← OnderzoekenBrontekst
Minister Van Weel: Het voorliggende wetsvoorstel en draagmoederschap. Laat ik beginnen met de overige vragen over draagmoederschap, want voor die wil ik heel graag verwijzen naar het wetstraject van mijn collega, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, dat ook al door een aantal van u werd genoemd. Ik denk dat de vragen, voor zover die niet betrekking hebben op dit implementatievoorstel, daar meer op hun plek zijn. Dat geldt dus voor de vragen van mevrouw Faber over de strafbaarstelling in het buitenland. Daarbij kan ik kortheidshalve zeggen dat als er sprake is van mensenhandel en die delicten bewezen worden, ook hiermee mensenhandel in het buitenland kan worden vervolgd op dezelfde gronden als die ik net noemde waar het gaat om mensenhandel in het algemeen. Die vragen kan ik wel beantwoorden. De overige vragen van met name de heer Van Dijk zou ik graag willen doorverwijzen naar de staatssecretaris.
Er waren natuurlijk een aantal vragen op dit thema die wel echt betrekking hadden op dit wetsvoorstel. Een daarvan was: hoe denkt de minister dat dit implementatiewetsvoorstel en de Wet kind, draagmoederschap en afstamming zich tot elkaar verhouden? Dit wetsvoorstel gaat enkel om mensenhandel in de vorm van uitbuiting van draagmoederschap. Dan gaat het dus echt om zeer ernstige misstanden rondom draagmoederschap. Het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en afstamming, dat van de staatssecretaris is, gaat over de wettelijke regulering van draagmoederschap in het algemeen en heeft dus ook betrekking op bredere vragen en inkleuring.
Deelt de minister de mening dat gebruik van huidige procedures voor erkenning van een kind uit draagmoederschap onder de strafbepaling van de richtlijn kan vallen, bijvoorbeeld bij oneigenlijk gebruik van de adoptieprocedure? Indien volgend op draagmoederschap de wettelijke adoptieprocedure wordt gevolgd, vormt die adoptie op zichzelf geen strafbaar feit. Een verdere gedachtewisseling over het onderwerp zou ik toch ook weer willen doorverwijzen naar het andere debat, met de staatssecretaris.
Hoe kan het OM bewijzen dat er sprake is van uitbuiting bij draagmoederschap? Dit was ook een vraag van de heer Van Dijk. Voor het bewijs van mensenhandel in de vorm van uitbuiting bij draagmoederschap is nodig dat de in artikel 273f, eerste lid genoemde handeling is verricht, zoals het werven, vervoeren of huisvesten, dat er opzettelijk een beïnvloedingsmiddel is aangewend en dat er een oogmerk van uitbuiting was. U vraagt hoe we kunnen bewijzen dat zo'n beïnvloedingsmiddel is aangewend, ook in het geval dat er van tevoren wel een overeenkomst is getekend. Welke omstandigheden zijn dan voldoende om te kunnen bewijzen dat het oogmerk van uitbuiting bestaat? Ook in het geval van een vooraf overeengekomen overeenkomst kan worden getwijfeld of dit echt vrijwillig is gebeurd of dat gebruik is gemaakt van een beïnvloedingsmiddel. Dat sprake is geweest van het beïnvloedingsmiddel dwang kan bijvoorbeeld blijken uit de verklaring van de desbetreffende vrouw zelf. Dat gebruik is gemaakt van een kwetsbare positie als beïnvloedingsmiddel mag in het algemeen worden verondersteld bij een zwakke financiële positie van de vrouw, waarbij in het bijzonder valt te denken aan de afkomst uit een land met een significant lager welvaartspeil. Vanwege haar persoonlijke omstandigheden is de vrouw in een dergelijk geval immers in verminderde mate in staat tot een vrijewilsbepaling omtrent het draagmoederschap. Als iemand in zo'n situatie wordt overgehaald om draagmoeder te worden, wordt misbruik gemaakt van de kwetsbare positie. Het vereist wel dat de dader zich bewust is geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van de betrokkenen waaruit die kwetsbaarheid voortvloeit. Voor het kunnen aannemen van een oogmerk van uitbuiting, is het voldoende als de mensenhandelaar heeft gehandeld uit winstbejag of als hij verregaande vrijheidsbeperking heeft opgelegd aan het zwangere slachtoffer.
De heer Van Dijk vroeg nog: wanneer zijn wensouders strafrechtelijk verantwoordelijk als zij concrete aanwijzingen voor uitbuiting negeren? Wensouders die concrete aanwijzingen voor uitbuiting negeren, kunnen strafrechtelijk aansprakelijk zijn onder dit artikel. Die bepaling komt in beeld wanneer iemand ondanks duidelijke signalen dat de beoogde dienstverlening mogelijk het voorwerp is van mensenhandel, toch van de dienst gebruikmaakt. Die duidelijke signalen kunnen bijvoorbeeld zijn gelegen in uiterlijke signalen die betrekking hebben op het slachtoffer zelf, de omstandigheden waaronder de diensten worden aangeboden en aanwijzingen dat een mensenhandelaar controle uitoefent over het slachtoffer. De specifieke omstandigheden die in de praktijk aan de orde kunnen zijn, kunnen per uitbuitingsvorm een eigen inkleuring hebben. Laat ik nogmaals zeggen dat deze strafrechtelijke aansprakelijkheid natuurlijk alleen in beeld komt in situaties waarbij het evident is dat er sprake is van mogelijke mensenhandel.
Dat was het wat betreft draagmoederschap.
Versie e1a5395fb784c380a08ce882416f09c525f85a82c108fc0f78cd1b63c30287b4 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.