Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
statement · 19 jan 2026 · Tweede Kamer
Minister Paul: Ik ga verder met de vraag van de heer Flach of met dit wetsvoorstel het doel van de Regeling dienstverlening aan huis niet teniet wordt gedaan. Het doel van die Regeling dienstverlening aan huis is het stimuleren van de markt voor particuliere dienstverlening en het tegengaan van zwartwerk. Voor private dienstverlening aan huis zijn deze doelen naar het oordeel van het kabinet nog steeds aan de orde. Ik gaf in mijn inleidende tekst of in een eerder antwoord al aan dat als de kosten te hoog worden of de werkgeversverplichtingen te veel en te ingewikkeld worden, particulieren uitwijken naar eenvoudige alternatieven zoals zwartwerk. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat specifiek in het geval van publiek gefinancierde dienstverlening de redenen die de Rdah noodzakelijk maken niet opgaan. Er is immers sprake van ondersteuning en compensatie door de SVB. Het wetsvoorstel richt zich dan ook specifiek op het pgb en dus publiek gefinancierde dienstverlening aan huis, en niet op de transacties die plaatsvinden in de private sector. Mevrouw Patijn vroeg of ik nader kan toelichten waarom er voor de private markt geen sprake zou zijn van indirecte discriminatie. Ik gaf net al richting de heer Flach aan waar die regeling überhaupt voor bedoeld is. Voor de private dienstverlening aan huis zijn de doelen naar het oordeel van het kabinet nog steeds aan de orde. Ik acht het onderscheid met de andere particuliere werkgevers op de private markt dus gerechtvaardigd en geen indirecte discriminatie. Als kosten te hoog worden en de werkgeversverplichtingen te veel en te ingewikkeld, dan wijken particulieren uit naar eenvoudige alternatieven, zoals ik net al aangaf. Een dergelijke vlucht levert zeker geen verbetering op voor de groepen die mevrouw Patijn noemt. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat specifiek in het geval van die publiek gefinancierde dienstverlening de redenen die de Rdah noodzakelijk maken niet opgaan. Nou, dit is eigenlijk een herhaling van wat ik ook tegen de heer Flach zei. Dan ga ik door naar het tweede blokje, over het parlementaire proces. Ik begin met een vraag van de leden Neijenhuis, Flach, Wendel en Ceulemans. Volgens mij heeft vrijwel iedereen hier wel iets over gezegd. Hoe reflecteer ik op de gang van zaken? Welke lessen trekt de regering hieruit? Ik heb al aangegeven, ook in mijn brieven, en ik wil dat nogmaals zeggen, dat de hele gang van zaken heel ongelukkig is. Ik heb ook aan de andere kant van de tafel gezeten. Ik weet dat er af en toe dingen voorbijkomen waarbij je de druk vanuit het kabinet voelt en je het idee hebt dat het een soort stikken of slikken is. Dat voelt gewoon niet goed. Als Kamer wil je je taak goed en volledig kunnen uitvoeren en niet het idee hebben dat je onder druk wordt gezet om bij het kruisje te tekenen. Dat gevoel hebt u allemaal verwoord en ik begrijp dat volledig. Dit moeten we echt zien te voorkomen. Wat heb ik dus gedaan? Ik heb in ieder geval binnen het ministerie hiervoor aandacht gevraagd om te voorkomen dat deze ongelukkige en onfortuinlijke situatie nogmaals voorkomt. Ook heb ik de collega's gevraagd, de collega-ambtenaren, om deze lessen ook in de Ambtelijke Commissie Publieke Dienstverlening in te brengen. Die Ambtelijke Commissie Publieke Dienstverlening bestaat uit vertegenwoordigers van ministeries, toezichthouders, de publieke dienstverleners maar ook gemeentes en provincies. Zij spelen met elkaar een sturende rol binnen het programma Werk aan Uitvoering en delen onderling kennis, ervaring en ambities om de dienstverlening te verbeteren. Het ministerie van SZW heeft daarin een coördinerende rol. Bij wetgeving hebben wij natuurlijk heel vaak te maken met implementatie en een implementatieperiode, vaak ook met zaken die in systemen, in IT-systemen aangepast moeten worden. Met onze inspanningen willen we voorkomen dat we alleen bij VWS en SZW lering trekken dat er echt geen onomkeerbare stappen gezet worden zonder dat de Tweede Kamer hierover een oordeel heeft kunnen vellen. Kijk, het is heel simpel, nog los van het feit dat de staatssecretaris en ik een paar maanden geleden zijn aangetreden en met het voortraject weinig van doen hadden. Dat zeg ik niet om onszelf vrij te pleiten, want er geldt ook zoiets als ministeriële verantwoordelijkheid en die neem ik serieus. Het verleden kan ik niet ongedaan maken, maar we kunnen wel kijken hoe we hiervan kunnen leren. Daarbij is ook dit heel belangrijk. We spraken eerder — de heer Neijenhuis refereerde daar al aan — over een implementatieperiode en implementatietrajecten. Ik denk dat het cruciaal is dat de Kamer daarin goed wordt meegenomen. Dat is in dit traject onvoldoende gebeurd. Er is in mei vorig jaar met de Kamer gedeeld welke stappen er gezet zouden worden, maar mijn inschatting is dat dit niet expliciet genoeg is gedaan en dat ook niet duidelijk genoeg is gemaakt dat met de stappen die bij UWV en SVB gezet werden, er onomkeerbare stappen werden gezet die niet zomaar met een druk op de knop te herroepen waren. Nou ja, dat had niet zo moeten gebeuren. Ik denk daarom dus dat het heel belangrijk is om ervoor te zorgen dat deze les breed wordt gedeeld binnen de overheid, in ieder geval binnen de verschillende departementen. De heer Neijenhuis wees erop dat de voorbereiding van de invoering van zo'n wet maar liefst anderhalf jaar duurt en vroeg of er ook wordt gekeken naar maatregelen om wetsaanpassingen veel sneller te kunnen doorvoeren. Dat is altijd een balans. Sommige zaken zou je misschien heel veel sneller willen invoeren, maar zorgvuldige voorbereiding en invoering van wetten vraagt simpelweg tijd. Daarbij is het belangrijk dat burgers tijdig worden geïnformeerd. Bij een wetstraject zoals dit zijn bovendien meerdere uitvoeringsorganisaties en andere belanghebbenden betrokken. Ook met de invoering bij uitvoeringsorganisaties is tijd gemoeid, bijvoorbeeld omdat IT-systemen aangepast moeten worden, bijvoorbeeld de loonadministratiesystemen. Maar goed, ik zei hiervoor al dat je aan de ene kant de tijd moet nemen die nodig is, maar ik hoop dat u van mij wilt aannemen dat we niet onnodig tijd nemen om zaken te implementeren, want daar is geen enkele reden voor. Het is zoeken naar een balans tussen snelheid en zorgvuldigheid. De heer Neijenhuis vroeg ook waarom er in dit traject niet voor gekozen is om de Kamer van tevoren mee te nemen. Daar heb ik zojuist het nodige over gezegd. Het is heel vervelend dat de Kamer zich onder druk gezet heeft gevoeld in dit wetgevingstraject. Dat was zeker niet mijn bedoeling, dat was zeker niet onze bedoeling. Vanwege de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van maart 2023 is het van belang dat dit wetsvoorstel geïmplementeerd wordt. Daar hebben wij ons als kabinet toe te verhouden. Vorig jaar werd uit de uitvoeringstoetsen duidelijk dat 1 januari 2026 de snelst mogelijke inwerkingtredingsdatum was. Het dilemma dat de heer Neijenhuis schetste is precies de reden dat er al eerder stappen zijn gezet om te voorkomen dat het na deze behandeling nog minstens anderhalf jaar zou duren. Maar goed, we hebben daarvan geleerd, wij als kabinet, dat de Kamer hierin veel beter meegenomen had moeten worden.
Versie cfa399cb14de624b5cf96186a987ab8c1c6a5b58b112d426b2d7b7240830a778 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.