KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 jun 2026 · Tweede Kamer

Financiën decentrale overheden

Brontekst

De heer Flach (SGP): Voorzitter, dat doe ik vanmiddag mede namens de ChristenUnie. Voorzitter. Ik heb het in een eerder debat, over gemeentefinanciën, al vaker gezegd: mijn gemeentehart bloedt. Ik moet u eerlijk zeggen dat het bloeden sinds die tijd nog niet gestelpt is, want de onzekerheid is groot en de nood is niet kleiner geworden. Wie denkt dat het debat over financiën van decentrale overheden technisch en zakelijk is, zit er behoorlijk naast. Er is nauwelijks een betere manier om de rijkdom en de verscheidenheid van ons kleine land beter te leren kennen dan door dit debat voor te bereiden. Kijk maar naar de verschillende oproepen die we in aanloop naar dit debat hebben gekregen. We hebben post gehad uit de Randstad. Er melden zich randsteden in de Randstad en een groep grote steden buiten de Randstad. Daarnaast kloppen middelgrote gemeenten aan. En er is natuurlijk het platteland. Helaas zijn deze groepen gemeenten het niet allemaal met elkaar eens. Uiteraard is er ook nog het belangrijkste knelpunt: de rijkdom aan verscheidenheid betekent helaas geen rijkdom op de gemeentebegroting. Voorzitter. Ik herinner me nog goed dat we een stevig debat hadden over het "ravijnjaar 2026", een legendarische term. Gelukkig zijn er door het toenmalige kabinet goede stappen gezet. Het geluk bestond er eigenlijk vooral uit dat het ravijn vooruitgeschoven werd. Inmiddels kijken we daarom met zorg naar 2028. De provincies melden ons dat het halve gemeenteland de begroting dan niet meer rondkrijgt. Onduidelijkheid over de toekomst teistert nog steeds de gemeentebegrotingen en overschaduwt de onderhandelingen voor nieuwe coalities. Gemeenten bevinden zich in een bar landschap. De SGP constateert dat ravijnpolitiek uiteindelijk leidt tot woestijnpolitiek: je weet als gemeente dat je niet meteen in de afgrond stort, maar je lijdt aan aanhoudende uitdroging zonder perspectief aan de horizon. Lokale voorzieningen staan steeds verder onder druk. Dat is ook wat wethouders mij laten weten. Dat kan blijvende schade opleveren. Ziet de minister de urgentie met betrekking tot deze uitdroogpolitiek? Voorzitter. De SGP hoort graag hoe het kabinet structureel duidelijkheid gaat bieden aan gemeenten zodat zij stabiel en langjarig kunnen werken aan hun gemeenschap. Het is van groot belang dat er een duidelijk en concreet beeld bestaat over hoe het Rijk kijkt naar de verschillende taken en voorzieningen in gemeenten, de verwachtingen die burgers mogen hebben van de meest nabije overheid en de middelen die daar dan voor beschikbaar zijn. Het Rijk handelt nu wel wat willekeurig, lijkt het. Het gebeuren rond de specifieke uitkeringen staat er symbool voor, maar er is meer te noemen. Als het gaat om bibliotheken wordt bijvoorbeeld de ondergrens zelfs wettelijk aangescherpt, terwijl het heel anders gaat met het thema weerbaarheid. De minister van Justitie en Veiligheid heeft recent aangegeven dat de korting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding gewoon doorgaat, hoewel we steeds vaker zien dat de brandweer dreigingen zoals natuurbranden nauwelijks de baas is en dat de inspectie een waarschuwing geeft over verschralende capaciteit. Denk ook aan de rol die de vrijwilligers en de brandweerkazernes kunnen spelen in het hele aspect van weerbaarheid. Daar moeten we zuinig op zijn. Dan hebben we het nog niet gehad over het domein jeugd. Het is onduidelijk hoe Rijk en gemeenten concreet gaan waarborgen dat informele steun rond gezinnen echt veel vaker een alternatief wordt voor professionele hulp zodat de kosten beheerst kunnen worden. Welke verantwoordelijkheid ziet de minister voor zichzelf om overzicht en voorspelbaarheid te bewaken? Voorzitter. De herverdeling van het gemeentefonds is door allerlei onduidelijkheden bijzonder ingewikkeld geworden. De ROB stelde vast dat door alle voorstellen de beoogde richting van de totale herverdeling ongewis zou worden. Gelukkig wil de regering niet in die stuurloze situatie terechtkomen. Het gevolg is wel dat opnieuw uitstel volgt en dat bepaalde gemeenten daardoor steeds verder in de knel komen. Dat uitstel schept ook verplichtingen voor het Rijk om deze verlengde onzekerheid door te komen. Waarom moet meteen voor alle onderdelen maar liefst twee jaar uitstel volgen? Wil de minister verkennen of hij bepaalde onderdelen toch al per 2028 kan wijzigen, bijvoorbeeld met betrekking tot toerisme, parkeren en ozb? Wil de minister verkennen of enige indexatie van de aanvullende uitkering voor een nadeelgemeente mogelijk is gezien het feit dat deze sinds 2023 niet heeft plaatsgevonden? De aanbeveling van de ROB om de uitkering te bevriezen op het niveau 2026 laat de mogelijkheid onverlet om over de afgelopen jaren een compensatie te verlenen. Tot slot, voorzitter. De SGP deelt de stelling van de ROB dat het verdeelmodel de echte werkelijkheid moet weerspiegelen. Ik ben benieuwd welke suggesties de ROB hier zelf voor heeft. Die verdienen uitdrukkelijk overweging in de uitwerking. Uit de brief van het kabinet is nog niet duidelijk wat precies de bedoeling is. Het is mooi dat de VNG snel een plan van aanpak wil maken, maar wordt de ROB daar ook bij betrokken? En worden de verschillende groepen gemeenten uitdrukkelijk nauw betrokken bij de onderzoeken en voorstellen? Tot zover, voorzitter.

Versie 1759ca756e28e84d19a0c13e30083312ae1b7f0c794e4815d7bb54c8db2edba7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 2f842b1daa1c7f9a

12 okt 2026 · d5a69868b2c0a87c

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.