Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
statement · 19 jan 2026 · Tweede Kamer
De heer Neijenhuis (D66): Voorzitter, dank u wel. Dit is mijn eerste wetsbehandeling als Kamerlid, en wat voor een meteen! Al voordat we de wet hier kunnen bespreken, is die eigenlijk al ingegaan. Bovendien is ons duidelijk gemaakt dat de invoering in alle ICT-systemen maar liefst anderhalf jaar kostte en aanpassingen dus praktisch onuitvoerbaar zijn. Of we even willen tekenen. Ik kijk even naar de Kamerleden die hier al wat langer zitten. Gaat het altijd zo hier? Over dat proces heb ik dus nog wel wat vragen, maar laat ik beginnen met de mensen die voor mij centraal staan in het beoordelen van deze wet. Dat zijn de budgethouders en hun zorgverleners. D66 vindt dat het pgb altijd een volwaardig alternatief moet zijn voor zorg in natura, waarmee mensen hun eigen zorg kunnen regelen. Een jongere met een handicap die ook een studie wil volgen, iemand met een uitdagende baan die ook hulp nodig heeft, een budgethouder met een zeldzame aandoening: het kunnen allemaal mensen zijn waar de gewone thuiszorg vaak niet op is ingericht. Voor hen is vaak de beste, of soms zelfs de enige, oplossing om een groot team te verzamelen van mensen die allemaal een klein beetje meehelpen en daarvoor een passende vergoeding krijgen. Dat zijn de mensen voor wie het pgb een essentiële voorwaarde is om mee te doen in de samenleving, en die mensen moeten we voor ogen hebben. Een deel van deze budgethouders heeft weloverwogen gekozen voor de ruimte die de wet bood om niet voor alle zorgverleners alle werkgeversverplichtingen op zich te nemen. De rechter zet nu een streep door die mogelijkheid. Daar kunnen we met z'n allen van alles van vinden, maar laten we er vooral voor zorgen dat budgethouders en hun zorgverleners op een goede manier verder kunnen gaan na deze uitspraak. Daar hadden we wel zorgen over, want budgethouders hebben nu al enorme administratieve lasten. Daar komen nu ook nog eens deze werkgeversverplichtingen bij. Ik kom uit de financiële hoek, en als daar extra uitgaven worden voorgesteld, moet je volgens de begrotingsregels elders ook altijd weer compenserend bezuinigen. Heeft de minister overwogen om die gedachtegang ook hier voort te zetten, en voor deze extra administratieve lasten ook te zoeken naar onderdelen waar de administratie voor pgb-houders juist versimpeld kan worden, als een soort compenserende administratievelastenverlichting? Nu wordt direct gezegd dat veel taken van die extra verplichtingen geregeld kunnen worden via de Sociale Verzekeringsbank. Zijn budgethouders ook voldoende op de hoogte van deze mogelijkheid? Klopt het dat zelfs nu de compenserende middelen in de Zvw afhankelijk zijn van het regelen van zaken via die SVB-route, er nog steeds niet meer budgethouders zich hebben aangemeld bij de Sociale Verzekeringsbank? Dat lijkt me geen goed teken. Wat gaat de minister of de staatssecretaris doen om deze route beter onder de aandacht te brengen, behalve de acties die tot op heden blijkbaar nog niet het gewenste effect hebben bereikt? En, voor het geval het een succes wordt: kan de Sociale Verzekeringsbank het eigenlijk wel aan als er opeens wel een groot aantal budgethouders aanklopt? Kan de minister meer inzicht bieden in hoe die uitvoering via de Sociale Verzekeringsbank dan verloopt? Is het financieel eigenlijk wel aantrekkelijk, en welke taken worden dan uit handen genomen? Zijn er nog steeds tijdrovende verplichtingen in die route die wél via de budgethouders blijven lopen? Houden budgethouders ook nog voldoende eigen regie? Een specifieke groep waar ik me zorgen over maak zijn de budgethouders via de Zorgverzekeringswet. We kregen daar haast surreële verhalen te horen — ze zijn hier ook al eerder aan de orde geweest — van budgethouders die wel meer werkgeverslasten moesten betalen, maar waar het maximumtarief van de zorgverzekeraar niet steeg. Die extra lasten moesten dus ten koste gaan van het nettoloon van de zorgverlener. Dat kun je eigenlijk niet vragen van mensen. Zelfs als mensen het verschil uit eigen zak wilden bijpassen, mocht dat niet. Het maximumtarief was leidend. Zien de minister en de staatssecretaris het risico dat deze werkwijze zorgverleners ertoe aanzet om als zzp'er te gaan werken, terwijl ze dat eigenlijk liever niet zouden willen? Complimenten aan het kabinet dat het in de laatste weken van het vorige jaar nog een oplossing heeft uitgewerkt voor deze groep, door compensatie te bieden, vergelijkbaar met bij de Wlz-groep. Dat is natuurlijk een stap in de goede richting. We hebben nog wel enkele vragen. Klopt het dat de systematiek van het maximumtarief dat ik net heb benoemd, de komende jaren nog steeds blijft? Dat heeft het risico dat mensen in sommige gevallen niet de volledige werkgeverslasten kunnen bijpassen, omdat ze dan boven het maximumtarief zouden komen, zelfs als het tarief van de verzekeraar onder het tarief van VWS ligt. Graag hoor ik een reactie van het kabinet op het amendement van D66, dat ik heb ingediend, om voor deze groepen een hardheidsclausule in de wet op te nemen. Zo kan het maximumtarief van de verzekeraar in schrijnende gevallen worden omzeild door de minister. Hoe kan het dat de invoering van deze wet al anderhalf jaar loopt en de compensatie in de Zvw pas twee weken voor inwerkingtreding geregeld is? Waarom stond dat niet eerder op het netvlies? Verder is deze compensatie slechts voor twee jaar, net als bij de Wlz. Dat roept eigenlijk meteen de vraag op of we niet alleen die problemen voor budgethouders in de knel twee jaar vooruitschuiven, maar zij dan ook alsnog met hetzelfde probleem te maken krijgen. Hoe kijken de minister en de staatssecretaris naar het amendement van D66 om hier zicht op te houden door binnen twee jaar een gedeeltelijke evaluatie te doen naar de toereikendheid van deze compensatie? Zo kunnen we bijsturen voordat de middelen aflopen. Voorzitter. Dan heb ik nog vragen over hoe we in dit proces terecht zijn gekomen. Een wet die al is ingegaan en feitelijk niet meer te herzien is met terugwerkende kracht behandelen, kan natuurlijk niet. Aan de andere kant snap ik dat het ook problemen oplevert om pas na de hele wetsbehandeling te beginnen met de complete uitvoering van een wet, die in dit geval blijkbaar anderhalf jaar duurt. Voormalig Kamerlid Pieter Omtzigt somde een paar jaar terug eens op hoeveel wetten er eigenlijk al waren aangenomen maar nog niet in werking waren getreden omdat de uitvoering nog niet klaar was. Dat waren er een heleboel. Hij had natuurlijk een punt: dat is ook geen ideale situatie. Hoe gaan we dit in de toekomst voorkomen? Waarom is er in dit traject niet voor gekozen om de Kamer van te voren eens goed mee te nemen en te informeren over de onderliggende keuzes van deze wet? Dan was de Kamer op dit moment nog steeds gebonden aan de keuzes die toen gemaakt zijn, maar waren die keuzes in ieder geval wel gemaakt aan de hand van uitgangspunten waar ze zelf medeverantwoordelijk voor was. Wordt er verder nagedacht over een democratisch verantwoorde procedure om de Kamer te betrekken bij wetten die zo'n lange invoeringstermijn kennen? Het onderliggende probleem. Is het een gegeven dat de invoering van zo'n wet maar liefst anderhalf jaar moet duren? Wordt er ook gekeken naar maatregelen zodat wetsaanpassingen zoals deze veel sneller kunnen worden doorgevoerd in ICT-systemen? Dan zijn amendementen nog mogelijk en wordt het geen alles-of-nietskwestie. Met deze vragen en voorstellen hoop ik een oplossing te kunnen bieden aan de zorgverleners en de pgb-houders die op dit moment in onzekerheid zijn vanwege deze wet. Ik kijk uit naar de antwoorden van het kabinet. Dank u wel.
Versie cfa399cb14de624b5cf96186a987ab8c1c6a5b58b112d426b2d7b7240830a778 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.