Nationaal Strategisch Plan (NSP)
Brontekst
Versie 9ef2385fee48db0a · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenDe heer Grinwis (ChristenUnie): Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me natuurlijk volgaarne aan bij het slotwoord van de SGP. Voorzitter. Dat wat je aandacht geeft, groeit. Voor dit debat kunnen we dat mooie gezegde aanpassen naar "dat waar je geld aan uitgeeft, bloeit". Het gaat vandaag bij de bespreking van het NSP, het Nationaal Strategisch Plan, namelijk om wat we willen laten groeien en bloeien: gezond voedsel, een gezonde planeet en vooral ook gezonde boeren op een leefbaar platteland. Laat ik maar met de deur in huis vallen: de circa 800 miljoen euro die met dit NSP gemoeid is, is daarvoor niet genoeg. Maar dit jaarlijkse bedrag is wel een belangrijke hefboom. Als we cofinanciering als eis blijven stellen bij pijler 2, geeft dat ook wat ontspanning in de beladen procentuele-overhevelingsdiscussie. Graag een reactie van de minister op dit cofinancieringspunt. Dat sluit ook gelijk aan bij een aanbeveling van het WUR-rapport dat vanmiddag al verschillende keren langskwam. Ik wil eerst even een stapje terug. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid is een van de oerbeleidsterreinen van de Europese Unie. Dit beleid werd niet lang na de Tweede Wereldoorlog in het leven geroepen, met als doel het creëren van genoeg voedsel tegen redelijke prijzen voor de consument en een redelijk inkomen voor de producent, de boer. De eerste twee doelen hebben we ruimschoots gerealiseerd. Het laatste doel, een redelijk inkomen voor de boer, helaas te weinig. Het gekke is dat we het lijken te accepteren als zorg, energie en wonen ieder jaar iets duurder worden, en het tegelijkertijd normaal vinden dat we ieder jaar relatief iets minder uitgeven aan ons voedselpakket. Schatten we ons voedsel wel voldoende op waarde, en draagt dit NSP eraan bij dat we dat beter gaan doen? Ik heb een procedurele vraag. Op 1 september 2022 keurt Brussel de nationale plannen goed, vier maanden voordat het nieuwe GLB van start gaat. Dat is toch te laat, minister? Dan staat je teeltplan voor het komende jaar toch al vast, en heb je al veel pootgoed en zaaizaad et cetera ingekocht? Hoe zorgen we ervoor dat boeren sneller duidelijkheid en zekerheid krijgen, en het liefst voor de langere termijn? Voordat ik verder op dat NSP zelf inga, heb ik nog even drie vragen. Kunnen boeren straks zelf nog die hectarepremie aanvragen, of vereist dat jarenlange studie, of anders gezegd: een dure adviseur? Met andere woorden: hoe maken we het qua aanvragen en applicaties zo boervriendelijk mogelijk? Komt er een toegankelijk loket? Is daar in de gedane pilot ook aandacht voor geweest? En hoe zorgen we ervoor dat de KPI's, kritische prestatie-indicatoren, uit bijvoorbeeld het Deltaplan Biodiversiteit, voor wat betreft kruidenrijk grasland dezelfde zijn als die in de ecoregeling voor kruidenrijk grasland? Dit zodat we boeren niet hoorndol draaien bij het aanvragen van toeslagen, die sowieso eigenlijk veel te versnipperd zijn en blijven. Meer overkoepeld — het gaat vandaag immers veel over geld uit de eerste pijler, wel of niet naar de tweede pijler — stel ik de volgende vraag. Hoe zorgen we er met elkaar voor dat boeren überhaupt nog een hectarepremie gaan aanvragen, in plaats van bij voorbaat denken: aan mijn lijf geen polonaise, ze bekijken het maar met die conditionaliteit? Dat brengt me dus gelijk bij dat thema conditionaliteit. Hectaretoeslagen waren ooit bedoeld als directe steun ter vervanging van het beschermende markt- en prijsbeleid, omdat het gemeenschappelijk landbouwbeleid begin deze eeuw zo nodig neoliberaal moest worden. Maar de ChristenUnie snapt dat de tijd is voortgeschreden en dat er nu voorwaarden aan moeten worden gekoppeld. De uitdaging daarbij is wel: staan de voorwaarden in verhouding tot de hoogte van de premie? En dan zitten we weer in het hart van die overhevelingsdiscussie. Tegelijk merk ik op dat de minister hierop anticipeert. Klopt mijn beeld dat bij de vormgeving van het zevende actieprogramma Nitraat al zo goed mogelijk aansluiting is gezocht bij de conditionaliteitseisen uit het vernieuwde gemeenschappelijk landbouwbeleid? Neem bijvoorbeeld die bufferstroken, pièce de résistance in het actieprogramma. Dat zegt: 2 meter en max. 5% van je perceel. GLMC 4 zegt: 3 meter. Betekent dat voor Nederland als waterrijk land dat wij 2 meter en 5% mogen gaan hanteren als invulling van GLMC 4, of moeten we uiteindelijk ook nog die stap zetten naar de 3 meter? En als dat zo is, dan verliezen we natuurlijk wel best veel areaal, volgens de WUR bijna 56.000 hectare, oftewel 3,5% van de 1,8 miljoen hectare die we hebben. Overigens is dat gelijk ook wel een punt als reactie op de heer Thijssen, namelijk dat het niet allemaal los zand lijkt te zijn, maar dat er wel een satéprikker in al die stukken zit. Ik ben het wel met hem eens dat we dat het liefst in samenhang moeten bespreken. De ecoregelingen. Nog meer dan voor de conditionaliteit geldt dit voor de beloning voor ecoregelingen. Die moeten echt een beloning zijn. Natuurlijk moeten ze ook goed aansluiten bij agrarisch natuurbeheer, bijvoorbeeld door collectieven, en bij gebiedsgericht werken, wat weer onder pijler 2 valt. Niet-productief areaal als heggetjes en andere landschapselementen moet stimulerend vergoed worden, dus geen kale onkostenvergoeding. Mijn vraag is of de minister daartoe bereid is en hoe we hier in de praktijk voor gaan zorgen. De jonge boeren. Hoe kijkt de minister eigenlijk naar vestigingssteun in plaats van de huidige JoLa-regeling voor jonge boeren? Tot slot, voorzitter. Bij de discussie over het NSP lijkt het er soms op dat moet worden gekozen tussen landbouw en natuur. Veel natuur heeft echter baat bij landbouw en sommige soorten zijn zelfs afhankelijk van landbouw. Er moet daarom meer ruimte komen voor landbouw en natuurhybrides als voedselbossen en initiatieven als GraanGeluk. Ik noemde ze al in een vorig debat. Hoe denkt de minister over het inpassen van deze vormen van landbouw in een subsidiestelsel natuur en landschap, bijvoorbeeld als specifiek agrarisch leefgebied binnen het ANLb? En hieraan gekoppeld: hoe stimuleert de minister agrarische collectieven met dit NSP, juist ook met het oog op draagvlak onder boeren, borging, coördinatie, ondersteuning in de praktijk voor boeren bij het aanvragen en ook die langetermijnzekerheid die zo gewenst is? Tot zover.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.