KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 28 sep 2026 · Tweede Kamer

Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel) (36835)

Brontekst

Minister Van Weel: Ja, pornoplatforms. De heer Diederik van Dijk vroeg: welke verantwoordelijkheid dragen platforms wanneer zij verdienen aan materiaal dat onder dwang tot stand is gekomen? Wanneer het illegale content betreft is de DSA, Digital Services Act, van toepassing. Die legt verplichtingen op aan tussenhandeldiensten. Op basis van de DSA zijn hostingdiensten, waaronder de onlineplatforms, gehouden om illegale content te verwijderen als zij daar weet van krijgen. Verwijderen hostingdiensten illegale content na de melding niet, dan kunnen ze ook geen aanspraak maken op de aansprakelijkheidsbeperking die zij in beginsel wel genieten. De DSA is een maximumharmonisatie; dat betekent dat we daarbovenop als lidstaten geen nationale eisen kunnen stellen, zoals het opleggen van aanvullende verplichtingen aan tussenhandeldiensten. Dat geldt voor alle categorieën tussenhandeldiensten uit de DSA, dus niet alleen maar voor de very large online platforms. In november 2027 zal de DSA worden geëvalueerd. Dat betekent niet automatisch dat er ook een herziening komt, maar het is in ieder geval een belangrijk moment om te bezien of aanvullende verplichtingen voor tussenhandeldiensten nodig zijn. Voorts is bekend dat enkele grote pornoplatforms hun uploadvoorwaarden de afgelopen jaren hebben aangescherpt, onder meer door strengere eisen te stellen aan identiteitsverificatie en toestemming van betrokkenen. Of dat ook bij andere websites kan worden afgedwongen, hangt af van de toepasselijke wet- en regelgeving en de mogelijkheden voor toezicht en handhaving. Daar vragen we dus aandacht voor in het kader van de herziening van de DSA. De heer Van Dijk vroeg hoe we de aandacht voor discriminatie op grond van geslacht naar het Nederlandse preventiebeleid vertalen en hoe dat rijmt met de destigmatiseringsaanpak van sekswerk. Ik wil het verschil tussen mensenhandel en sekswerk wel benadrukken, ook hier. Sekswerk is een legaal beroep in Nederland en als er geen sprake is van een vrijwillige keus voor dit beroep, is er ook geen sprake meer van sekswerk maar van seksuele uitbuiting en daarmee dus van mensenhandel. Sekswerkers moeten hun werk kunnen uitvoeren met de bijbehorende rechten en plichten, zoals die ook gelden voor andere beroepsgroepen in Nederland. Het tegengaan van het stigma is daarbij belangrijk, omdat uit onderzoek blijkt dat dit een negatieve impact op de sociale positie van sekswerkers heeft, waardoor ze kwetsbaarder zijn voor geweld en uitbuiting. Het spanningsveld tussen bewustwordingscampagnes en de destigmatiseringsaanpak zoals dat geschetst wordt door de heer Van Dijk, zie ik dus niet in dit licht. Die campagnes gaan immers over de aanpak van mensenhandel en dat zien wij als kabinet anders dan sekswerk. De heer Van Dijk vroeg ook naar het feit dat seksuele uitbuiting zich niet beperkt tot vergunde bedrijven, maar dat ook thuisprostitutie, escortservices en onlineplatforms de politie en hulpverlening voor grote uitdagingen stellen. Hoe gaan we daar intensief op handhaven? Het is belangrijk dat seksuele uitbuiting van sekswerkers wordt gesignaleerd en aangepakt. De gemeenten geven daarvoor vorm aan lokaal sekswerkbeleid. Om hen te ondersteunen in het signaleren van misstanden worden verschillende stappen gezet. Zo richt actielijn 4 van het versterkte Actieplan Samen tegen mensenhandel zich op het ondersteunen en aanmoedigen van regionale samenwerking. Door goede samenwerking tussen verschillende partijen kunnen misstanden beter worden gesignaleerd en opgespoord. In actielijn 5 wordt bekeken hoe informatie over signalen van mensenhandel gedeeld kan worden, zodat er meer zicht is op mogelijke misstanden. Ik vind dat onlinesekswerkadvertentieplatforms er alles aan moeten doen om te voorkomen dat hun platforms worden misbruikt voor seksuele uitbuiting. Dit najaar, zeg ik onder anderen tegen de heer Boomsma, kom ik met een plan van aanpak daarvoor. Daarbij betrek ik de aangehouden motie-Boomsma/Bikker, waarin de regering wordt verzocht om een wettelijke grondslag uit te werken voor onder andere een identificatieplicht voor adverteerders en een meldplicht voor platforms bij signalen van uitbuiting. Het Belgische voorbeeld zal ik daar zeker bij betrekken. Dat zeg ik u bij dezen toe. Dan de uitstapprogramma's. Jaarlijks wordt 6 miljoen euro uitgekeerd aan achttien centrumgemeenten om uitstapprogramma's voor sekswerkers te financieren. Voor het jaar 2026 zijn de middelen eenmalig verhoogd met een half miljoen. Op dit moment zit een nieuwe verhoging niet in de planning. Om de zichtbaarheid van deze programma's te vergroten hebben het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en mijn ministerie informatie hierover op de website sekswerkgoedgeregeld.nl geplaatst. Dat was het blokje over platforms.

Versie e1a5395fb784c380a08ce882416f09c525f85a82c108fc0f78cd1b63c30287b4 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van debat · Officiële koppeling

Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel) (36835)

Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel) (36835)

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.