KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 15 okt 2026 · Tweede Kamer

Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Waterstaat

Brontekst

De heer Schutz (VVD): Dank u, voorzitter. Als rapporteurs namens deze commissie zullen wij achtereenvolgens bij de begrotingsonderzoeken ingaan op de volgende onderwerpen: de grote beleidsmatige mutaties in de ontwerpbegroting, de instandhouding van de infrastructuur, de doelen en de informatiewaarde van de begroting en de Strategische Evaluatie Agenda. Bij deze ontwerpbegroting 2027 worden enkele grote meerjarige budgettaire toevoegingen gedaan aan met name de begroting van het Mobiliteitsfonds. Ik denk dat ik namens deze commissie mag stellen dat dit een goede zaak is. De grootste toevoeging betreft de intensivering voor regionale mobiliteit en de ontsluiting van de infrastructuur. Daarvoor wordt voor de periode vanaf 2028 tot en met 2040 in totaal 3,6 miljard euro aan het Mobiliteitsfonds toegevoegd. In de bijlage van de Miljoenennota kunnen we lezen dat het hier onder meer gaat om de ontsluiting van woningbouwlocaties, maar meer dan dit wordt niet duidelijk uit de begrotingsstukken. Kan de minister toelichten waarop deze middelen concreet betrekking hebben? Voor de prioritaire infrastructuurprojecten Zuidasdok en de A27 Houten-Hooipolder wordt voor 2028 en 2029 in totaal 1,5 miljard toegevoegd vanuit de aanvullende post. Kan de minister toelichten hoe deze middelen worden verdeeld over de projecten en de jarigen? Wellicht kan dat anders morgen. Voorzitter. De instandhouding van de infrastructuur is al sinds 2018 een vast thema van deze commissie bij de begroting en de jaarverslagen. In eerste instantie benoemden de rapporteurs voor ons de zorgwekkende groei van het uitgesteld en achterstallig onderhoud. Maar al snel bleek dat er meer aan de hand was en dat grootschalige vernieuwing en vervanging van naoorlogse infrastructuur moet plaatsvinden. Inmiddels is de instandhoudingsopgave van de infrastructuur regelmatig in het nieuws. Ook het kabinet heeft dit in het vizier. Het is, zoals ik eerder aangaf, een goede zaak dat hiervoor zowel in het coalitieakkoord als in de afgelopen augustusbesluitvorming extra middelen zijn vrijgemaakt. Bij deze begroting wordt in totaal 2,5 miljard euro aan het Mobiliteitsfonds toegevoegd voor de jaren '29 en verder. Daarnaast is vanuit het coalitieakkoord op de aanvullende post tot en met 2040 nog 6,9 miljard euro gereserveerd voor instandhouding en ontsluiting woningbouw. De Algemene Rekenkamer heeft berekend dat hiermee het budget voor instandhouding voor de gehele looptijd van de fondsen is gestegen met 5,8 miljard ten opzichte van een jaar geleden. Dat is een substantiële verhoging, maar al langer is duidelijk dat dit nog onvoldoende is om de infrastructuur op orde te houden. Dat wordt ook door de Algemene Rekenkamer nogmaals benadrukt. Daarom is het ministerie ook bezig met een brede herprioritering op de fondsbegroting en is er ook een interdepartementaal beleidsonderzoek gestart. Ik heb hierover de volgende vragen aan de minister. Die vragen zien met name "hoger over". Is inmiddels duidelijk hoeveel extra middelen beschikbaar komen voor instandhouding met de herprioritering op het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds? Zijn de middelen op de aanvullende post voor een verzamelpost beheer en onderhoud van infrastructuur en ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties inmiddels verdeeld en volledig bestemd voor instandhouding, zoals wordt gesuggereerd in de begrotingsbrief van de Algemene Rekenkamer? Wat zijn de gevolgen van de voortdurende tekorten bij de dekking van de instandhoudingsopgave? Welke keuze maken de bewindspersonen daarin? In hoeverre is het Meerjarenplan Instandhouding 2025-2030, dat naar aanleiding van de motie-Stoffer is opgesteld, nog actueel in het licht van de recente ontwikkelingen? Met het toegenomen werk aan de instandhouding van onze infrastructuur neemt onvermijdelijk ook de beschikbaarheid daarvan af en treden er meer stremmingen op. Daarmee wordt ook het beperken van hinder, die daardoor ontstaat, steeds belangrijker. Bij een recent rondetafelgesprek over hinder voor de binnenvaart was het beeld dat hinder weliswaar niet kan worden voorkomen, maar wel beter kan worden beperkt, bijvoorbeeld door betere en vroegtijdige netwerkregie op de gehele corridor, betrouwbare alternatieve omvaarwegen en bredere project- en modaliteitoverstijgende aandacht voor bereikbaarheid op regionaal niveau. Welke mogelijkheden ziet de minister om ook het hindermanagement verder te verbeteren? Dan geef ik het woord aan mijn mederapporteur.

Versie b90d8fac037f11eddc367a35270651c37e6c7e512cc9639159407dc0849249a3 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

16 okt 2026 · 04e03248c7628657

16 okt 2026 · feb8fdc7c18ab139

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.