KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 jun 2026 · Tweede Kamer

Nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing

Brontekst

Minister Van Weel: Laat ik eerst uit eigen ervaring spreken, een persoonlijk feit. Ik ben een fervent zeiler. Ik had een paar dagen vrij en zat op de Friese meren te genieten van de ideale zeilomstandigheden, namelijk zon en windkracht 5 uit het oosten. Het was heerlijk, maar ik ben erachter gekomen dat dergelijke omstandigheden — de langdurige droogte waar we mee te maken hadden, een harde oostenwind en geen neerslag — zo ongeveer de nachtmerrie zijn van brandbestrijders. Uiteindelijk waarschuwden de brandweerorganisatie en de meteorologen die hier op vrijwillige basis aan bijdragen ook voor het oplopende risico op natuurbranden dat zij zagen. En dit werd werkelijkheid. In één geval, zeg ik tegen mevrouw Martens, hebben we van Defensie gehoord dat de oorzaak van de natuurbrand daadwerkelijk te maken had met militaire oefeningen. Er zijn inmiddels maatregelen genomen door de staatssecretaris om in dit soort gevallen van droogte niet meer met explosieven of anderszins brandbare materialen te oefenen. Ik en de brandweer zijn daar zeer erkentelijk voor. Op dat moment hadden we te maken met een unieke situatie. Op één moment hadden we vijf grote branden in verschillende regio's. Ik heb gezien dat ondanks dat we formeel nog niet alles op papier hebben geregeld — we hebben het IRBT nog niet wettelijk verankerd en we hebben de Wet veiligheidsregio's nog niet veranderd — er daar werd gewerkt alsof dat allemaal al wel een feit was. Er is dus een IRBT bij elkaar gekomen. We hadden nooit voorzien dat de voorzitter van het Veiligheidsberaad daar een rol in zou spelen, maar die heeft als technisch voorzitter met de drie regioburgemeesters op intensieve basis en in aanwezigheid van de NCTV in een dagelijks ritme als een echt professionele crisisorganisatie deze branden behandeld. Er is ook voor het eerst gekeken naar wat de beschikbare landelijke capaciteit is en waar we die zouden kunnen inzetten. Er zijn afwegingen gemaakt in de trant van: je kunt wel brandweer uit het hele land, bijvoorbeeld uit Friesland, naar die brand daar brengen, maar in de unieke, droge situatie die je in het hele land hebt, is het belangrijk dat als er in Friesland brand uitbreekt, je er ook daar heel snel bij bent, om te voorkomen dat je een nieuwe brandhaard hebt. Dus al dit soort afwegingen, die echt horen bij een landelijke organisatie, zijn in onze decentraal georganiseerde organisatie gewoon gemaakt. Dat sterkt mij heel erg in de professionaliteit. We hebben zelfs voor het eerst hulp ingeroepen van het buitenland. Laten we eerlijk zijn: dat is geen schande op het moment dat je te maken hebt met zo veel branden tegelijkertijd. Wij zijn ongeveer het enige land in Europa dat nog nooit hulp had ingeroepen. Landen als Frankrijk, Spanje, Portugal en Griekenland doen dat natuurlijk aan de lopende band, omdat je nu eenmaal geen capaciteit kunt plannen voor zo veel verschillende branden op één moment op zo veel verschillende plekken. Het is goed om te zien dat die hulpvraag ook de andere kant op werkt, dat wij heel snel zijn ondersteund door twee buurlanden en Frankrijk en dat die hulp ook heel snel weer kon worden afgeschaald op het moment dat de capaciteit er weer was. Ik denk in die zin dat er nu geen acuut tekort was; ik denk dat we juist op een goede manier gebruik hebben gemaakt van de internationale mogelijkheden voor steun die er zijn. Moet er dan geld bij voor de brandweer? Laat ik die vraag nog beantwoorden. Ik weet het nog niet, omdat we op dit moment bezig zijn met een landelijke risico-inschatting … Ik begrijp nu van mijn ondersteuning dat het om een profiel gaat; ik probeer de term de hele avond al in mijn hoofd te krijgen. We zijn bezig met een landelijk risicoprofiel op basis waarvan we willen komen met een landelijk dekkingsplan. Deze exercitie loopt dit jaar. Daaruit zal blijken of wij op basis van wat we landelijk zien dat we kunnen tegenkomen, de adequate capaciteiten hebben. Pas daarna kan ik zeggen of daar een delta tussen zit en hoe we daar dan verder mee omgaan. We hebben het er al over gehad dat het bovenregionaal goed functioneerde. Wat nou als het niet functioneert en we moeten kiezen tussen Epe en Apeldoorn? Ik geloof dat u die noemde. Ik hoop dat we nooit voor die keuzes komen te staan, want in dat geval moet ik die keuze gaan maken. Ik hoop niet dat de bewoners mij nu gaan stalken met het belang van hun gemeente. Het kan nu al, maar nu moet ik dat doen via de commissaris van de Koning. Dat moet met een aanwijzing, maar het kan wel. Het idee is dat we in de herziening van de Wet veiligheidsregio's de laag van een provincie ertussenuit halen, zodat de minister in dit geval meer direct een aanwijzing kan geven. Nogmaals, mijn ervaringen met het IRBT sterken mij dat dit echt zeer uitzonderlijk nodig zal zijn, omdat er uiteindelijk toch uit collegialiteit altijd zal worden gezocht naar een oplossing die allen dient.

Versie 226d1a187613195448a7b2dc8bb4467f26ec9335c51671b76d043be6b72a55db · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.