KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 2 jul 2025 · Tweede Kamer

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)

Brontekst

Mevrouw Veltman (VVD): Dank u wel, voorzitter. In dit MIRT-debat wil ik als rapporteur voor het programma Woningbouw en Mobiliteit namens de commissie ingaan op de afweging en verdeling van de 2,5 miljard voor de ontsluiting van woningbouwlocaties uit het huidige regeerprogramma. In de brief van 12 juni jongsleden geeft de minister een nadere toelichting op de doelstelling van het programma, op het proces voor de inzet van de 2,5 miljard en op de afwegingscriteria die hierbij worden gebruikt. De minister reageert hiermee uitgebreid op verzoeken die ik eerder als rapporteur namens deze commissie heb gedaan. Als rapporteur stel ik vast dat de Kamer hiermee goed is geïnformeerd over de beoogde inzet van middelen voor woningbouw en mobiliteit. Vanuit de gedachte "the proof of the pudding is in the eating" zullen we dit de komende jaren vanuit de Kamer kunnen blijven volgen met de jaarlijkse voortgangsrapportages. Daarin zal zowel worden gerapporteerd over de 2,5 miljard van het huidige kabinet als over de eerdere 7,5 miljard van het kabinet-Rutte IV. Dat lijkt mij een zinvolle samenhang. Wat voor een goede beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het programma momenteel nog ontbreekt, zijn concrete doelstellingen en streefwaarden voor de brede welvaart, bijvoorbeeld voor regionale bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, bedrijvigheid, gezondheid en circulariteit. De indicatoren hiervoor zijn inmiddels een stap verder uitgewerkt, maar de streefwaarden moeten nog worden ontwikkeld. Dat zou in de loop van '25 moeten gebeuren. Dat betekent dat deze nog te formuleren bredewelvaartdoelstellingen geen rol van betekenis kunnen spelen bij een integrale afweging van voorstellen, maar dat deze voorstellen primair getoetst zullen worden aan de criteria bereikbaarheid en woningbouwwaarde, gemeten in aantallen woningen en financieel rendement. Het volwaardig betrekken van brede welvaart in concrete projecten lijkt een lastig vraagstuk, dat hopelijk bij toekomstige projecten wel de aandacht zal krijgen die het verdient. Is de minister het met mij eens dat de verwacht effecten op de brede welvaart vooraf inzichtelijk zouden moeten worden gemaakt in voorstellen, zodat hierop later concreet gemonitord kan worden? Waarom is het binnen het programma Woningbouw en Mobiliteit niet gelukt om de doelstellingen en streefwaarden te ontwikkelen voor bredewelvaartsaspecten, zodat deze een grotere rol kunnen spelen bij de integrale afweging van voorstellen? Voorzitter. Bij de behandeling van de begrotingen en jaarverslagen van Infrastructuur en Waterstaat hebben we de laatste jaren veel verschuivingen van begrotingsmiddelen naar latere jaren gezien. Een belangrijke oorzaak hiervan is dat meerjarige budgetten vaak bij nader inzien niet realistisch waren begroot. Dit zorgt voor onderuitputting en de Kamer kan er niet meer zondermeer van uitgaan dat de begrotingen en meerjarenplannen die zij autoriseert, worden uitgevoerd zoals zij worden gepresenteerd. Het kabinet onderzoekt hoe het tot realistische begrotingen kan komen voor de investeringen met passende en uitvoerbare kasritmes. De minister schrijft in de junibrief dat realisme in ambities van belang is om teleurstellingen achteraf te voorkomen. Namens de commissie onderschrijf ik het belang van realistische begrotingen, ook omdat we op het gebied van Infrastructuur en Waterstaat, maar ook breder, voor grote opgaven staan die met schaarse middelen moeten worden aangepakt. Het niet benutten van beschikbare middelen staat daarmee op zeer gespannen voet. Kan de minister toezeggen dat de uitgaven voor het programma Woningbouw en Mobiliteit zo veel mogelijk realistisch worden geraamd? Kan de minister vertragingen en tegenvallers in een zo vroeg mogelijk stadium aan de Kamer voorleggen, zodat de middelen die niet worden uitgegeven binnen het begrotingsjaar nog voor andere bereikbaarheidsdoelen kunnen worden ingezet? Hoe pakt het in de praktijk uit als een gemeente zich weliswaar wil committeren aan een eerste fase met een aantal woningen, maar zich niet wil committeren aan hogere aantallen woningen of daarin niet wil versnellen? Hoe wordt hiermee omgegaan als nieuwe coalitieafspraken na de gemeenteraadsverkiezingen in maart '26 als uitkomst hebben dat de aantallen toch niet zo vaststaan als men dacht en de ambities naar beneden worden bijgesteld? Voorzitter. Ik wil de minister namens de commissie danken voor de responsiviteit en de medewerking die ik van het ministerie heb mogen ontvangen bij het uitvoeren van rapporteurschap, ook omdat mijn rapporteurschap ten einde komt en ik heb aangekondigd niet door te gaan als Kamerlid. Het rapporteurschap is een heel mooie manier om je controlerende taak als Kamerlid nog beter uit te kunnen voeren. Door je te verdiepen, doe je meer kennis op en kun je je werk nog beter doen. Dus een aanrader voor toekomstige Kamerleden. Tot slot wil ik vooral de griffie bedanken voor de ondersteuning. Zonder de griffie zijn we nergens. Tot zover mijn inbreng als rapporteur Woningbouw en Mobiliteit, voorzitter.

Versie ae76a2a6eac5bf3464b8a924b0729721b6dd15a2d821079ef9f170fad045b35c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · dd9e2c86666dbcb5

13 okt 2026 · c6d00e65f0813974

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.