Uitspraak · 18 mei 2026 · Tweede Kamer
Wijziging van de begrotingsstaten op IenW-terrein voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Brontekst
Staatssecretaris Bertram: Voorzitter, dank u wel. Ook van mijn kant een onderstreping van het betoog van de minister dat wij er echt alles aan doen, zoals wij in het vorige debat ook hebben gezegd, om alles uit de kast te trekken om infrastructuur en instandhouding, ook voor het spoor, echt weer hoog op de agenda te krijgen. We willen daar ook zo goed mogelijk mee omgaan, omdat wij ook vinden dat hoe wij het dossier nu hebben aangetroffen ... Dat heeft allerlei redenen, dus daar hebben we ook helemaal geen kwalificaties over, maar het is wel superbelangrijk dat we dit probleem een keer getackeld krijgen, dus wij gaan daar alles aan doen. Ik wil dat betoog nog een keer onderstrepen. Mevrouw Wiersma achtte ons er ook toe in staat; dat is fijn! Nu moeten we het dus nog laten zien. Ik heb vier vragen over. Er is een vraag over de betaalbaarheid, uiteraard een vraag over de Lelylijn, een vraag over deelmobiliteit — zo had ik 'm althans opgevat, maar daar kom ik vanzelf op terug — en een vraag van mevrouw Wiersma over de regio maar vooral over Meppel en hoe het daarmee staat. Voorzitter. Als eerste de betaalbaarheid. Dat was een vraag van u. Ik heb in het vorige commissiedebat gezegd dat ik vier grote prioriteiten heb. Een daarvan is de betaalbaarheid. ABDTOPConsult is met een onderzoek bezig om de relatie tussen de financieringsstromen en de betaalbaarheid te inventariseren. Dat rapport verwachten wij voor de zomer. De appreciatie zal ik dan na de zomer geven. Voor de zomer krijgt u in ieder geval het rapport. Ik vind het belangrijk om daarbij het volgende te zeggen. Ik had u in het commissiedebat beloofd dat er een taskforce komt met de vervoerders. Die taskforce is inmiddels in het leven geroepen. Ook die taskforce houdt zich bezig met de vraag — daar gaan we het ABDTOPConsult-rapport bij betrekken — hoe we uiteindelijk de betaalbaarheid van het ov handen en voeten kunnen geven. Dat zijn dus eigenlijk de twee lijnen waarlangs ik het punt van de betaalbaarheid zou willen tackelen. Daarbij hoort uiteraard het 49 euroticket voor drie maanden; dat heeft het kabinet toegezegd. Ik heb vorige keer in het tweeminutendebat gezegd dat je moet doen wat je beloofd hebt. Dat is dus zeker ook onderdeel van dat pakket. Die andere twee lijnen zijn ook in gang gezet. Die vind ik belangrijk. Het was denk ik ook onze conclusie in het commissiedebat dat je een structurele lijn nodig hebt: hoe ga je om met betaalbaarheid? Dan de Lelylijn. Ik heb dit weekend ook nog eens even het gesprek bekeken dat u als commissie met de heer Knot hebt gehad. Ik ben namelijk ook zeer geïnteresseerd in dit dossier; dat heb ik bij het commissiedebat gezegd. Het is ook een belangrijk dossier. Er zijn een paar punten die mij in ieder geval na aan het hart liggen; dat weet u. Het is belangrijk om ook in de breedte naar regio's te kijken als het gaat om economische structuurversterking, nationale cohesie, agglomeratie-effecten. Stel dat er woningbouw wordt gepleegd. Het moet nog blijken wat voor effecten dat dan heeft. Ik denk dat dat allemaal successievelijk argumenten zijn die voor het kabinet van belang zijn en die we in de afweging zo meteen een plek moeten geven. Tegelijkertijd moet je — dat zei de heer Knot natuurlijk ook — in die MIRT-systematiek ongeveer 75% geregeld hebben. Er zat overigens natuurlijk veel meer in de "Lelylijnpot". Toen ik aantrad, zat er 650 miljoen in. Dat is bij lange na niet die 75% die je wel nodig hebt. Ik heb ook in het vorige commissiedebat gezegd dat wij bezig zijn met de appreciatie van het rapport van de heer Knot. Dat doen wij heel serieus. Er zijn gesprekken met de regio. Wij kijken ook naar de vragen die zijn blijven liggen, overigens ook in het gesprek met de heer Knot, zoals: wat betekent het internationaal? We weten dat Duitsland het echt lastig vindt. Er was ook de vraag hoe het nu kan dat andere Europese landen dit soort lijnen toch wat makkelijker weten te financieren. Dat zijn successievelijk allemaal vragen waarvan ikzelf denk dat die superrelevant zijn en dat ik die ook zal gaan betrekken bij de appreciatie van "Knot" die het kabinet aan het opstellen is. Ik zou u dus willen voorstellen dat ik de route die ik ook in het commissiedebat heb uitgezet, ga volgen. Zo belangrijk vind ik het echt. Het kabinet moet met een appreciatie komen. Er zijn heel veel redenen waarom dit een superbelangrijk debat is. Het gaat over de regio. Het gaat over structuurversterking. Laat ons echter even de route volgen die ik geschetst heb, want die 650 miljoen die er nu is, is natuurlijk bij lange na niet wat je nodig hebt om het MIRT-traject te starten. Als ik vanuit het kabinet met die appreciatie kom — die heb ik rond de zomer beloofd — betekent dat dat ik de vragen die in het gesprek met de heer Knot op tafel kwamen en waar ook de heer Knot van zei dat hij het niet wist maar dat het wel interessant is om ze te bekijken, daarin mee zal nemen. Dat zeg ik u toe.
Versie d202ff583d76d4e69bb6796fa512a85960188ff9858a4f750f6762898edb57fe · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.