statement · 11 mrt 2026 · Tweede Kamer
Artikel 100 inzet in de Middellandse Zee
Brontekst
Minister Berendsen: Ja. Ook dit kabinet maakt zijn afwegingen op basis van het Nederlands belang. Dit kabinet ziet dat de veiligheid van de landen om ons heen, onze partners, ook in het belang is van onze eigen nationale veiligheid. Zoals ik net al heb gemeld, is deze defensieve inzet ter bescherming van Cyprus en ter bescherming van een vlootverband waarin onze partners optrekken. Dat vlootverband is natuurlijk ook gericht op een defensief karakter, waarbij verdere escalatie voorkomen kan worden op het moment dat eventuele projectielen richting het grondgebied afgeschoten worden. Dan ben ik aanbeland bij het spannende mapje overig. Mevrouw Maes vroeg naar de inschatting van het kabinet van de Iraanse dreiging tegen personen en objecten op eigen bodem, zoals de Joods-Israëlische gemeenschap en Iraanse dissidenten. Is die dreiging voorstelbaar? Hoe gaat het kabinet die monitoren? Welke aanvullende maatregelen werden er genomen? Die vraag is nu gesteld, maar ook in het vragenuurtje werden daar door een aantal van uw collega's vragen over gesteld. De collega van JenV is verantwoordelijk voor het tegengaan van statelijke inmenging. Als Iran zich ongewenst inmengt in Nederland, dan spreken wij Iran daarop aan. Dit is echt een verantwoordelijkheid van onze collega van JenV. De minister en het kabinet zijn zich natuurlijk bewust van eventuele risico's. We brengen die in kaart en zullen daarna ook handelen, mits dat tot de mogelijkheden behoort. Mevrouw Piri geeft aan dat onze beperkte defensiecapaciteit nu niet naar de Russische dreiging gaat, en vraagt in relatie tot de verplaatsing van het fregat vanuit de Baltische Zee naar de Middellandse Zee hoe het kabinet die belangen weegt. Uiteraard spelen brede geopolitieke belangen mee in het besluit over deze missie. Wij streven altijd naar de meest optimale inzet van onze capaciteiten. Ik denk dat het duidelijk is dat wij onverminderd aandacht houden voor de Russische dreiging en dat we op tal van manieren bijdragen aan de versterking van de NAVO-oostflank; dat doe ik in samenwerking met de minister van Defensie. Niet voor niets heeft de premier Oekraïne snel bezocht en daar onze blijvende steun uitgesproken richting Oekraïne. Dan heb ik nog een vraag van de heer Van Lanschot: hoe wegen we de risico's op eventuele escalatie voor Nederlandse burgers, bedrijven en militairen in de regio? Onze inschatting is als volgt. Het is een militaire inzet van defensieve aard. Dat betekent dat deze beperkt zal bijdragen aan de-escalatie in en rondom het mandaatgebied, dus de oostelijke Middellandse Zee. Wat betreft de bredere regio blijven we natuurlijk continu in contact met Europese en regionale partners om ervoor te zorgen dat we ons gezamenlijk inzetten voor de-escalatie en voor het beschermen van al die belangen die de heer Van Lanschot noemt. Dan was er nog de vraag wat de diplomatieke inzet is die hier parallel aan loopt om verdere escalatie te voorkomen. Die vraag heb ik volgens mij zojuist al beantwoord. Ik denk dat dat het was van mijn kant, maar dat laat ik natuurlijk aan de voorzitter.
Versie 2abd31e9647b1cbbd7a18fc7894f4afc03cea020018df17c63195354a79ad5cc · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.