Financiën decentrale overheden
Brontekst
Versie 1759ca756e28e84d · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenDe heer Schenk (FVD): Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het is slecht gesteld met de financiële toestand van onze laagste bestuurslaag, de gemeenten. Hoewel recente jaarrekeningen nog positieve cijfers laten zien, schetsen de meerjarenbegrotingen tot en met 2029 een zorgwekkend beeld door het hele land. Politiek en ambtenarij spreken dan over "structurele uitdagingen", maar de werkelijkheid is veel harder. Als de huidige trends doorzetten, lopen de meeste gemeenten financieel vast. Het functioneren van gemeenten kraakt aan alle kanten. Eerder dit jaar meldde ESB, een toonaangevend economisch vakblad: "Gemeenten hebben steeds minder ruimte om te investeren." Zo ontbreekt het aan geld voor de bouw van wegen, fietstunnels, riolering en het onderhoud van bestaande infrastructuur en onderwijsgebouwen. Dat probleem bestaat al sinds 2009 maar is nooit aangepakt. Sterker nog, de gemeenten hebben het alleen maar zwaarder gekregen, en dat komt door het Rijk. In 2015 werden jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen namelijk vanuit het Rijk overgeheveld naar de gemeenten. De financiering vanuit het Rijk steeg mee, maar kon het gigantische nieuwe takenpakket logischerwijs niet geheel ondersteunen. Onder deze verschuiving, met recht omschreven als het "over de schutting kieperen", gingen niet alleen de gemeentefinanciën gebukt, maar ook de kwaliteit van die overgehevelde beleidsterreinen. Ze hebben nooit meer naar behoren gefunctioneerd sindsdien. Voorzitter. Dan is er nog het zogeheten aanstaande ravijnjaar, waarin gemeenten ernstig gekort gaan worden op hun inkomen uit het gemeentefonds. Dat is dus geld dat gemeenten van het Rijk krijgen. Eerst zou het dit jaar zover zijn, maar het is nu verplaatst naar 2028. Dat is natuurlijk geen echte oplossing — en dat in een periode waarin gemeenten wederom geconfronteerd worden met nieuwe grote opgaven. Dat is niet in de laatste plaats het gevolg van de Spreidingswet. Hoewel de opvanglocaties zelf worden bekostigd door het Rijk en in zijn kielzog het COA, draaien gemeenten wel op voor een groot deel van de bijkomende kosten op het gebied van openbare orde, onderwijs, zorg en andere voorzieningen. Die financiële gevolgen zijn allesbehalve verwaarloosbaar. Wie het geheel bekijkt, krijgt bijna medelijden met onze gemeenten. De onderste verdieping van het huis van Thorbecke toont het beeld van een ondervoed en te zwaar beladen pakezeltje waarvan de eigenaar bijna lijkt te willen dat het door de hoeven zakt. Dat is ook geen onjuiste analyse, want hoe meer een gemeente onder druk staat, hoe meer geld van boven nodig is en hoe meer men dan ook geneigd zal zijn om zonder tegenstribbelen te doen wat het Rijk verlangt. Een gemeente die leeft in de financiële marge en dus afhankelijk is van de provincie of het Rijk, is een gemeente die zonder problemen asielzoekers op zal nemen of de energietransitie door zal voeren. Wanneer een gemeente uiteindelijk bezwijkt, is dat voor het Rijk ook nog eens voordelig. De fusiedrang viert immers nog altijd hoogtij. In 2015, het jaar dus dat de zorg en het sociaal domein werden overgeheveld naar de gemeenten, telde ons land nog 393 gemeenten, en nu zijn dat er nog maar 342. Ook volgend jaar verdwijnt er, als alles doorgaat, wederom een gemeente, want Wijdemeren fuseert met Hilversum. Voorzitter. Forum voor Democratie blijft fel tegen deze fusies, maar ze zijn wel een logisch gevolg van de voortdurende druk op gemeenten waarvan helaas al jaren sprake is. Want aan de ene kant zitten ambtenaren en politici vast in een kortzichtige tunnelvisie, waarin alleen de ingeslagen weg denkbaar lijkt. In plaats van het takenpakket van gemeenten fundamenteel te herzien, wordt er gezocht naar allerlei manieren om beleid alsnog uitgevoerd te krijgen. Dat wordt dan gevonden in samenwerking en fusies, wat financieel uiteindelijk niet eens veel meer oplevert. Dat blijkt overigens ook uit onderzoeken. Aan de andere kant is er ook een politieke reden om gemeentefusies aan te jagen, want een grotere gemeente met minder lokale binding en minder eigen karakter marginaliseert de politieke participatie van inwoners. Mensen voelen zich niet meer gehoord, niet meer vertegenwoordigd en haken daarom af. Maar daarmee neutraliseren fusies het gevaar dat van onderaf, vanuit de gemeenteraad dus, een ander beleid wordt opgeëist dan landelijk wenselijk wordt gevonden, zoals we bijvoorbeeld nu in Maassluis zien, waar het nieuwe coalitieakkoord uitgaat van nul plekken voor asielzoekers. Daarbij rijst de vraag: wanneer wordt Maassluis opgeslokt door een buurgemeente? Ook verzekeren de gevestigde machtspartijen zichzelf met gemeentefusies van extra zetels, functies en kunnen burgemeesters, niet geheel toevallig vaak voortkomend uit diezelfde partijen, zich belangrijker en groter gaan voordoen. We begeven ons wat dat betreft echt in een neerwaartse spiraal. Voorzitter. Forum voor Democratie wil een einde aan de verdrukking van het lokale bestuur en een herwaardering van onze Nederlandse gemeenten. Wij willen te zware taken bij gemeenten wegnemen, het gemeentefonds op orde brengen en fusiegemeenten opsplitsen, zodat lokale binding, identiteit en karakter terugkeren op lokaal niveau en de financiën van gemeentes zodoende weer op kracht kunnen komen. Democratie begint lokaal. Daar staan politiek en inwoners het dichtst bij elkaar. Het is daarom van het allergrootste belang om dat in ere te herstellen. Dank u wel.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.