statement · 6 feb 2025 · Tweede Kamer
Zoönosen en dierziekten
Brontekst
Minister Agema: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee blokjes: VGO-III en overig. Ik breng allereerst aan de leden van de Tweede Kamer opnieuw mijn excuses over voor de late verzending van het rapport. Ik kan me voorstellen dat u het in zo'n korte tijd niet helemaal heeft kunnen bestuderen. U had ook niet de gelegenheid er een aantal weken over na te denken. Wellicht wilt u het op een later moment nog een keer bespreken en dan ben ik natuurlijk beschikbaar. In de tussentijd kunnen we ook een technische briefing aanbieden. Ik doe dat mede namens de minister van LVVN. Dat is een minister waar ik overigens zeer veel bewondering en respect voor heb. Ze is een fijne collega. De suggestie dat wij niet met elkaar door een deur zouden kunnen, klopt niet. Het is wel overduidelijk dat we op dit terrein verschillende invalshoeken hebben. Mijn invalshoek is volksgezondheid. De invalshoek van de minister van LVVN omvat de bedrijven, de belangen van de bedrijven en van de families. Kortom, we bekijken de situatie van alle kanten. Dat leidt niet tot ruzie, maar dat leidt wel tot een brief die we gezamenlijk naar uw Kamer hebben gestuurd. We staan beiden volledig achter deze brief. Het moet er uiteindelijk toe leiden dat we aan de hand van een advies van de Gezondheidsraad kunnen bepalen wat de volgende stap moet zijn. Er komt dan ook geen VGO-IV. Dan kom ik bij de vragen die zijn gesteld. Het lid Kostić vraagt of de minister kiest voor volksgezondheid en of zij maatregelen gaat treffen om de aantallen geiten terug te brengen. Ook vraagt zij wat de minister hierover zegt tegen omwonenden. Ik maak mij net als lid Kostić veel zorgen over de situatie van mensen die in de nabijheid van geitenhouderijen wonen, longontsteking krijgen en in het ziekenhuis terechtkomen. We moeten wel beter kunnen inschatten hoe groot het effect is en hoe zich dat verhoudt tot andere risico's. Om die reden is eerst het advies van de Gezondheidsraad nodig, evenals uitgebreider literatuuronderzoek. Vervolgens kunnen we een goede afweging maken en zo nodig maatregelen treffen. Het advies is eind van het jaar beschikbaar; een eerder tijdstip zou natuurlijk goed zijn. Het lid Kostić zegt dat er zelfs in de provincie Gelderland nog een geitenhouderij wordt uitgebreid. Ze vraagt: wat vindt de minister van VWS hiervan? Moet dit geen halt worden toegeroepen? In sommige provincies zijn inderdaad de geitenaantallen toegenomen, ondanks dat er een moratorium was ingesteld. Dit komt doordat bestaande geitenhouderijen het aantal geiten hebben uitgebreid. De regels zijn per provincie verschillend. De groei nam af en het aantal stabiliseerde enigszins, maar het verschilt dus per provincie. Een geitenstop is een besluit op provinciaal niveau. De minister van LVVN en ik doen wel een duidelijk verzoek aan de provincies om de geitenmoratoria aan te houden tot het advies van de Gezondheidsraad is uitgebracht. Dat zou ervoor moeten zorgen dat de uitbreiding niet verder doorzet. Mevrouw Van der Plas zegt dat eerdere onderzoeken al aantoonden dat er geen causaal verband is vastgesteld en dat dit ook met VGO-III niet het geval is. Ze stelt dat de onderzoekers er alles aan deden om patiënten te vinden en dat er slecht 108 patiënten werden gevonden. Mevrouw Van der Plas vraagt: waar zijn de patiënten die onderzocht moesten worden? Dit onderzoek vond plaats tijdens de coronacrisis. Het vinden van de patiënten was toen erg lastig. Mensen mochten niet naar de huisarts of gingen daar minder snel naartoe. De huisartsen waren overbelast en hadden ook geen tijd voor extra onderzoek. Daarnaast hadden veel patiënten een aversie gekregen tegen het afnemen van keel- en neusswabs. Verder moesten de bestanden worden geschoond van patiënten met corona of Q-koorts. Dat zijn de redenen waarom uiteindelijk 108 patiënten hebben deelgenomen aan de studies uit VGO-III. Dat neemt niet weg dat VGO-III ook de epidemiologische studies bevat. Ik denk dat daar veel onduidelijkheid over is. Er zijn twee stromingen. Enerzijds zijn er de epidemiologische studies, gebaseerd op patiëntendossiers van huisartsen. Deze laten gedurende een periode van elf jaar een sterk verband zien tussen het wonen in de nabijheid van een geitenhouderij en het optreden van longontstekingen. Anderzijds zijn er binnen VGO-III nadere studies gedaan, gericht op het achterhalen van de oorzaak. Het gaat dan om studies met een controlegroep, met geitenhouders, werknemers van geitenhouderijen en met patiënten. Mevrouw Van der Plas zegt dat in VGO-I en VGO-II een verband werd gevonden tussen pluimveehouderij en longproblematiek. Later is dat verband niet gevonden. Zij vraagt of er bij de geitenhouderijen ook sprake kan zijn van een schijnverband. Nee, er is sprake van een aantoonbaar verband tussen het wonen rondom een geitenhouderij en longontsteking. Er is ook een afstandrelatie gezien: hoe dichter bij de geitenhouderij, hoe hoger het risico. Dit is dus gebaseerd op de meerjarige epidemiologische studies die zijn gedaan aan de hand van huisartsendossiers. Het gaat dan om zo'n 150.000 patiëntendossiers. Het verhaal over pluimvee is complex. Voor het jaar 2013 werd een duidelijke associatie gevonden tussen longontsteking en het wonen rondom pluimveehouderijen. Voor het jaar 2014 was het verband tussen pluimveehouderij en longontsteking veel minder duidelijk. In 2015 en 2016 was er geen relatie meer zichtbaar. De emissie van fijnstof in de veehouderij, waaronder de pluimveehouderij, is sinds 2015 ook sterk afgenomen. Verschillende maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren, kunnen daaraan hebben bijgedragen. Tegelijkertijd zien we ook dat het verband tussen longontsteking en het wonen bij pluimvee in 2014 al niet duidelijk was. Het kan ook zijn dat andere factoren een rol spelen en dat die veranderd zijn. Ik raad het lid Van der Plas aan om dit soort vragen te stellen tijdens de technische briefing. Het lid Van der Plas vraagt of de minister het met haar eens is dat het onwaarschijnlijk is dat er daadwerkelijk meer longontstekingen voorkomen bij geitenbedrijven. Mijn antwoord is nee. Het is vastgesteld dat rondom geitenhouderijen vaker longontsteking voorkomt. Het VGO-epidemiologisch onderzoek, op basis van de huisartsengegevens van 150.000 dossiers, toont al elf jaar lang aan dat dit zo is. Het lid Van der Plas vraagt of de minister kan toezeggen dat zij een peerreview laat instellen, voordat er in de praktijk onterechte acties ondernomen worden. Het VGO-III-rapport is nieuw en om die reden heeft er nog geen peerreview plaatsgevonden. Dat zal natuurlijk wel gebeuren. Tegelijkertijd is het zo dat bij het VGO-II-rapport al een peerreview had plaatsgevonden en dat dit keer dezelfde methoden zijn gebruikt. Voor de gebruikte methoden heeft ook peerreview plaatsgevonden. Ook geldt voor de onderzoeken die zijn gedaan, dat zij op zichzelf ook worden ondersteund door peerreview, wat wil zeggen: ze zijn wetenschappelijk gevalideerd. Mevrouw Van der Plas zegt dat het rapport terecht niet rept over het instellen van extra regels voordat er meer onderzoek gedaan is, omdat er absoluut geen oorzaak-gevolgverband gevonden is. Ze vraagt of de minister dat kan toezeggen. We stellen nu geen extra regels in, omdat — zoals gezegd — eerst het advies van de Gezondheidsraad nodig is. Het lid Bromet vraagt of het klopt dat de minister van VWS wel maatregelen wil treffen en de minister van LVVN niet. Ze vraagt of de minister van VWS deze verhouding kan toelichten. We zijn het wel met elkaar eens, zoals blijkt uit de gezamenlijke Kamerbrief, over wat er moet gebeuren. Deze brief is door ons beiden ondertekend. Daarnaast verschillen we natuurlijk wel van invalshoek, zoals ik eerder al opmerkte. Dat is ook logisch, omdat we beiden vanuit onze verschillende verantwoordelijkheden naar deze zaak kijken. De minister van LVVN wil meer rekening houden met de impact op ondernemers en hun gezinnen. Ik kijk meer vanuit het perspectief van volksgezondheid. We hebben allebei oog voor de andere kant. Als kabinet moet je altijd verschillende belangen afwegen. Daar zijn soms indringende overleggen voor nodig, maar daar kom je als ministers ook weer samen uit. Er ligt nu een koers die volgens ons beiden verstandig is. Het lid Bromet vraagt of het voorzorgsbeginsel zou moeten gelden. Zij zegt dat we bij de geitenhouderijen nu geen risico zouden moeten nemen. Het VGO-III-rapport geeft aanleiding om de gezondheidsrisico's van geitenhouderijen heel serieus te nemen. De provincies zijn het bevoegd gezag. De meeste provincies nemen uit voorzorg maatregelen in de vorm van een moratorium. Wij doen een appel op de negen provincies om de moratoria te handhaven en we zouden graag zien dat de andere provincies ook voor een moratorium kiezen. Het lid Van Campen vraagt of er een spoedadvies kan worden gevraagd, zodat het advies er eerder is dan in Q3. Dat willen wij natuurlijk ook en de Gezondheidsraad heeft het adviestraject al opgestart. Vanwege de urgente situatie hebben zij dit al gedaan voordat de officiële adviesaanvraag naar de raad is gestuurd. De adviesaanvraag wordt deze week naar de Gezondheidsraad verstuurd. De commissie die de adviesvraag gaat beantwoorden, wordt op dit moment samengesteld. De commissie wordt zo spoedig mogelijk geïnstalleerd. Het opstellen van een zorgvuldig en gewogen advies neemt de tijd die ervoor nodig is. We zullen de Gezondheidsraad vragen of er mogelijkheden zijn om het adviestraject te versnellen en het advies eerder te publiceren. Het lid Vedder zegt dat we niet lichtzinnig kunnen omspringen met gezondheid. Zij maakt zich zorgen over de ophef die is ontstaan en over het ondersneeuwen van de nuances van het rapport. Ze vraagt of de duiding van de Gezondheidsraad gaat helpen om de conclusies beter te duiden. Ze vraagt ook of het onderzoek echt een jaar moet duren. Het advies van de Gezondheidsraad zal zeker helpen om de conclusies van het VGO-III-rapport te duiden. We vragen de raad de gezondheidsrisico's rondom geitenhouderijen te duiden op basis van de laatste stand van de wetenschap, en te beoordelen of maatregelen nodig zijn. In mijn antwoord op de heer Van Campen zei ik al: de Gezondheidsraad heeft het adviestraject al opgestart. Het opstellen van een zorgvuldig en gewogen advies kost precies de tijd die nodig is. We zullen de Gezondheidsraad vragen of er mogelijkheden zijn om het adviestraject te versnellen en het advies eerder te publiceren.
Versie e12d1e47aa6197f4c8ce9d00f70be7907b948d895c375a4c19d62826e37a069a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.