KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 11 mrt 2026 · Tweede Kamer

Artikel 100 inzet in de Middellandse Zee

Brontekst

Minister Berendsen: Dank. Ik word nu meteen geconfronteerd met de vraag hoe je zo'n beantwoording op een goede manier organiseert. Ongetwijfeld mag ik rekenen op enige clementie. We hebben — even kijken — het mandaat besproken. Ik denk dat ik daarover al vele vragen heb beantwoord heb, onder andere van Van der Werf en Maes. Van Baarle vraagt over het mandaat: is het voor 100% uitgesloten dat Israël hieronder valt? Mijn collega van het ministerie van Defensie zal ingaan op de vraag hoe het nou eigenlijk zit met de datadeling en ook ingaan op de vragen die gesteld werden over het luchtbeeld. Het heldere antwoord op de vraag van de heer Van Baarle is dat in deze missie de verdediging van Israël niet aan de orde is. Die valt ook niet binnen het huidige mandaat. Dan de vraag van mevrouw Teunissen: maakt deze extra militaire aanwezigheid het voor de Cyprioten wel echt veiliger? Ik zou het toch om willen draaien. De directe aanleiding voor de militaire inzet is natuurlijk het feit dat Cyprus een droneaanval te verduren kreeg. De militaire inzet kan eventuele toekomstige aanvallen van die aard ook afweren. Daarmee draagt de inzet ook bij aan het veilig houden van Cyprus. De vragen van mevrouw Teunissen over de Cypriotische basis hebben we besproken. Ik denk dat ik op het gebied van het mandaat de meeste vragen beantwoord heb. Mevrouw de voorzitter, ik weet niet of ik dat aan de gezichten moet aflezen, of dat ik het mag aannemen, maar volgens mij hebben we het mandaat uitgebreid besproken. Dan zijn er over de regio en de regionale context een aantal vragen gesteld, door de heer Van Baarle, mevrouw Teunissen en mevrouw Dobbe. Die gingen over de aanval van Israël en de VS, en over de vraag of die in strijd is met het internationaal recht. Dit is ongetwijfeld een onderwerp dat we morgen nog uitgebreider aan de orde zullen stellen. Voor dit kabinet blijft de situatie in en rond Iran een grote bron van zorg. Het conflict is verder geëscaleerd. De escalatie van Iran betekent ook dat wij nu deelnemen aan een missie ter verdediging van grondgebied dat aangevallen wordt door Iran, dan wel door eventuele gelieerde entiteiten. De stabiliteit in het Midden-Oosten staat onder druk. Ik zeg dit ook even in relatie tot de zorgen over de oorlog, de escalatie en de effecten daarvan. Voor het kabinet is het juist heel belangrijk dat wij met deze inzet een concrete en afgebakende bijdrage leveren. De lijn die ik ook graag nogmaals wil herhalen, die het kabinet ook al meerdere keren heeft vermeld, en die we morgen ook wat uitgebreider zullen bespreken, is de volgende. Op basis van de informatie die wij nu hebben, zijn inderdaad gewoon terecht vragen te stellen bij de basis in het internationaal recht, de juridische basis, voor de aanvallen van de VS en Israël op Iran. Dat heeft alles te maken met de vraag of er een directe dreiging was of niet. Het is in de eerste plaats aan de VS en Israël om die vragen te beantwoorden. Het kabinet heeft ook begrip voor het feit dat de VS en Israël zich genoodzaakt voelden om deze acties te ondernemen, vanwege het Iraanse regime en de grote dreiging die uitgaat van het Iraanse regime voor de Iraanse bevolking en voor de regio, vanwege de steun aan Rusland en de lange arm van Teheran, ook in de Nederlandse samenleving, et cetera. Dat maakt dat wij in ons afwegingskader tot deze conclusie gekomen zijn. Mevrouw Dobbe vroeg nog in hoeverre er het risico is dat we onderdeel worden van deze oorlog. Ik geloof echter dat we dat wel voldoende beantwoord hebben in het vorige stukje. Ik kijk ook even naar mevrouw Dobbe. Ja toch? Dat was ook mijn gevoel. Wat gaat Nederland doen om te de-escaleren? Dat is nog een vraag van mevrouw Dobbe. Wij roepen ook continu, structureel op tot de-escalatie, tot terughoudendheid. Het is echt van groot belang dat de aanvallen stoppen, zeker ook die op de niet-betrokken landen. Ik ben veelvuldig in contact geweest met onze collega's in de Golfstaten. Die zijn op dit moment betrokken bij iets waar ze absoluut niet bij betrokken wilden worden. Ze hadden ook niet verwacht dat ze daarbij betrokken zouden worden. Als Nederland zetten wij, ook met Europese partners — we hebben ook een gezamenlijke vergadering gehad met de Golfstaten — gezamenlijk in op de-escalatie en ook op druk om een plan te hebben voor het einddoel van deze inzet. Met deze defensieve inzet van het fregat hopen we in ieder geval ook bij te dragen aan het voorkomen van verdere escalatie, door de verdediging van grondgebied. Ik wil daar ook bij vermelden dat als wij een knop zouden hebben om het conflict op een goeie manier, waarbij het Iraanse bevolking voor de eigen toekomst ook het heft in eigen handen zou kunnen nemen, te beëindigen, wij die knop zouden indrukken. De Nederlandse inzet is beperkt in de impact die wij kunnen maken. Tegelijkertijd zijn wij geen klein land en doen wij ons best om te doen wat we kunnen. Een vraag van de heer Struijs: hoe kijken Israël en de VS aan tegen de Nederlandse bijdrage? Het gaat dan dus niet om het operationele aspect, maar om hoe ze aankijken tegen de bijdrage. Er is over deze Nederlandse bijdrage geen direct contact geweest met Israël en de VS, want het mandaat van de missie richt zich op het vlootverband, op Cyprus, op bondgenootschappelijk grondgebied. Dat zeg ik in antwoord op de vragen van de heer Struijs. Dan de vraag van de heer Ceder. Zal ik die afmaken? De vraag van de heer Ceder is of er al met de Fransen is gesproken over deze mogelijke missie. Hij vroeg daarnaar in het kader van uitspraken van de president over eventueel de Straat van Hormuz et cetera. Er ligt geen verzoek aan ons om mee te doen met een eventuele uitbreiding, verlenging, verplaatsing of andere inzet van de missie. Op dit moment is dat dus niet aan de orde. Op het moment dat zo'n verzoek zou komen, komen we in dezelfde procedure als waarin we nu zitten. Dan moet het kabinet daarin een afweging maken en gaan we het gesprek aan met de Kamer.

Versie 2abd31e9647b1cbbd7a18fc7894f4afc03cea020018df17c63195354a79ad5cc · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · b13f5813d539fed4

12 okt 2026 · 4c4da0ac1822c815

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.