KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 8 sep 2026 · Tweede Kamer

Strafrechtketen

Brontekst

Mevrouw Abdi (PRO): Dank, voorzitter. We spreken vandaag over de strafrechtketen. Er zijn enkele hoofdpunten die ik wil aandragen namens mijn partij, maar ik begin ook graag met een paar woorden ter inleiding. In de eerste plaats wil ik echt mijn waardering uitspreken voor iedereen die werkt in de strafrechtketen. Er zijn echt wel wat kritische noten te kraken, maar we hebben volgens mij de afgelopen weken ook opnieuw kunnen zien voor welke enorme uitdaging we staan. Ik vind het dus eigenlijk wel fijn om zo het debat te beginnen. Wat ons betreft betekent een sterke rechtsstaat dat daders worden opgespoord, berecht en bestraft, waardoor slachtoffers recht wordt gedaan en potentiële daders worden afgeschrikt door het beeld dat je niet wegkomt met criminaliteit. Justice must not only be done, but must also be seen to be done. Een eerlijk strafproces, transparant voor alle betrokkenen. Om te beginnen met de doorlooptijden. We lezen dat de minister pas begin volgend jaar met een deltaplan voor de doorlooptijden komt. Dat is toch wel laat. Wij hebben in de motie-Mutluer van begin van dit jaar expliciet gevraagd om een deltaplan. We weten al heel lang dat die doorlooptijden in het strafrecht een groot probleem zijn. Dit draagt bij aan het verder vergroten van het leed van slachtoffers. Kan de minister daar nu eindelijk eens vaart mee maken? Voorzitter. Een sterke rechtsstaat betekent ook dat we erop moeten kunnen rekenen dat we allemaal gelijk worden behandeld voor de wet, dat het niet uitmaakt wie je bent of hoeveel je verdient. Toch zien we dat dit soort selectiviteit wel degelijk een rol speelt in de gehele strafrechtketen. Dat is niet alleen zorgelijk, maar ook niet eerlijk. De minister heeft het over eventueel aanvullende maatregelen die genomen kunnen worden naar aanleiding van de onderzoeken die zijn gedaan, maar om te beginnen hoor ik graag ook een reflectie van zijn kant op de uitkomst van deze onderzoeken. Hoe weegt hij dit, welke rol ziet hij voor zichzelf en, belangrijker nog, wat heeft prioriteit? Dan over de strafbeschikkingen. Uiteindelijk is het een strijd tussen rechtvaardigheid en efficiëntie, waarbij sommige daders al te lichtvaardig aan een strafblad worden geholpen en de materiële en immateriële belangen van slachtoffers al te makkelijk in het gedrang komen, eens te meer als de werkingssfeer naar ernstigere delicten wordt uitgebreid. Kan de minister reflecteren op de rechtspositie van slachtoffers? Ook uit het Pro Facto-rapport blijkt weer dat zij nog steeds onvoldoende worden geïnformeerd over opsporings- en vervolgingshandelingen en over schadevergoedingsmogelijkheden. Wij hebben daar dus zorgen over als het gaat om verdere uitbreiding van strafbeschikkingen. Hoe ziet de minister überhaupt die verdere intensivering? Ik sluit me aan bij collega Sneller: er zijn de nodige kritische noten gekraakt door de procureur-generaal. We zien dat dat moeizaam gaat en dat het Openbaar Ministerie daar moeite mee heeft vanwege de ICT-problematiek. Ik vind het ook zorgelijk dat elk parket anders omgaat met de OM-strafbeschikking. Daar zit toch een verschil van duiding. Dan de foutieve tenaamstellingen. Die werden al genoemd door collega Ellian.

Versie 828617c19f9913b88059b48f14a0263d26c7fd435bf2df883366a574446430d8 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.