Initiatiefnota van de leden Omtzigt en Idsinga over realistisch ramen
Initiatiefnota van de leden Omtzigt en Idsinga over realistisch ramen
statement · 31 mrt 2025 · Tweede Kamer
De heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter. Dan nog één punt over die infrastructurele projecten. De stelling die ik hier poneer, is dus dat de coalitie het gewoon niet belangrijk genoeg vond. Wel mooie woorden over zeventien gepauzeerde projecten, de Lelylijn en de Nedersaksenlijn in het hoofdlijnenakkoord schrijven, maar er €0 voor uittrekken: dat is in mijn ogen gewoon een slechte politieke keuze. Dat is slecht voor Nederland. Dat ligt niet aan zogenaamd slechte ramingen, maar aan slechte prioriteiten. Dat is eigenlijk de hoofdboodschap die ik heb. Ik vind dus we dit debat over ramingen niet te veel moeten gebruiken om te zeggen: doordat we het allemaal zo slecht hebben gezien, hebben we sommige dingen niet kunnen doen. Dat vind ik gewoon echt, echt ... Dat is een kwestie van prioritering. Voorzitter. Dan een ander punt, namelijk de onderuitputting. Laten we wel wezen: dat is naast de inmiddels gefikste vpb-raming de belangrijkste reden voor de afwijking in de ramingen. Dan moeten we toch concluderen dat het geen technisch ramingsprobleem maar politiek wensdenken is. Of misschien moet ik het anders zeggen. De politieke conjunctuur en de economische conjunctuur lopen zelden gelijk. Dat is toch een factor bij de formaties. Hier speelt ervaring wél een rol, meneer Flach. Ook is er het feit dat de incidentele intensiveringen vaak in de dan aankomende kabinetsperiode worden geplaatst, terwijl het helemaal niet realistisch is dat het geld dan ook kan worden weggezet. Ook in het hoofdlijnenakkoord zag ik weer van dat soort niet zo realistische kasritmes opduiken. Neem bijvoorbeeld de cumulatieve 5 miljard voor woningbouw: bam, meteen in het eerste jaar 1 miljard. Er is niet eens iets wat lijkt op een ingroeipad. Hetzelfde geldt voor de 2,5 miljard euro voor infrastructuur bij woningbouw: hup, bam, in het eerste jaar gelijk 500 miljoen. Met zulke onrealistische reeksen creëer je je eigen onderuitputting. Dat is ook mijn vraag aan de indieners. Als je je reeksen bij een formatie op die manier in je, in dit geval, hoofdlijnenakkoord zet, dan weet je bij voorbaat al welke onderuitputting je kunt opschrijven. Die bewustheid mis ik wel een beetje in deze frontale aanval op de ramingssystematiek en op de werkwijze van een aantal van onze instituties. Dat zorgt bij mij toch voor een wat ongemakkelijk gevoel. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister hierop. Voorzitter. Verder lees ik dat de Kamer geen detectivebureau is. Dat vind ik leuk gevonden. Maar alle gekheid op een stokje: de indieners zeggen eigenlijk dat doordat de regering met kasschuiven middelen verschuift tussen begrotingsjaren, om zo realistischer kasritmes in de begroting te hebben, de Kamer het spoor bijster raakt. Dat verbaast me toch wel enigszins. Die mutaties staan toch gewoon keurig in de verschillende eerste, tweede en incidentele suppletoire begrotingen? Ik meen dat ook NSC daar meestentijds gewoon voorstemt. Kunnen de indieners misschien toelichten waar ze dan precies het spoor bijster zijn geraakt? Misschien kan de minister toezeggen dat hij voortaan een overzichtstabelletje meestuurt met de witte stukken. Dan hebben we dat voorgestelde bureau begroting en verantwoording wellicht ook niet meer nodig. Voorzitter. Dan nog een paar korte, gerichte vragen aan de indieners. De indieners willen de eindejaarsmarge, thans 1%, verhogen en die relateren aan de gemiddelde onderuitputting op een begroting. Ik heb daar eens over na zitten denken en snap niet goed wat de indieners er precies mee willen bereiken. Als de onderuitputting omhooggaat, gaat in hun voorstel ook de eindejaarsmarge omhoog, maar daarmee ook weer de onderuitputting. Dan creëer je toch een oneindige feedbackloop van toenemende onderuitputting? Ik nodig de indieners graag uit om hun plan te verduidelijken. Ik ben ook benieuwd hoe de minister dit ziet. In beslispunt 4 stellen de indieners een week- of maandrapportage van de overheidsinkomsten voor — het viel me nog mee dat het niet per dag werd gevraagd. Mijn vraag aan hen en aan de minister is of dat beeld dan niet gigantisch verstoord wordt door allerlei seizoenseffecten. Mijn vrees is dus dat je er uiteindelijk niet zo veel aan hebt. Kan de minister iets meer vertellen over dit soort seizoenseffecten en de planning bij bijvoorbeeld vennootschapsbelastingbetalingen? Ik kan me namelijk zo voorstellen dat dit het ramen van inkomsten best complex maakt. Voorzitter. De discussie over realistisch ramen is niet nieuw. In de voorbereiding kwam ik bijvoorbeeld de motie-Bruins op stuk nr. 7 (34845) uit 2017 tegen, over het realistische ramen van niet-belastingontvangsten. Die werden toen steeds te laag ingeschat, om maar eens te citeren uit eigen geschreven werk, toen nog als beleidsmedewerker. Het is goed dat we op gezette tijden een politieke impuls geven aan de praktijk van realistisch ramen. Als zodanig waardeer ik de initiatiefnota positief. Bij de ondertoon van de nota voelde ik me minder thuis. Daarom gebruik ik deze bijdrage nog maar eens om mijn vertrouwen in onze voor de ramingen relevante instituties uit te spreken: het onafhankelijke CPB, het ministerie van Financiën en de Auditdienst Rijk. In die motie-Bruins wordt overigens ook het belang van behoedzaam ramen en begroten genoemd, iets waar het vandaag nog niet echt over is gegaan. Behoedzaam begrotingsbeleid was oorspronkelijk onderdeel van het trendmatig begrotingsbeleid zoals ingezet door minister Zalm vanaf 1994. Dat betekende grofweg dat in het begrotingsbeleid werd gerekend met een kwart procent minder economische groei dan geraamd. We hebben dat losgelaten in 2007, bij het aantreden van het kabinet-Balkenende IV. Vanaf dat moment begroten we realistisch. Als dat in de praktijk behoedzaam is, omdat we vaker positief uitkomen dan de ramingen, vind ik dat misschien nog niet zo slecht. Als we erin slagen om daadwerkelijk gemiddeld met een verschil van 0% te ramen, moeten we dan niet terug naar het aloude behoedzame begrotingsbeleid? Hoe kijken de initiatiefnemers en de minister hier eigenlijk tegen aan? Tot zover mijn bijdrage in eerste termijn.
Versie 2b57c37f5a38b4352f48b19e2d690dc85a8f5151dc08cb561c51aee52cc68361 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Initiatiefnota van de leden Omtzigt en Idsinga over realistisch ramen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.