voor situaties waarin mensen eenmalige kosten hebben of waarin zich een heel bijzondere situatie voordoet. Dit gaat om een situatie die mogelijk langer duurt. Met de huidige wetgeving is dat wel problematisch, want die moet je dan ook weer gaan aanpassen. Dit zei ik even om een gevoel te krijgen bij hoe we denken dat te kunnen aanpakken. Er zijn ook huishoudens bij wie de aanvullende bijstand niet of slechts een deel van het probleem is. Voor die groep moeten we dus naar andere oplossingen kijken. Daarom verkennen we nu ook of er maatwerkroutes te vinden zijn via bijvoorbeeld de Dienst Toeslagen of de gemeente, om deze huishoudens te bereiken en ervoor te zorgen dat deze huishoudens ook nog hogere toeslagen ontvangen, zodat ze dus niet slechter af zijn dan een paar in de bijstand. De oplossingen vragen doorgaans aanpassing van wet- en regelgeving, en natuurlijk ook een uitvoeringstoets. Ik wil niet dat we weer iets gaan creëren wat vervolgens ook weer een ander probleem oplevert. De uitvoerders kunnen dat vaak goed zien. Ik wil er wel eerlijk in zijn dat die routes in het verleden als niet-uitvoerbaar zijn beoordeeld, of als niet-passend in de geest van de regeling. Ik kan dus niet zomaar even één knopje indrukken. Daar noem ik ook alle collega's in het kabinet bij die hiermee bezig zijn. Maar nogmaals, dat vind ik geen excuus. Ik voel dan ook echt wel de grote opdracht om die huishoudens in beeld te brengen, juist in nauwe samenwerking met gemeenten, uitvoerders en bijvoorbeeld de sociaal raadslieden, die de concrete casussen zien langskomen. Zo kunnen we ze helpen. En ja, daar heb ik ook uw hulp bij nodig, zeg ik maar eerlijk. Het zal er soms misschien toe leiden dat we wet- en regelgeving snel moeten aanpassen. Als u nog suggesties heeft voor iets wat wij nog niet hebben bedacht, sta ik daar ook absoluut voor open. Ik ga zo nog even specifiek in op de vragen van de heer Omtzigt. De wil is er aan onze kant, maar ik ben ook blij om te horen dat de wil er is aan de kant van de Kamer. Wij komen voor juni terug met een uitgebreidere stand van zaken. Voorzitter, staat u het mij toe om nog even één opmerking te maken voor de interrupties. Ik wil één ding rechtzetten, waar ik schriftelijk ook op terugkom. Wij hebben deze week in de beantwoording van de Kamervragen-Omtzigt allemaal cijfervoorbeelden gegeven. Daarin is de huurtoeslag voor de verschillende huishoudens niet goed berekend. Ik vind het buitengewoon spijtig dat dit niet is gelukt, maar dat was gewoon echt een foutje van onze kant. Ik hoop dat u erkent dat wij soms ook fouten kunnen maken; ik maak die zelf elke dag. In alle voorbeelden zonder kinderen is er bijvoorbeeld met €350 te veel huurtoeslag gerekend. Bij de huishoudens met kinderen is voor het paar met een bijstandsuitkering met €170 te veel huurtoeslag gerekend. Ik ga ook schriftelijk aan u melden hoe de goede tabellen eruitzien, zodat u dat ook zelf kunt zien. Dat doe ik heel snel. Op zich doet het niets af aan de conclusie die we in de Kamervragen hebben getrokken. We hebben kunnen zien dat er een groot verschil ontstaat tussen mensen met een loongerelateerde uitkering en een paar in de bijstand. Dat verschil blijft bestaan. Ik zal u de goede cijfers zo snel mogelijk doen toekomen, met excuses.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.