← OnderzoekenBrontekst
Mevrouw Maatoug (GroenLinks-PvdA): Voorzitter. Voordat ik begin: het is leuk om iedereen te zien. Het is fijn dat de bewindspersonen er zijn. Ik kijk even naar de collega's: wat hebben wij veel met elkaar in zaaltjes gezeten, maar ik vind het toch weer fijn om jullie allemaal te zien. Ik raad iedereen die thuis naar dit debat kijkt aan om die geweldige wetgevingsoverleggen terug te kijken. Die zijn echt de moeite waard.
Voorzitter. Vanochtend stonden ze weer op en gingen ze aan de slag: de vuilnisman en -vrouw, de schoonmaker, de juf, de meester, de politieagent, de kaasboer, de olijvenboer op de markt, de kassamedewerker in de supermarkt en de verzorgende in het verzorgingstehuis. Ze stapten op de fiets of in de auto, of gingen met de trein. Koffie of thee op en gaan, het land draaiende houden. Het zijn de mensen die niet hard gillen, de mensen die niet verslaafd zijn aan capslock op Twitter en de mensen die wij hier soms te weinig horen. Ik heb het over de werkende Nederlander. Die woont in het hele land: Heerlen, Rotterdam, Oude Pekela, Deventer, Den Haag, Oldenzaal en Vlissingen. De een is voetbalfan, de ander houdt van wandelen. De een houdt van worstjes op de barbecue, terwijl de ander de voorkeur geeft aan halalspiesjes of een gepofte aardappel. Ikzelf hou het bij een tofuburger; ik weet niet of ik daarmee in de meerderheid ben in dit gezelschap. Het zijn de mensen die tijdens corona onmisbaar waren. Het zijn de mensen die omkijken naar de buren of die mantelzorger zijn. Het zijn de vrijwilligers tijdens buurtfeesten of bij de lokale vereniging. Het zijn de mensen op wie dit land op draait.
Voorzitter. Als we naar de debatten luisteren, lijkt de Kamer helemaal verenigd. Het lijkt wel alsof er geen onderwerp is waar we het zo over eens zijn, want alle partijen zeggen op te komen voor de werkende Nederlander. Ook het kabinet zegt er te zijn voor deze mensen, maar als ik kijk naar wat de coalitiepartijen uiteindelijk met elkaar hebben afgesproken, dan zie ik het omgekeerde. Deze mensen betalen de rekening van de extra voordelen die het kabinet uitdeelt. Cadeaus, noem ik dat. Die cadeaus gaan helaas naar een andere groep. Als we goed kijken, zien we voor wie dit kabinet er echt zit, namelijk voor de "hardwerkende" private-equitymanager. De rest van Nederland kan de pot op.
Voorzitter. Ik zeg dit niet om flauw te doen; dit is wat ik de afgelopen weken heb geobserveerd. We hebben in de afgelopen weken met de commissie Financiën dit Belastingplan en de samenhangende wetten behandeld. Mij is iets heel duidelijk geworden. Alle ministers die we spreken en alle Kamerleden van de coalitiepartijen zijn aan het duiken als we vragen naar de lastenontwikkeling in de komende jaren. De vraag wordt genegeerd of de minister pruttelt wat over koopkrachtplaatjes, maar als puntje bij paaltje komt, is heel duidelijk: dit kabinet laat de lasten op arbeid de komende jaren stijgen. Dat zijn de feiten. Ik hoop dat de minister dat in dit debat niet opnieuw gaat proberen te ontkennen. De lasten op arbeid stijgen en dat is een politieke keuze.
En dat mag, voorzitter, maar dat gaat niet goed samen met heel hard zeggen dat je er bent voor de werkende Nederlander, want daar klopt geen biet van. Laat ik heel duidelijk zijn: als dit Belastingplan niet fors verandert, op een manier waarmee het echt een plan wordt voor werkend Nederland, dan stemt mijn fractie niet in. Om mij heen kijkend en de debatten van de afgelopen weken volgend zie ik dat meer partijen in deze Kamer — dat geldt voor oppositiepartijen, maar ook voor coalitiepartijen — verbaasd en teleurgesteld zijn over het feit dat de werkende er niet goed op vooruitgaat. Ik ga ervan uit, en daar gaat dit debat vandaag ook over, dat er niet met kleine wijzigingen ingestemd wordt zodat die dit Belastingplan over de streep halen. Dit is niet de tijd voor handjeklappolitiek. Dit kabinet gedraagt zich op geen enkele manier en op geen enkel terrein verantwoordelijk. Het bestuurt niet en het is alleen met zichzelf bezig en niet met de samenleving. Dat zien we ook in de economische plannen en de belastingplannen.
Voorzitter. Wat ik hier voor me zie, is geen serieus belastingplan. Het is niet serieus en sluit ook niet aan bij de woorden van de coalitie zelf. Ik zie meerdere gebroken beloften. De eerste belofte: lastenverlichting voor werkenden. Dat klopt dus niet. We zien een verlaging van de algemene heffingskorting en boeken en theaterkaartjes worden duurder. De tweede belofte: ze zouden de fiscale constructies aanpakken. Het kabinet beweert hier iets mee te gaan doen, maar komt met geen enkel voorstel. Als het straks niet lukt, gaat de inkomstenbelasting voor werkenden gewoon weer omhoog. Dat staat zelfs al ingeboekt in de begroting. De derde belofte wordt ook gebroken. Dat is het versterken van de economie. We horen heel veel grote woorden over het vestigingsklimaat, het verdienvermogen en onze economie, maar we zien bezuinigingen op alles wat ertoe doet.
Voorzitter. De landen met de laagste belastingen zijn echt niet de leukste landen om in te leven en ook niet de landen met de meeste bedrijvigheid. Een sterke economie krijg je door goed onderwijs, goede infrastructuur en onderzoek en innovatie. Dat zijn precies de dingen waar dit kabinet op bezuinigt. Deze dingen hangen ook samen, want een sterke economie is een economie waarin dingen gemaakt worden. Daar heb je arbeid voor nodig. Onze economie drijft op die werkende Nederlander, waar ik het al over had en waar heel veel collega's het over hadden. Die drijft niet op fondsen die met ingewikkelde constructies belasting ontwijken of op vermogenden die met geld meer geld maken. Echt goede ondernemers zorgen vooral goed voor hun werknemers, hebben de beste ideeën en komen daarmee naar voren. Zij weten dat daar hun kracht vandaan komt. Daar hebben we er genoeg van in Nederland.
Voorzitter. Als je de economie wil versterken, moet je die werkende Nederlander vooruithelpen. Dan moet je stoppen met het stimuleren van geld verdienen met geld, en zorgen dat werken loont. Dan bedoel ik dus niet achterover hangen en wachten tot je aandelenportefeuille in waarde stijgt; dat is onverdiend inkomen. Je moet investeren in onderwijs, onderzoek en infrastructuur, en dus niet in fiscale cadeaus die daar niks mee te maken hebben. Het bedrijfsleven vraagt daar zelf ook om; zie de brandbrief die we gekregen hebben. Ik zeg dit. Ik heb in mijn eerste bijdrage van het wetgevingsoverleg de rapporten op een rij gezet. Ik ben niet die enige die dit zegt. Ik zeg dit op basis van die rapporten.
Versie 35e02480395384cecf47e39ae66353b5d5c3046d86f94950c90f1053757fc306 · Officiële bron.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.