Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
statement · 19 jan 2026 · Tweede Kamer
De heer Flach (SGP): Voorzitter, dank u wel. Dit debat, waar we ons al enige maanden op aan het voorbereiden zijn, is een belangrijk debat voor een groep mensen voor wie dit ingrijpend is. Het is goed dat we daar vandaag de tijd voor nemen, want er staat veel op het spel voor de groep die het betreft. Ik noem wat voorbeelden, bijvoorbeeld dat van Evert. Evert is blind en verstandelijk beperkt. Maar hij krijgt uitstekende hulp van zijn buurvrouw Natasja, die zijn huis schoonmaakt en hem begeleidt van en naar zijn werk. Sanne zit psychisch ernstig in de knoop, terwijl ze zorgt voor haar twee jonge kinderen en een zo normaal mogelijk leven probeert te leiden. Gelukkig heeft zij via pgb een aantal vaste zorgverleners die voor haar klaarstaan als zij hen nodig heeft. Meneer en mevrouw De Vries zijn beiden meervoudig beperkt en zitten in een rolstoel. Ze zijn volledig afhankelijk van ondersteuning bij de dagelijkse zorg, zoals: opstaan, wassen, aankleden, eten en verplaatsen. Dit zijn zaken waar de meesten van ons nauwelijks over nadenken. Samen hebben zij een team van maar liefst negentien pgb'ers dat om hen heen staat. Budgethouders als het echtpaar De Vries, Evert, Sanne en hun zorgverleners dreigen door nieuwe regels in de knel te komen. Voorzitter. U ziet dat de groep mensen die gebruikmaakt van het pgb en die onder de reikwijdte van deze wet valt, zeer divers is. Het varieert van mensen die volop deelnemen aan het arbeidsproces en een klein beetje zorg of hulp nodig hebben, tot mensen die ernstige lichamelijke beperkingen of psychische problematiek ervaren, van Wlz tot Wmo. Dit zijn mensen die een administratiedruk en een regeldruk ervaren die hun al uren per week kost. Van deze mensen, van wie in een groot aantal gevallen is vastgesteld dat ze geheel of gedeeltelijk ongeschikt zijn voor de arbeidsmarkt, vragen wij middels deze wet dat zij de verantwoordelijkheid en de personele druk van een gemiddelde mkb'er op zich nemen. Daarom heeft de SGP de noodklok geluid. Dit kan en mag niet de uitwerking zijn van deze wet. Voorzitter. De aanloop naar deze wetsbehandeling verliep chaotisch en zorgde voor veel onrust bij deze budgethouders en zorgverleners. Volgens het ministerie moest en zou het wetsvoorstel op 1 januari ingaan, of de Kamer er nu over had gesproken of niet. Mijn fractie vond het op zijn zachtst gezegd ongepast dat de druk op de Kamer werd opgevoerd door te stellen dat er al onomkeerbare stappen waren gezet en dat er geen pauzeknop meer was bij het inregelen van de IT-systemen van de SVB, die de regeling moet uitvoeren. Dat alles verdient niet de schoonheidsprijs. Dat zeg ik niet alleen, dat erkent deze minister inmiddels zelf ook. Terecht, want we praten nu immers over een wetswijziging die in feite al vanaf 1 januari wordt uitgevoerd, terwijl de Tweede en de Eerste Kamer zich er nog over moeten uitspreken. Dat is staatsrechtelijk spelen met vuur. Het parlement moet zijn eigen zorgvuldige afweging kunnen maken of dit inhoudelijk een goed voorstel is, zonder dat het tijdpad voor implementatie bij de uitvoerders belemmerend werkt. In alle haast is ervoor gekozen een nota van wijziging in te dienen, zodat de wijzigingen met terugwerkende kracht alsnog per 1 januari ingaan. De SGP heeft steeds nadrukkelijk aangedrongen op uitstel van de inwerkingtreding, juist om pgb-houders en zorgverleners de tijd te geven om zich voor te bereiden op de nieuwe regels. Wij zijn dan ook niet bepaald gelukkig met deze keuze, gelet op het fundamentele beginsel van rechtszekerheid. De wet is nog niet aangenomen, maar de belastingen en premies worden al geïnd. Artikel 88 van de Grondwet bepaalt dat wetten niet in werking treden voordat ze bekend zijn gemaakt. Dit beginsel is cruciaal. Burgers kunnen niet gebonden worden aan wettelijke bepalingen waarvan zij de inhoud nog niet kunnen kennen. Het achteraf van toepassing verklaren van regels ondermijnt deze rechtszekerheid, leidt tot onduidelijkheid en kan het vertrouwen in de overheid aantasten. Wetgeving moet transparant en voorspelbaar zijn. Dan is het uiterst onverstandig om met oogkleppen op aan te sturen op een datum van inwerkingtreding, omdat het niet anders kan volgens de uitvoerders, zonder oog te hebben voor de consequenties voor deze kwetsbare doelgroep. Tot op dit moment is voor budgethouders en hun zorgverleners nog altijd niet helder wat deze nieuwe wet voor hen betekent. De Kamer kan de wet bij amendering immers nog volledig aanpassen, maar zij kunnen zich daar niet meer op aanpassen, omdat we inmiddels na 1 januari leven. Onwenselijk. Hoe reflecteert de minister hierop en welke lessen trekt ze hieruit, zodat dit nooit meer voorkomt? Voorzitter. Waarom spreken we vandaag over dit wetsvoorstel? Eigenlijk was deze wetswijziging als hamerstuk aangemeld en zou die geruisloos de Tweede Kamer zijn gepasseerd. Toch meende mijn fractie de vinger op te moeten steken omdat wij vonden dat hier nog over gesproken moest worden in het parlement. Het gaat hier per slot van rekening over een aanpassing van wetgeving die aanzienlijke gevolgen heeft voor pgb-budgethouders en hun zorgverleners. De directe aanleiding is een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die bepaalde dat pgb-zorgverleners niet mogen worden uitgesloten van werknemersverzekeringen. Er zou namelijk sprake zijn van indirecte discriminatie. Het voorstel dat we vandaag bespreken moet dit aanpassen in de wet. Voordat we over de inhoudelijke wijzigingen spreken, zou ik willen stilstaan bij de motivatie van de Centrale Raad van Beroep. Op dit moment geldt dat een zorgverlener die minder dan vier dagen per week via een pgb zorg verleent aan een budgethouder geen recht heeft op een werkloosheidsuitkering. De Regeling dienstverlening aan huis is onder andere ooit in het leven geroepen om particuliere budgethouders te ontlasten, zodat budgethouders niet alle werkgeversverplichtingen hebben tegenover de zorgverleners. Ze zijn immers ook geen reguliere werkgever, maar particulieren die vanwege hun zorgbehoeften noodgedwongen een vorm van werkgeverschap op zich nemen. Deze bijzondere positie rechtvaardigde een ander stelsel met een afwijkend wettelijk regime. Dat vond de Centrale Raad van Beroep in 1996 ook. Het ging daarbij om een bewuste beleidskeuze, waarin een balans werd gezocht tussen sociale bescherming van zorgverleners en de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid voor pgb-houders. In 2023 kwam diezelfde raad echter tot een andere conclusie, namelijk dat de regeling leidt tot indirecte discriminatie omdat er relatief meer vrouwen dan mannen werkzaam zouden zijn via deze regeling. Mijn fractie vindt deze koerswijziging op z'n minst opmerkelijk. Het enkele feit dat een neutraal geformuleerde regeling in de praktijk vaker vrouwen raakt, betekent immers nog niet dat er sprake is van ongerechtvaardigde indirecte discriminatie. De regeling is niet ingevoerd met het oog op het geslacht, maar met het doel om particuliere zorgverlening mogelijk en toegankelijk te houden. Door dit beschermingsregime nu te framen als discriminerend ontstaat er bovendien het risico van een paternalistische benadering, waarbij vrouwelijke zorgverleners primair worden gezien als een kwetsbare groep die tegen zichzelf beschermd moet worden. Dat terwijl deze vrouwen en mannen niet zielig zijn. Zij zijn juist krachtige professionals, die met hun hart kiezen voor de zorg van hun vaak kwetsbare cliënten. Het is immers een bewuste, autonome keuze om liefdevolle zorg te verlenen via een pgb-arbeidsovereenkomst. Daarbij vraag ik me af of deze oplossing de situatie voor deze zorgverleners en hun budgethouders daadwerkelijk verbetert. Ik denk namelijk van niet. Dat moet wel worden meegewogen. Daarover straks meer. Voorzitter. Wat zijn de gevolgen van dit wetsvoorstel? Deze wet regelt de verzekeringsplicht voor de zorgverlener. Dat betekent dat de werknemer recht krijgt op een uitkering van de WW, ZW en WIA, maar dat moet natuurlijk wel ergens vandaan komen. De werkgever, in dit geval de pgb-houder, moet hiervoor premies afdragen. Omgerekend komen er hierdoor plotsklaps 20% werkgeverslasten bij. Nu komt het meest opmerkelijke: budgethouders moeten in gesprek gaan met hun zorgverlener om hun te vragen een loonsverlaging van soms wel 23% te accepteren. Welke werkgever vraagt zijn medewerker even om 20% van zijn salaris af te staan en welke werknemer accepteert zo'n loonsverlaging? In iedere andere sector zou het Malieveld vol staan, alleen al bij het idee, maar nu het over deze kwetsbare groep gaat, wordt dit zonder blikken of blozen doorgevoerd. Als de consequentie is dat de lonen van zorgverleners omlaaggaan, is hun positie juist verslechterd en leidt dit wetsvoorstel juist tot meer ongelijkheid in plaats van dat het discriminatie verhelpt. Budgethouders zitten met de handen in het jaar: "Ik kan mijn hulp toch niet vragen om 20% minder te gaan verdienen?" In de aanloop naar 1 januari jongstleden zijn daarom veel pgb-arbeidsovereenkomsten inmiddels beëindigd. Toegewijde zorgverleners kwamen noodgedwongen op straat te staan vanwege deze nieuwe regelgeving. Dat is toch niet hoe we in dit land met meneer en mevrouw De Vries, Natasja, Evert en Sanne omgaan? Hoe kijkt de regering zelf naar de onrust en de golf van noodgedwongen ontslagen die als gevolg van dit wetsvoorstel door het land gaat? Uitvoerders communiceren zelf dat het zo kan zijn dat budgethouders minder direct de zorguren kunnen inkopen omdat ze vanwege de nieuwe regelgeving meer geld kwijt zijn aan werkgeverslasten of dat zorgverleners moeten worden ontslagen of beter als zzp'er aan de slag kunnen gaan. Een citaat uit de uitvoeringstoets: "Op basis van de cijfers uit 2023 schat de SVB in dat voor ongeveer de helft van de budgethouders het tarief niet toereikend is." Wat de SGP betreft mag dit nooit het gevolg zijn van dit wetsvoorstel. Ik lees dat de regering dit ook onwenselijk vindt, maar toch neemt zij nog onvoldoende maatregelen om dit te voorkomen. Als we nog iets dieper de techniek induiken, zien we dat eventuele compensatie voor de kosten afhangt van de vraag of het pgb-budget uit de Wet langdurige zorg, de Wmo en de Jeugdwet of via de Zorgverzekeringswet wordt ontvangen. Ik loop ze kort langs. Op de website van de rijksoverheid is te lezen dat budgethouders vanaf 2026 maximaal twee jaar extra geld krijgen om de werkgeverspremies te betalen. Dat klinkt mooi, maar hoe zit dat na twee jaar? Dit is dus een tijdelijke dekking van de structurele kosten van een wetswijziging. En om hoeveel geld gaat het? 2026 is inmiddels ingegaan, maar er staat nog altijd: "Informatie over het extra budget volgt later." Dan de Wmo en de Jeugdwet. Ik lees: "Gemeenten mogen tijdelijk het pgb-budget ophogen, zodat budgethouders de werkgeverspremies hiervan kunnen betalen." Er is maar liefst een bedrag van 1,8 miljoen euro vrijgemaakt. Dat is omgerekend €5.000 per gemeente, terwijl grote gemeenten meerdere miljoenen kwijt zijn aan persoonsgebonden budgetten. Dit is dus slechts een druppel op een gloeiende plaat. Welke afspraken zijn met gemeenten gemaakt over compensatie van de extra kosten als gevolg van dit wetsvoorstel? Gemeenten hebben de wettelijke plicht om te zorgen voor toereikende pgb-tarieven. De tarieven zullen met ongeveer 20% moeten worden opgehoogd zodat er sprake is van structurele kostendekkende compensatie. Als dit niet gebeurt, worden de financiële gevolgen van deze wetswijziging afgewenteld op de budgethouder en zijn zorgverlener. Gemeenten kunnen het maximumtarief verhogen, maar wij horen van steeds meer budgethouders dan hun gemeente het maximumtarief niet ophoogt. Daar komt bij dat de rechter recent heeft bepaald dat een pgb-uurtarief gelijk aan het minimumloon voor het sociaal netwerk voldoende is, waardoor sommige gemeenten op het minimumloon uitbetalen. Nu de kosten voor de pgb-houders stijgen, zal het budget in veel gevallen verre van toereikend zijn. Mijn fractie maakt zich hier zorgen over. Is de regering bereid een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar toereikende en marktconforme informele tarieven bij arbeidsovereenkomsten? Ondertussen zegt de regering dat de zorgcontinuïteit van geen enkele budgethouder in gevaar mag komen, maar hoe wordt dit gemonitord? Of is dit een loze belofte? Wil de minister in elk geval toezeggen een invoeringstoets uit te voeren en de Kamer per kwartaal te informeren over de uitvoeringsgevolgen van het wetsvoorstel? Het kabinet zou de reactie van de NZa op dit wetsvoorstel met de Kamer delen, maar die heb ik nog niet gezien. Kan die voor de stemmingen alsnog worden gedeeld? Ik begrijp uit gemeenteland dat er verschillende percentages circuleren waarmee het bedrag zou kunnen worden opgehoogd. Veel gemeenten moeten hun verordeningen nog aanpassen. Dat betekent dat voor veel budgethouders ook na vandaag nog altijd onduidelijk is waar zij op kunnen rekenen. Daarnaast betekent invoering met terugwerkende kracht dat gemeenten alle beschikkingen opnieuw moeten vaststellen en aanleveren bij de SVB. Mijn fractie is bang dat dit grote uitvoeringstechnische problemen gaat opleveren. Is er een uitvoeringstoets gedaan ten aanzien van de inwerkingtreding met terugwerkende kracht, vraag ik de minister, en wat zijn daarvan de uitkomsten? Welke risico's zijn voorzien en hoe voorkomen we die? Voorzitter. Dan de Zorgverzekeringswet. De kleinste groep budgethouders ontvangt het budget via de zorgverzekeraar. Hier zit meteen het grootste probleem. 80% tot 90% van deze groep zit aan het maximumtarief dat gedeclareerd mag worden en zorgverzekeraars hebben geen wettelijke ruimte om boven het maximumtarief te compenseren. Als je aan het maximumtarief zit, moet je als budgethouder dus een lager uurtarief afspreken met je zorgverlener. Wat als die dat weigert? Dan kun je dus minder zorg inkopen. Ook is het niet mogelijk binnen de Zorgverzekeringswet bij te betalen uit eigen middelen, nog afgezien van de vraag of dat wenselijk zou zijn. Na alle onrust en vragen van de Kamer kwam de regering met een aparte oplossing voor het Zvw-pgb. Als de SVB de salarisadministratie van de budgethouder doet, krijgt die financiële ondersteuning. Ook hier is dat tijdelijk, voor slechts twee jaar. Deze groep van zo'n 10.000 Zvw-budgethouders is niet bekend bij en bereikbaar voor publieke instanties, waardoor het nu niet mogelijk is om vanuit de overheid in compensatie te voorzien. Daarom gaat deze wetswijziging voor hen nog niet in en wordt eerst gezocht naar een oplossing. Opvallend: eerst wordt bij hoog en laag beweerd dat dit wetsvoorstel geen uitstel kan lijden en dat het daarom desnoods met terugwerkende kracht moet ingaan, en nu blijkt toch dat een onderdeel later in werking kan treden. Voorzitter. Ik sprak de afgelopen weken veel bezorgde budgethouders. Iemand gaf aan dat zij haar zorg sinds dit jaar niet meer durft in te zetten. Ze is bedlegerig en heeft de hulp hard nodig, maar weet nog altijd niet wat de nieuwe regelgeving voor haar betekent. Net voor het weekend zou ze het moeilijke gesprek aangaan met haar zorgverlener. "Ik moet de hulp stopzetten. Ik weet niet meer hoe het moet." Het geeft haar al maandenlang grote stress. Ze belt de hele dag met de gemeente, de SVB en de zorgverzekeraar. Antwoorden krijgt ze niet, alleen maar meer vragen. Ze behoort tot de groep die pgb krijgt via de Zvw en is in beeld bij de SVB, maar ze is nog niet geïnformeerd over de compensatieregeling. Wanneer hoort zij meer? Ik lees ergens "voor de zomer", maar dat is veel te laat. Om welk bedrag gaat het en wie vallen hieronder? Haar verzekeraar compenseert op dit moment nog helemaal niets, waardoor haar probleem nog altijd niet is opgelost. Voorzitter. Deze wet regelt niet alleen de verzekeringsplicht, waar de uitspraak van de rechter op ziet, maar gaat veel verder. Er wordt nog een hele trits extra werkgeversverplichtingen opgelegd aan budgethouders. Laten we beginnen bij de buitensporig lange loondoorbetaling bij ziekte en alles wat daarbij komt kijken. Tot 1 januari moesten budgethouders 6 weken het loon doorbetalen. Met deze wet wordt dat 104 weken. En ja, de SVB compenseert de salariskosten van de zieke zorgverlener, maar de werkgever blijft eindverantwoordelijk voor het twee jaar lange ziektetraject. Klopt het dat de SVB enkel compenseert voor het actuele budget? Als de indicatie wordt verlaagd of eindigt, is dat risico dus voor de werkgever. Wordt dit financiële gat dan niet aangevuld? Een doorsneewerkgever bezwijkt soms al bijna onder de administratieve lasten en de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet verbetering poortwachter, laat staan deze kwetsbare mensen, die al genoeg pgb-formulieren en regelsores aan hun hoofd hebben voor hun eigen situatie. Om een indruk te geven: als je medewerker langdurig ziek is, moet er vervanging worden geregeld, er moet een plan van aanpak worden opgesteld, er moeten re-integratieactiviteiten worden georganiseerd, er moeten gesprekken worden gevoerd met arbodiensten en UWV, en er moet periodiek worden geëvalueerd en gedocumenteerd dat alle stappen zijn uitgevoerd. Er moet zelfs worden bekeken en aangetoond dat ander werk bij de huidige werkgever niet mogelijk is. Dat komt allemaal op het toch al overvolle bordje van meneer en mevrouw De Vries, Sanne en Evert, uiteraard met hulp van de SVB, maar zij blijven formeel de werkgever, met de bijbehorende verantwoordelijkheden, ook al hebben ze nauwelijks ervaring met arbeidsrecht of re-integratie. Gaat er iets mis, dan worden zij erop aangekeken en zijn de consequenties voor hen, aangezien ze persoonlijk aansprakelijk zijn. Dat is een vergaande stap, terwijl de rechter nog niet heeft opgedragen dat de volledige loondoorbetaling bij ziekte ook bij de budgethouder moet komen te liggen. Op dit moment is dat onder de rechter, maar de SGP vindt het niet verstandig om vooruitlopend daarop nu al zo'n vergaande wijziging door te voeren. Daarom heeft de SGP een amendement ingediend om deze verplichting nu te schrappen. Ook heb ik amendementen ingediend op alle andere werkgeversverplichtingen die niet rechtstreeks voortvloeien uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Het gaan dan om verlofregelingen. Budgethouders worden ook voor alle soorten verlof van de zorgverlener verantwoordelijk. Dat geldt ook voor scholing die betaald mag worden uit het pgb en de Wet flexibel werken, waarbij werknemers een formeel verzoek in kunnen dienen bij de werkgever om hun werk flexibeler in te richten. Tot slot wordt het reguliere ontslagrecht van toepassing op de pgb-arbeidsovereenkomst. Het laatste betekent dat er eerst toestemming van het UWV of instemming van de werknemer nodig is om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan, terwijl dat op dit moment niet vereist is. Ook hierbij moeten we scherp voor ogen houden dat het niet gaat om een reguliere arbeidsrelatie. Een budgethouder heeft zorgverleners die vaak bij hem of haar in de privésfeer komen en soms zelfs moeten helpen bij de meest intieme dingen, zoals douchen of toiletbezoeken. Je bent dan totaal afhankelijk van je zorgverlener. Je geeft je letterlijk en figuurlijk bloot aan hen, dus moet er ook een bijzondere vertrouwensband zijn. Het kan zijn dat het om de een of andere reden niet klikt, of dat er andere persoonlijke redenen zijn waarom een budgethouder niet verder kan of wil met een zorgverlener. Dan moet er toch redelijkerwijs bepaalde ruimte zijn om afscheid te nemen van die persoon. Wat de SGP betreft blijft die ruimte er. Daarom heb ik hier ook een wijzigingsvoorstel op ingediend. Tot slot wil ik ook nog even iets verder kijken dan deze wetswijziging. De Regeling dienstverlening aan huis is namelijk niet voor niets ooit in het leven geroepen. Het doel was om het inhuren van mensen voor hulp in en om het huis door particulieren eenvoudiger en goedkoper te maken, door administratieve en financiële lasten voor de opdrachtgever te verminderen. Met deze wetswijziging wordt dat doel voor budgethouders grotendeels om zeep geholpen, terwijl zij — ik herhaal het nog maar eens — geen doorsnee werkgever zijn. Een aantal vragen hierover aan de bewindslieden. Erkennen zij dat de beweging naar volwaardig werkgeverschap juist niet de oorspronkelijke bedoeling van deze regeling is? Wat vinden ze daarvan? Het pgb-landschap is inmiddels verworden tot een groot oerwoud met ingewikkelde administratieve lasten voor werkgeverschap, in elkaar grijpende wetgeving en maar liefst vier zorgwetten waarbinnen pgb mogelijk is. Wordt het niet tijd om toe te werken naar één overzichtelijk landschap, met een eenvoudig juridisch kader waarbij de arbeidsrechtelijke kant nadrukkelijk wordt meegenomen? Eerder voerde ook de SVB een dergelijk pleidooi. Wil het kabinet toezeggen te komen met een verkenning naar een eenvoudiger en lichter toekomstig regime voor pgb-houders, onder andere ten aanzien van arbeidsrechtelijke verplichtingen, zoals de Wet verbetering poortwachter en de Wet arbeidsmarkt in balans? Voorzitter. U hebt gemerkt dat ik er de tijd voor heb genomen, maar dat was nodig om helder te maken dat er veel mis is met deze wet. Pgb-houders en hun zorgverleners komen in de knel door een goed bedoelde, maar slecht doordachte wetswijziging. Dat moeten we niet laten gebeuren. Waar de rechter de positie van zorgverleners bedoelde te verbeteren, dreigt in de praktijk een verslechtering van hun positie en wordt de continuïteit van zorg aan mensen met een pgb in gevaar gebracht. Daarom heb ik concrete wijzigingsvoorstellen aangedragen. Ook de aanloop naar deze wetswijziging had echt anders gemoeten. Laten we nu vooral naar voren kijken hoe we de schade kunnen herstellen of zo veel mogelijk kunnen voorkomen, voor Evert, Natasja, Sanne en het echtpaar De Vries. Dank u wel.
Versie cfa399cb14de624b5cf96186a987ab8c1c6a5b58b112d426b2d7b7240830a778 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.