Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
statement · 19 jan 2026 · Tweede Kamer
Minister Paul: Ik verwees al naar het feit dat ik nog uitgebreider op dat proces terug zou komen in dat blokje. Voor de goede orde: dit wetsvoorstel en wetgeving überhaupt verdienen het dat wij ze zorgvuldig en uitgebreid behandelen. Ik zal wat inleidende woorden wijden aan dit wetsvoorstel en daarna — ik ga nu maar even naar de laatste bladzijde van mijn inleidende tekst — komen de volgende blokjes aan de orde. Het eerste blokje gaat over de reikwijdte. Het tweede blokje gaat over het proces. In het derde blokje ga ik in meer detail in op budgethouders en zorgverleners. Het vierde blokje gaat over eventuele arbeidsmarkteffecten. In mijn laatste blokje geef ik tot slot graag een reactie op de verschillende ingediende amendementen. Voorzitter. Ik was aan het uitweiden over de verschillende zaken die we met deze wet regelen. Deze bepalingen worden opgeheven voor pgb-zorgverleners die onder deze regeling vallen, waardoor zij dezelfde bescherming krijgen als andere werknemers. Die verdienen zij ook, want deze zorgverleners verrichten zeer belangrijk werk voor budgethouders, bijvoorbeeld als huishoudelijke hulp of bij de persoonlijke verzorging, verpleging of begeleiding. Ik wist al hoe belangrijk dit werk is, maar door de gesprekken met budgethouders en betrokken organisaties zoals Per Saldo staat het belang van dit werk mij nog scherper op het netvlies. Op dit moment voert het UWV de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van maart 2023 al zo goed mogelijk uit. Pgb-zorgverleners kunnen dus al in aanmerking komen voor een uitkering bij het UWV, bijvoorbeeld voor een WW-uitkering. Het wetsvoorstel regelt ook dat er premies, werknemersverzekeringen en loonbelasting worden betaald. De SVB ondersteunt budgethouders hierbij. In de beantwoording door de staatssecretaris zal zij hier dieper op ingaan, zoals ook aangegeven in de brieven die aan uw Kamer zijn verzonden en in de beantwoording van de schriftelijke vragen. Door sommige van uw leden is gevraagd of de hele Regeling dienstverlening aan huis niet afgeschaft zou moeten worden. Voor de goede orde: dit wetsvoorstel beperkt zich tot de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van maart 2023, en dus tot dienstverlening op basis van pgb's. De ondersteuning van budgethouders die de SVB biedt, speelt hierbij een belangrijke rol. De argumenten die de Regeling dienstverlening aan huis noodzakelijk maken, zijn op andere vormen van dienstverlening aan huis nog steeds van toepassing. Denk bijvoorbeeld aan de klusjesman of de schoonmaker die werkt voor een particuliere werkgever. Volledige afschaffing van de Regeling dienstverlening aan huis leidt tot meer kosten voor particuliere werkgevers. Bij toenemende kosten bestaat het risico dat particulieren deze werkzaamheden op een andere, niet wenselijke manier inrichten, denk bijvoorbeeld aan zwartwerk, en dat wil het kabinet tegengaan. Het is hierbij wel van belang om te benoemen dat pgb-budgethouders die werken met arbeidsovereenkomsten onder de Rdah al werkgever zijn. Er gelden diverse verplichtingen. Zo moet er een eerlijk loon betaald worden, hebben de werknemers recht op vakantie en moeten er bij ontslag een geldige reden zijn én de opzegtermijn in acht genomen worden. Bij de uitvoering van deze werkgeverstaken kunnen pgb-houders gebruikmaken van de dienstverlening door de SVB. Het wetsvoorstel zorgt er ook voor dat er premies ingehouden en afgedragen worden door de budgethouders. Er is tijdelijke compensatie geregeld voor alle budgethouders die bekend zijn bij de SVB en de SVB ondersteunt budgethouders bij de aanvullende werkgeverstaken. Zo worden ze ontlast en ondersteund bij de salarisadministratie en geholpen met onder andere een bedrijfsarts en een rechtsbijstandsverzekering. Bovendien heeft mijn collega, de staatssecretaris voor Langdurige en Maatschappelijke Zorg, in overleg met zorgverzekeraars geregeld dat er tijdelijke financiële compensatie komt voor een groot deel van de budgethouders die hun pgb ontvangen vanuit de Zorgverzekeringswet en die bekend zijn bij de SVB. Alleen de groep budgethouders die financiering ontvangt vanuit de Zorgverzekeringswet en die zich nog niet vrijwillig laat bijstaan door de SVB kan niet worden gecompenseerd. Voor hen wordt nog gezocht naar een oplossing en treedt het wetsvoorstel dan ook later in werking. Hierover heeft mijn collega uw Kamer op 18 december 2025 per brief geïnformeerd. Samen met Zorgverzekeraars Nederland wordt gezocht naar een manier om ook deze groep budgethouders te bereiken. Voorzitter. Tot slot van mijn inleiding wil ik nogmaals het belang van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel met terugwerkende kracht per 1 januari benadrukken. Deze terugwerkende kracht geldt ook ten aanzien van de compensatie van de budgethouders die bekend zijn bij de SVB. Zij ondervinden hier aldus geen nadeel van. Met dit wetsvoorstel wordt de ongelijke behandeling van en onduidelijkheid voor burgers weggenomen, conform de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van maart 2023. Uitvoerders zijn inmiddels aan de slag met de implementatie van het wetsvoorstel om de gelijke behandeling van pgb-zorgverleners te borgen. Er zijn belangrijke stappen richting inwerkingtreding per 1 januari 2026 genomen. Budgethouders die bekend zijn bij de overheid zijn actief geïnformeerd en ook zij hebben de nodige stappen gezet. Daarom is ook een nota van wijziging ingediend om voor de meeste groepen budgethouders het wetsvoorstel met terugwerkende kracht op 1 januari jongstleden in te laten gaan. Dit wetsvoorstel brengt daarmee de wet in lijn met jurisprudentie en het Europese recht. Hiermee zorgen we uiteindelijk voor duidelijkheid en zekerheid bij budgethouders, zorgverleners en uitvoerders. Daarom vraagt de regering uw Kamer bij monde van de staatssecretaris en mijzelf om in te stemmen met dit wetsvoorstel. Dan ga ik nu in op alle vragen die gesteld zijn. Dat waren er behoorlijk wat. Ik zal dat doen in de blokjes die ik al even genoemd heb. Ik begin met het eerste blokje over de reikwijdte. De leden Wendel, Bühler en Ceulemans stelden de vraag waarom ik verder ga dan de rechterlijke uitspraak en waarom we niet afwachten wat de lopende rechtszaken brengen. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep vormt de aanleiding van dit wetsvoorstel, en geen andere reden. In die zin is de mening van het kabinet over de vraag of er sprake is van indirecte discriminatie minder relevant. Door de uitspraak van de Centrale Raad moeten de rechten van de verschillende groepen zorgverleners met elkaar gelijkgetrokken worden. Dat volgt uit Europees recht en dat wordt met dit wetsvoorstel geregeld. De Centrale Raad heeft inderdaad geoordeeld over de uitzondering in de werknemersverzekeringen. Met dit wetsvoorstel worden ook de rechten in het arbeidsrecht gelijkgetrokken. Vanuit de Kamer is aangegeven dat dit wetsvoorstel daarom te ver gaat en dat er eigenlijk sprake is — even in mijn eigen woorden — van overkill. Volgens de regering zijn ook andere uitzonderingen voor pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst van minder dan vier dagen niet goed te rechtvaardigen. Voor deze uitzonderingen geldt namelijk dezelfde Europese toets en daar liggen ook dezelfde overwegingen aan ten grondslag. Het is dus, zeg ik in alle eerlijkheid, een risico-inschatting of deze overige uitzonderingen wel standhouden. Mocht dat niet zo zijn ... Er lopen op dit moment allerlei rechtszaken, overigens niet alleen richting de SVB, maar ook rechtszaken tegen individuele pgb-budgethouders. Mochten die uitspraken uiteindelijk anders uitwijzen, dan is er weer reparatiewetgeving nodig. Als dat gebeurt, leidt dat tot wijziging op wijziging voor pgb-houders, pgb-zorgverleners en de uitvoering. Ook dat vinden wij als regering onwenselijk. Voor deze uitzonderingen geldt namelijk dezelfde Europese toets en daar liggen ook dezelfde overwegingen aan ten grondslag. Het is dus inderdaad een risico-inschatting of deze overige uitzonderingen wel standhouden. Ik refereerde al aan de rechtszaken die er op dit moment lopen. Die gaan bijvoorbeeld over de loondoorbetalingsperiode bij ziekte, waarbij pgb-zorgverleners zich beroepen op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Er loopt ook een handvol beroepsprocedures. Gevraagd is ook hoe het loopt met die rechtszaken en wanneer wij daar meer over komen te weten. De zittingsdata zijn door de rechter nog niet vastgesteld. Wanneer deze zaken voorkomen, is dus niet te voorspellen. De verwachting is dat het nog even op zich kan laten wachten voordat er uitspraak wordt gedaan in deze zaken. In alle eerlijkheid: ik wil daar niet op wachten, maar dat is duidelijk, want anders had ik het wetsvoorstel niet op deze manier ingediend.
Versie cfa399cb14de624b5cf96186a987ab8c1c6a5b58b112d426b2d7b7240830a778 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.