Maatschappelijke diensttijd
Brontekst
Versie 1a41e37a8cb07569 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenDe heer Drost (ChristenUnie): Dank u wel, voorzitter. Iets doen voor de ander, omzien naar elkaar en kennismaken met de samenleving. Met die simpele gedachte bestaat de maatschappelijke diensttijd. Jongeren zetten een deel van hun tijd apart om hun talenten te ontwikkelen, nieuwe mensen te ontmoeten en iets te doen voor de samenleving. We hopen dat ze daarin op die manier hun plek vinden, misschien wel voor de rest van hun leven, in verbinding met de ander, zodat we met elkaar de zorgzame gemeenschap worden die we graag willen zijn. Dit is voor de ChristenUnie bij uitstek het model waarmee wij willen bouwen aan de samenleving in ons land: niet door een sturende generieke moraal vanuit Den Haag en ook niet door individuen volledig terug te werpen op zichzelf, maar door mensen elkaar te laten ontmoeten. Het gaat erom dat jongeren zich inzetten voor de ander en de ander echt zien. Voor de ChristenUnie is de vraag dus vooral: hoe kunnen we de maatschappelijke diensttijd verder verstevigen en versterken? Want als we de rapportage over 2022 lezen, zien we dat de maatschappelijke diensttijd een daverend succes is. Streefgetallen worden ruimschoots gehaald. Tienduizenden jongeren nemen eraan deel en zij waarderen hun maatschappelijke diensttijd boven verwachting. Het is goed om te lezen dat de minister ook op die lijn zit. Dat begrijp ik althans uit de brief. Ik heb een aantal vragen. De huidige systematiek van subsidierondes heeft in zich dat maatschappelijke organisaties in plaats van samen te werken soms concurrenten van elkaar zijn bij het binnenhalen van jongeren. Ziet de minister dat ook? En op welke manier wil ze dit zo veel mogelijk zien te voorkomen? Dit komt specifiek tot uiting in een van de huidige rondes, ronde 5a. Deze subsidie kent een resultaatverplichting. Wil een organisatie geld krijgen, dan moeten jongeren het traject volledig afronden. Ik snap dat het belangrijk is dat geld goed terechtkomt, maar dit draagt ook bij aan de eerdergenoemde concurrentie en de druk die op de organisatie en op jongeren wordt gelegd om een traject af te ronden. Bij de ronde van 2023 krijgen organisaties het bedrag als 85% van de jongeren het traject volledig afrondt. Is de minister bereid om die laatste regel ook met terugwerkende kracht te laten gelden voor de nog lopende ronde 5a? Dat geeft organisaties en jongeren iets meer lucht. Een ander punt. Het salaris van de medewerkers die vallen onder de cao Sociaal Werk, is het afgelopen jaar gestegen. Dat is meer dan terecht, gezien de enorme inflatie in het afgelopen jaar. De subsidie is echter gelijk gebleven. Maatschappelijke organisaties maken zich soms zorgen daarover. Kan de minister toezeggen in gesprek te gaan met de deelnemende maatschappelijke organisaties om te bezien of tegemoet gekomen kan worden aan de stijgende loonkosten? Mdt is er voor elke jongere. De ene jongere is makkelijker te bereiken dan de andere. Dat gebeurt, zo is mijn beeld, met wisselend succes. Kan de minister schetsen wat momenteel wordt gedaan om juist die laatste groep te bereiken? Misschien betreft dat ook meer kwetsbare jongeren. Wil zij zich daar meer voor inzetten en, zo ja, op welke manier dan? Voorzitter. Ik hoop dat mdt in de toekomst een nog vastere plaats krijgt binnen onderwijs en beleid, en binnen het onderwijs een plek krijgt bij loopbaanoriëntatie en bij burgerschap. Ik hoop dat gemeenten die organisatie weten te vinden om jongeren weer op de rit te krijgen. Blijven investeren en een lokale inbedding van mdt zijn daarbij cruciaal. Ook de zekerheid van een langdurige samenwerking is voor organisaties van groot belang. Mdt-organisaties zijn echter voor hun organisatie afhankelijk van subsidierondes. Hoe kijkt de minister in dit licht naar die systematiek? Hoe kan de minister bijdragen aan langdurige en bestendige samenwerkingen? Kan de minister daarnaast schetsen hoe binnen de rijksoverheid de unieke functie van mdt wordt benut? Wordt bijvoorbeeld weleens rijksbreed met ambtenaren van Onderwijs, BZK en VWS aan tafel gezeten om na te gaan hoe mdt nog beter kan worden ingezet? Ik zou het heel goed vinden als zoiets op een structurele basis zou plaatsvinden. Voorzitter. Ik heb volgens mij nog wat tijd. Ik reageer daarom op de discussie van zojuist over de onderuitputting. Ik zie twee facetten die daarbij een rol kunnen spelen. Die wil ik natuurlijk graag aan de minister voorleggen. Punt één is de coronaperiode. Ik kan mij zomaar voorstellen dat de onderuitputting van het budget daarmee te maken heeft. En het tweede: een organisatie die begint met het inrichten van een MDT-traject, heeft gewoon een ingroeimodel nodig. Je kunt niet in het eerste jaar het volledige bedrag uitgeven. Is dat niet ook iets waar we met elkaar aan zullen moeten wennen? Is die onderuitputting niet ook in die zin te verklaren? Ik hoor het graag. Ten slotte dank ik iedereen die hier op de publieke tribune zit en iedereen die elders meekijkt voor de aanwezigheid.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.