← OnderzoekenBrontekst
Minister Van Weel: Mevrouw Abdi vroeg ook welke stappen we kunnen zetten voor de zichtbaarheid van mensenhandel en waar men terecht kan. Bij de lancering van de koepelcampagne Sluit Mensenhandel Uit is ingezet op het creëren van een herkenbare en gezamenlijke basis voor communicatie. Met de aangesloten betrokken partners wordt aandacht gevraagd voor de bewustwording en het herkennen van de verschillende vormen van mensenhandel. Het Centraal Informatiepunt Mensenhandel werd al genoemd als een nieuwe stap in 2026, zowel voor slachtoffers en eerstelijnsprofessionals als voor burgers, om te informeren en te kunnen doorverwijzen. Dat is bedoeld als een informatiesite, maar ook als een handelingsinstrument. Laagdrempeligheid en toegankelijkheid staan daarbij voorop.
Dan het vergroten van de meldings- en aangiftebereidheid. We hebben het daar net al veel over gehad in de discussie. Het is een belangrijk aandachtspunt, omdat we anders nooit komen tot de zaken die we hiermee juist hopen aan te pakken. De meldings- en aangiftebereidheid is een van de actielijnen daarin. In het kader van de Proeftuin Aangiftebereidheid is onderzoek verricht door het CKM. Dat rapport is aan uw Kamer aangeboden. We kijken nu naar de aanbevelingen van dat onderzoek en naar de wijze waarop we daar opvolging aan kunnen geven.
De motie over consulaire en juridische bijstand van de heer Boomsma moet ik kortheidshalve doorgeleiden naar mijn collega van Buitenlandse Zaken, want die ligt op zijn beleidsterrein. Maar dat zullen wij doen.
De heer Van den Brink vroeg naar Caribisch Nederland. Nee, dit wetsvoorstel geldt daar niet. Wat doen we daar dan wel? In 2025 is gestart met de ontwikkeling van een beleidskader dat richting zal geven aan de aanpak van mensenhandel en mensensmokkel. Dat wordt met de relevante partners in de rechtshandhavingsketen opgesteld. Het doel is om te komen tot een integrale aanpak, waarbij rekening wordt gehouden met de beschikbare capaciteit van de betrokken organisaties in Caribisch Nederland. Om mensenhandel en mensensmokkel effectief tegen te gaan is het onder andere van belang dat zowel professionals als burgers de signalen herkennen en ook weten te handelen. Met trainingen en voorlichtingscampagnes wordt onverminderd ingezet op het vergroten van de bewustwording rondom mensenhandel en mensensmokkel in Caribisch Nederland. Er wordt ook gewerkt aan het optimaliseren van het themaregister of een betere registratie van dit fenomeen. Aangezien het vaak grensoverschrijdend is, wordt daaraan niet alleen in Caribisch Nederland gewerkt, maar wordt ook gewerkt aan de samenwerking met de landen in het Koninkrijk conform het MoU van samenwerking ter voorkoming en bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel. Dat betreft dus ook Curaçao, Aruba en Sint-Maarten.
Mevrouw Belhirch vroeg: "Wat als iemand wordt gezien als een mogelijk slachtoffer van mensenhandel, maar de zaak later wordt aangemerkt als een ernstige benadeling? Kan de behoefte dan nog precies hetzelfde zijn?" Ik hoor de zorgen als het gaat om de voorzieningen voor slachtoffers van ernstige benadeling. Derdelanders die slachtoffer zijn van ernstige benadeling kunnen straks met de strafbaarstelling mensenhandel onder de daarvoor geldende voorwaarden een tijdelijke verblijfsvergunning voor ernstige benadeling aanvragen. Aan deze regeling is geen aparte bedenktijd verbonden. Op basis van die verblijfsvergunning hebben deze slachtoffers ook toegang tot basisvoorzieningen. Als er daarna wel de geringste aanwijzing is van mensenhandel, kan het slachtoffer gebruikmaken van de bestaande mensenhandelprocedure. Het slachtoffer krijgt dan bedenktijd en tijdens die bedenktijd kan het slachtoffer gebruikmaken van de daaraan gekoppelde voorzieningen, waaronder de landelijke Categorale Opvang Slachtoffers Mensenhandel. Zowel bij ernstige benadeling als bij mensenhandel kan onder de daarvoor geldende voorwaarden voortgezet verblijf aan de orde zijn als het strafproces langer duurt dan drie jaar.
EU-burgers die voldoen aan de voorwaarden voor verblijf op grond van het Unierecht hebben dus een rechtmatig verblijfsrecht en kunnen gebruikmaken van de voorzieningen die voor hen beschikbaar zijn. Bij de uitvoering van de regeling is echter naar voren gekomen dat het EU-verblijfsrecht van een EU-burger in bepaalde situaties kan worden beëindigd, bijvoorbeeld wanneer niet langer aan de voorwaarden voor verblijf wordt voldaan. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe groot die groep is en of zich daarbij in de praktijk knelpunten gaan voordoen. Dat heb ik vorige week ook bij de behandeling in de Eerste Kamer gezegd. De IND gaat daarom monitoren hoe groot deze groep is en in hoeverre deze slachtoffers ondanks de bestaande mogelijkheden tussen de bestaande regelingen in vallen. Op basis van die uitkomsten wordt beoordeeld of aanvullende maatregelen nodig zijn, en dan kom ik daar bij de invoeringstoets van het wetsvoorstel Modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel op terug.
"Hoe kijkt de minister naar een wetsevaluatie?" Het is goed en zelfs nodig om wetten te evalueren op hun werkzaamheid. De richtlijn vraagt ook om een evaluatie. Uiterlijk op 15 juli 2030 dient de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad een verslag in waarin wordt beoordeeld in hoeverre lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen en welk effect die maatregelen hebben gesorteerd. Wij leveren daarvoor uiteraard de benodigde gegevens aan. Van de modernisering van de strafbaarstelling vindt uiteraard ook een evaluatie plaats. Daarbij zullen wij ook 273g meenemen, zodat dit in één keer kan worden gedaan. Het verslag van de Commissie zal ik uiteraard ook aan uw Kamer doen toekomen.
Dat was de categorie overig, voorzitter.
Versie e1a5395fb784c380a08ce882416f09c525f85a82c108fc0f78cd1b63c30287b4 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.