statement · 27 mei 2026 · Tweede Kamer
Passend onderwijs
Brontekst
De heer Hamstra (CDA): Ja, en tlv is: toelaatbaarheidsverklaring. Voorzitter. Het maakt uit waar je wieg staat. Dat geldt helaas voor veel zaken in het leven. Het maakt bijvoorbeeld uit of de plek waar je woont een vochtig huis vol schimmel is of dat het een warme, comfortabele woning is. Het maakt uit of dat in een wijk staat waar veel criminaliteit is of in een veilige buurt waar ouders elkaar kennen. Hetzelfde geldt voor de kwaliteiten die je hebt meegekregen. Het ene kind functioneert nu eenmaal makkelijker in het schoolsysteem zoals we dat bedacht hebben dan het andere. Het CDA vindt het belangrijk dat kinderen kansrijk kunnen opgroeien, ongeacht waar je wieg staat en ongeacht de kwaliteiten en de talenten die je hebt meegekregen. Juist daarom zijn passend onderwijs en nu inclusief onderwijs zo belangrijk. Vandaag wil ik het over drie onderwerpen hebben: inclusief onderwijs, zorg in onderwijstijd en leerlingenvervoer. Laat ik bij inclusief onderwijs beginnen. Het doel dat gesteld is, is dat uiterlijk in 2035 zo veel mogelijk scholen die funderend onderwijs geven, inclusieve scholen zijn. Die ambitie is mooi, maar de praktijk is weerbarstig. Kinderen en ouders lopen vast door trage uitvoering, onduidelijke regie en verschillen tussen regio's en samenwerkingsverbanden. De onderwijsinspectie concludeerde vorig jaar al dat 7 van de 28 onderzochte samenwerkingsverbanden een onvoldoende scoren. Een probleem was het ontbreken van een dekkend aanbod en passend onderwijs. Als het gaat om thuiszitters: we hebben het al gehad over de 70.000 kinderen die langer dan drie maanden thuiszitten en over de meer dan 280.000 kinderen die geen volwaardig onderwijs krijgen. Ik weet dat het ministerie cijfers heeft die lager zijn, maar ook die laten een stijging zien van het aantal kinderen dat kortere of langere tijd thuiszit. Zijn zij voldoende in beeld, is mijn vraag aan de staatssecretaris. Ik heb een vraag aan de minister over de wet reikwijdte. Daarin staat dat er een wederzijdse plicht voor gemeenten en scholen moet zijn om samen te werken en afspraken te maken. Maar in hoeverre gaat dit concreet bijdragen aan het verlagen van het aantal thuiszitters? Het voorstel van de staatssecretaris, of eigenlijk moet ik zeggen van de minister, is een langetermijnoplossing. Mijn vraag is: wat is de kortetermijnoplossing? De kern is dat veel kinderen nog steeds tussen systeem en uitvoering vallen, terwijl het beeld is dat het nieuw papier oplevert en te weinig werkbare verbetering voor leerlingen, ouders en leraren. De inzet moet daarom verschuiven van een discussie over van systeem naar uitvoering gaan. Wie levert wanneer een merkbaar resultaat voor kind, ouder en school? De staatssecretaris kiest voor een gefaseerde aanpak, met elke drie jaar een ijkmoment. Daar zijn wij voorstander van. Ik denk dat dat verstandig is. Maar denkt de staatssecretaris dat zij tussentijds voldoende kan bijsturen? Welk instrumentarium heeft zij in haar gereedschapskist zitten om bij te kunnen sturen? Voorzitter. Dan zorg in onderwijstijd.
Versie 6faddb48cb9d5d86715ae5a865c09af436fb0db72c34dea9148e5587c77280b2 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Sarath Hamstra