Wijziging van diverse wetten in verband met het invoeren van het burgerservicenummer en de voorzieningen van de digitale overheid in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES) (36639)
Brontekst
Versie 149705f1b514de4b · officiële bronMevrouw Bruyning (NSC): Dank, voorzitter. Vandaag spreken we over het wetsvoorstel dat het mogelijk maakt om het burgerservicenummer en digitale voorzieningen zoals DigiD ook beschikbaar te maken voor de inwoners van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Dat is een stap die, eerlijk gezegd, al veel eerder had moeten worden gezet. Want laten we helder zijn: het feit dat 80% van de inwoners van Caribisch Nederland tot op de dag van vandaag geen bsn heeft, is niet alleen onhandig, maar ook diep ongelukkig. Dit gaat over mensen die sinds 2010 officieel deel uitmaken van Nederland, die burgers zijn van dit Koninkrijk. Dat betekent dat ze recht hebben op gelijke toegang tot overheidsdiensten, digitale veiligheid en een betrouwbare overheid. Is de staatssecretaris het met NSC eens dat het ontbreken van een bsn neerkomt op een belemmering van burgerrechten, zoals adequate toegang tot zorg en onderwijs? Daarom steunt de NSC-fractie dit wetsvoorstel, omdat het niets minder is dan een noodzakelijke stap naar digitale gelijkwaardigheid en dus ook bestuurlijke rechtvaardigheid. Maar met die steun komt ook verantwoordelijkheid. Daarom willen wij vandaag een aantal kritische vragen stellen aan de staatssecretaris. Ten eerste over de uitvoering. In de toelichting op het wetsvoorstel staat dat er een organisatie-overstijgende precheck is uitgevoerd om te kijken of DigiD op de BES-eilanden überhaupt goed kan worden uitgerold. De uitkomst: meerdere overheidsorganisaties voldoen nog niet aan de vereisten. Toch lezen we in de brief dat men aan de slag gaat met de adviezen, in overleg met BZK. Dat klinkt best vaag. Daarom de volgende vragen. Wat betekent "aan de slag gaan" concreet? Wie voert de regie? Wie is verantwoordelijk voor de implementatie? Hoe wordt gemonitord dat de kwaliteit en veiligheid op orde zijn voordat de wet in werking treedt? Hoe garandeert de staatssecretaris dat BES-eilanden hierbij volledig worden ondersteund met de expertise die we in Europees Nederland al beschikbaar hebben? De uitvoering mag geen bijzaak zijn. Als we deze wet invoeren zonder dat er stevige en veilige systemen onder liggen, zadelen we mensen op met nieuwe frustratie, onbegrip of, erger nog, worden ze opnieuw uitgesloten van volwaardige dienstverlening. Als in Caribisch Nederland het bsn wordt ingevoerd, moet dat ook direct bruikbaar zijn. Kan de staatssecretaris garanderen dat bij de invoering van deze wet de inwoners van Caribisch Nederland ook direct gebruik kunnen maken van essentiële digitale dienstverlening? Voorzitter. Dan over samenwerking en respect. Het gaat hier niet alleen om de ICT-systemen, maar om de manier waarop wij als rijksoverheid met onze Caribische gemeenten samenwerken. Het nieuwe uitgangspunt is dat wet- en regelgeving van toepassing is, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om af te wijken. Een logische koers, als die gepaard gaat met echte samenwerking en niet met het blindweg doorduwen van beleid, zonder lokale inbedding. Daarom vragen wij aan de staatssecretaris hoe de stem van de eilanden zelf is meegewogen bij de invoering van dit soort fundamentele wetgeving. Is er structureel overleg met lokale bestuurders en uitvoerders, of is er slechts incidenteel contact met BZK? Is de staatssecretaris bereid om ook na invoering actief te monitoren of de toegankelijkheid van en de gebruikservaring met DigiD voor inwoners van de BES-eilanden daadwerkelijk gelijkwaardig is aan die in Europees Nederland? Want gelijkwaardigheid begint immers bij luisteren, niet bij opleggen. Voorzitter. Over gelijkwaardigheid in de breedste zin van het woord. Wij zeggen in het hoofdlijnenakkoord dat wij een bijzondere band voelen met de Caribische delen van het Koninkrijk, maar dat mag niet alleen een zin zijn op papier. Het vraagt om consistent beleid, om een respectvolle lokale context en om samenwerking die niet paternalistisch is, maar gebeurt in partnerschap. De invoering van het bsn en DigiD is een stap in de goede richting, maar laten we ook alvast de volgende stap voorbereiden. Hoe zorgen we dat digitale inclusie in Caribisch Nederland niet alleen technisch maar ook sociaal werkt? Wat doen we met mensen die bijvoorbeeld laaggeletterd zijn, geen internet hebben of de Nederlandse taal niet machtig zijn? Is er begeleiding, voorlichting en ondersteuning op de eilanden zelf? In iedere Nederlandse gemeente hebben mensen toegang tot laagdrempelige hulp op dit vlak. Dat kan gewoon bij de plaatselijke bibliotheek. Dit heet het digitale informatiepunt. Is het denkbaar dat zulke informatiepunten ook beschikbaar worden gemaakt in Caribisch Nederland? Tot slot, voorzitter. Deze wet is nodig, maar is niet voldoende. Gelijke toegang vraagt om gelijke ondersteuning. Digitale infrastructuur vraagt om menselijke maat en wetgeving vraagt om uitvoerbaarheid in de praktijk. Wij roepen de staatssecretaris op om deze wet niet alleen juridisch correct, maar bestuurlijk zorgvuldig en sociaal rechtvaardig te implementeren, niet voor de eilanden maar mét hen. Dank u wel.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.