Uitspraak · 7 mrt 2024 · Tweede Kamer
Kansspelen
Brontekst
Minister Weerwind: Ik denk dat dat haakje door de Ksa is opgepakt. Door bijvoorbeeld die grens van €700 te stellen bij de aanbieder, moet de aanbieder in de benen komen. Daaruit blijkt al dat de Ksa niet stil is gaan staan, maar dat er wel degelijk, met een norm, van de aanbieder gevraagd wordt om door te pakken en niet stil te staan. Maar voordat wij hierover nu een hele technisch-operationele discussie gaan voeren: wellicht moeten we hierover even doorpraten, zodat ik u preciezer begrijp. Ik denk met u mee, mevrouw Bikker, zeg ik via de voorzitter. Er is mij ook gevraagd naar het volgende zorgpunt. De regeling gaat gelijk op met de evaluatie van de Wet Koa. Kan dat? Ja, dat kan in mijn optiek. Ik heb al aangegeven dat ik vooruitlopend op de evaluatie maatregelen neem om spelers te beschermen. U vraagt dat ook van mij. Wij moeten die evaluatie gewoon doen. Ik monitor de regeling en de effectiviteit ervan continu en ze bijten elkaar niet. Van mevrouw Veltman-Kamp van de VVD kwam de vraag of ik alle partijen consulteer. Ja, dat doe ik. Het klinkt bizar zoals ik hier zit, maar ik ben minister voor Rechtsbescherming, dus er wordt van mij verwacht dat ik kijk naar consumenten, dus spelers, maar ook naar bedrijven. Ik moet breed kijken, dus ik voer dat gesprek ook breed. Wij willen ook de lobbyvragen beantwoorden die eerder zijn ingediend; ik dacht door de heer Van Nispen en mevrouw Bikker. Ik kom daar later op, want het zijn er duizenden en het is een hele klus om daardoorheen te komen met 6 fte. Ik heb me niet gehouden aan de afspraak om daar vóór dit debat mee te komen, want het lukt doodeenvoudig niet. We hebben daar ongelofelijk veel werk aan. Ik wil die vraag dus beantwoorden, juist om aan te geven: ja, ik praat met ondernemingen maar ik ben wel degelijk doordrongen van de problematiek en van de noodzaak om mijn consumenten, de Nederlanders, te beschermen in dezen. Het is en-en bij mij. Tot zover het speelgedrag. Ik ga naar het volgende kopje. Ik ga naar verslavingspreventie. Er is een relatie tussen gokverslaving en suïcide. Er zijn geen data beschikbaar over deze relatie specifiek voor Nederland, zo zeg ik tegen de heer Boswijk. Ik dacht dat hij ernaar vroeg. Resultaten uit literatuuronderzoek in het buitenland zijn zeer zorgelijk. Dat deel ik met u, want ik heb de indruk dat dat uw bron is. Suïcidaliteit heeft vaak niet één oorzaak; het is een wisselwerking tussen verschillende risicofactoren zoals schuldenproblematiek, eenzaamheid, trauma's et cetera. Het is daarom belangrijk dat er aandacht is voor mogelijke signalen van suïcidaliteit in de brede omgeving rondom de speler. Ik vind het daarnaast van belang om te kijken of het mogelijk is om meer zicht te krijgen op de situatie in Nederland wat betreft aantallen en de relatie tussen risicovol speelgedrag en suïcide. Ik wil dit ook meenemen in de monitoronderzoeken die de komende tijd gaan plaatsvinden. Dat zeg ik u toe. Krijg ik daar concrete resultaten uit, facts and figures, dan ga ik die met u delen. Dat geeft ons inzicht en dan kunnen we aan de hand van facts and figures een goede discussie voeren. De heer Boswijk stelde mij ook de vraag of ik de zorgplicht zou moeten willen aanscherpen. De zorgplicht is wettelijk bij de kansspelaanbieders gelegd, omdat zij het speelgedrag van spelers goed kunnen volgen en daarmee risicovol speelgedrag vroeg detecteren. Aanbieders zijn verplicht om advies van verslavings- en ervaringsdeskundigen erbij te betrekken. De Kansspelautoriteit houdt toezicht op de invulling van de zorgplicht en heeft onderzoek naar de invulling gedaan. Ik heb net al aangegeven wat daarvan de resultaten zijn. Vandaar die aanscherping, zoals ook al gemeld over de inwerkingtreding. Zijn de aanbieders de juiste partij om de zorgplicht bij neer te leggen? Dat is een terechte vraag. Ik vind het niet wenselijk als aanbieders geen zorgplicht meer hebben; dat is mijn stellingname. Kansspelaanbieders hebben een zeer belangrijke rol bij de vroegsignalering. Zij kunnen immers het speelgedrag van spelers goed volgen en daarmee risicovol speelgedrag vroeg detecteren. Ik sprak net over de wettelijke zorgplicht voor de aanbieders. Die verankert ook deze verantwoordelijkheid in die zin dat zij erop aangesproken kunnen worden en dit integraal onderdeel van hun bedrijfsvoering moet zijn. Maar ik concludeer met de Kansspelautoriteit dat de voorschriften voor de aanbieders over hun zorgplicht veel scherper moeten worden gesteld. Dat is waar de Ksa en ik — de heer Eerdmans sprak eerder over kaders — de kaders rondom de zorgplicht hebben aangescherpt aan de hand van de regels die nu in consultatie voorliggen. Ja, ik kijk daarbij naar het buitenland. Ik kijk continu naar het buitenland, niet alleen naar Nederland. Ik zie wat er gebeurt, bijvoorbeeld in Denemarken. Ook de Kansspelautoriteit beperkt zich niet tot de Nederlandse grens, maar kijkt breder. Cruks is een paar keer genoemd. Ik besef donders goed dat in januari 2024 ruim 60.000, bijna 61.000 personen in Cruks staan. Daarvan zijn 60 mensen onvrijwillig in Cruks opgenomen, dus op verzoek van anderen. Cruks helpt mensen om zichzelf te beschermen. Verslaafden kennen zwakke momenten, en door Cruks kunnen ze dan niet inloggen bij een onlineaanbieder en niet naar binnen bij een casino. Dat helpt ze om van hun verslaving af te komen. Daarnaast kan je door je omgeving gedwongen in Cruks gezet worden, bijvoorbeeld door een bewindvoerder. Hoe voorkomt u dat illegale buitenlandse aanbieders de Cruks-blokkade omzeilen? Zo'n illegale aanbieder is niet aangesloten op Cruks. Het aanbieden van illegaal aanbod is juist daarom een van de belangrijke prioriteiten, speerpunten zo u wilt, van de Kansspelautoriteit. In de prioritering van die aanpak wordt ook meegenomen in hoeverre illegale aanbieders inzetten op kwetsbare mensen en groepen, zoals mensen die in Cruks staan. Het anonimiteitsbeginsel bij Cruks. De vraag van de heer Boswijk was: laat dat los zodat aanbieders kunnen ingrijpen wanneer spelers zich melden bij afloop van hun inschrijfperiode in Cruks. Hier kan ik mij in vinden. Ik kan mij erin vinden dat het goed zou zijn als aanbieders weten of iemand terugkeert na een uitsluitingsperiode. Ik teken daarbij aan dat bij het vormgeven van Cruks nadrukkelijk ook is gekeken naar de privacy van spelers. Het gaat om persoonsgegevens. Daarom moeten de identificerende gegevens na afloop van de uitsluitingsperiode worden verwijderd uit het deel van het register dat aanbieders kunnen raadplegen. Een wijziging van dit principe betekent dus iets voor de privacy van de spelers en de inrichting van Cruks. U mag best weten dat ik aan het zoeken ben hoe ik op een verantwoorde wijze hiermee kan omgaan. Ik vind dit nou net een onderwerp dat we eventueel moeten willen meenemen in de evaluatie en de wetswijziging die daarna zou kunnen volgen, maar dat ligt ook bij de Kamer. Het is tenslotte een wet van ons allen, niet alleen van de regering, maar ook van de Kamer.
Versie 9fda278f26a3b04a96eede07f3d4bc5da6e1da9347a035dd90618fbdfd39c8d8 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.