Novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf (Kamerstuk 36855)
Novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf (Kamerstuk 36855)
statement · 15 dec 2025 · Tweede Kamer
Minister Van Weel: Excuus, voorzitter. Ik zal ook hier proberen er zo snel mogelijk doorheen te gaan. Hoeveel onrechtmatig verblijvende vreemdelingen zijn er in Nederland? Dat is moeilijk te zeggen. Daar zijn onderzoeken naar gedaan. Een aantal van u noemde dat. Het zit tussen de 23.000 en 58.000. Er komt dit jaar weer een nieuw onderzoek uit. Hopelijk geeft ons dat een betere indicatie van de aantallen waarover we het hebben. Nogmaals, het doel van dit amendement is niet om al die illegale vreemdelingen op te gaan jagen. Dat is niet waar dit amendement toe strekt. Hoeveel extra capaciteit wordt er verwacht bij de rechtspraak? Om dezelfde reden is ook die capaciteit beperkt. Daarom gaan we uit van een maximum van ongeveer 300 rechtszaken per jaar. Dat zijn dus de zaken waarin je geen vreemdelingenrechtelijke mogelijkheden ziet, maar wel de wens hebt om iemand van de straat te halen dan wel te vervolgen. Dan kom je uit op ongeveer €320.000 per jaar. Ik denk dat de capaciteit in de keten veel belangrijker is dan die aantallen, maar die zien we dus als beperkt. Wat is de impact op een organisatie als Veilig Thuis, op de jeugdzorg of op scholen? Strafbaarstelling doet geen afbreuk aan de toegang van mensen tot elementaire voorzieningen. Dat hebben we net uitgebreid besproken. Daarom heeft dit ook geen direct effect op de capaciteit van deze organisaties. Mevrouw Rajkowski vroeg in algemene zin hoe we met deze organisaties omgaan na de invoering, na de implementatie hiervan. Dat vind ik een hele belangrijke. Ik heb al rond de tafel gezeten met die organisaties. Sowieso werden zij natuurlijk ook door het initiële amendement verrast: wat zijn hier de potentiële gevolgen van? Ik denk dat die initiële beelden ook daarvandaan kwamen: hoe gaan we dit doen, hoe past dit binnen de capaciteit? Na alle adviezen van de Raad van State hebben wij dit juridisch gezien teruggebracht tot waar het eigenlijk om gaat. Ik denk dan ook dat er nu een behapbaar uitvoerbaarheidsvraagstuk ligt. Daarbij wordt het heel belangrijk om samen te gaan zitten met de politie en de marechaussee, met de AVIM en met het OM en de rechtspraak om na te gaan hoe we de uitvoeringseffecten hiervan in kaart brengen. De heer Ceder vroeg naar gegevensdeling met COA's. Als een overlastgever in een gemeente ergens iets uithaalt, dan wordt daar geen melding van gedaan. In het Besluit politiegegevens ligt de grondslag om politiegegevens aan het COA te verstrekken ten behoeve van de taak van algemeen belang die het COA vervult. Voor handhaving is een goede samenwerking tussen de ketenpartners van de vreemdelingenketen, de politie en de lokale driehoek essentieel. Het kabinet zet in op een landelijke aanpak met gemeenten en betrokken organisaties, waarbij per overlastgever gekeken wordt welke interventie nodig is. Dat wordt "de persoonsgerichte aanpak" genoemd. Dit ondervangt ook de problematiek van de vreemdeling die in verschillende gemeenten overlast veroorzaakt, want dan kijk je naar de persoon. Natuurlijk is daarbij ook aandacht nodig voor gegevensdeling en alle barrières die daar mogelijk bij optreden. "Free in, free out" heb ik al genoemd. Komt de DTenV nog wel toe aan zijn eigenlijke taak? Jaarlijks worden door de DTenV ongeveer 3.500 vreemdelingen in bewaring gesteld. Hier hebben we het dus over 100 tot 300 casussen. Nogmaals, we moeten een en ander nog met de uitvoeringsorganisaties uitkristalliseren, maar ik zie het als volgt voor mij. De politie of de marechaussee loopt tegen iemand aan. Dan wordt contact opgenomen met de AVIM. Dat gebeurt nu ook al. Dan wordt bekeken of over die persoon iets bekend is en dan vindt een overdracht plaats. Komt de AVIM er dan nog achter dat het gaat om iemand die de hele terugkeerprocedure heeft doorlopen en ziet de AVIM geen mogelijkheid voor een bestuursrechtelijke of vreemdelingenrechtelijke actie, dan is de vraag of je daarop meteen overgaat tot het doen van aangifte en vervolg op basis van artikel 108a. En wie doet dat dan? Is dat dan de politie of de marechaussee die degene heeft aangehouden, of gebeurt dit dan na de overdracht aan de AVIM? En kan de AVIM dat dan doen op basis van zijn taak? Dit klinkt heel technisch en praktisch, en dat is het ook, maar dat is wel van belang om er uiteindelijk voor te zorgen dat de extra druk die dit op de DTenV legt, zo klein mogelijk is en dat ook de DTenV dit gaat zien als een extra tool in de gereedschapskist en niet als iets wat alleen maar extra overlast en werklast veroorzaakt. Wanneer wordt het vervolgingsbeleid opgesteld? Kunnen wij dat naar de Kamer sturen? Ja, dat doet het OM gedurende het implementatietraject. Het gaat daar zelf over, net als over de exacte datum waarop het OM dat gereed heeft. Uiteindelijk zal ik ervoor zorgen dat het, als het gereed is, naar uw Kamer wordt toegestuurd. De heer Boomsma vroeg naar de drie scenario's uit de uitvoeringstoets van september: welk scenario is de inzet van de regering? Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU volgt dat de terugkeerprocedure niet mag worden verhinderd of vertraagd. Zolang die nog loopt, kan dus geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf worden opgelegd. Daarom kiezen wij voor de eerste optie uit de uitvoeringstoets. We komen dus uit op de aantallen die u heeft gezien: 100 tot 300 zaken op jaarbasis. De heren Boomsma, Van Dijk en Van den Brink vroegen op verschillende manieren naar een communicatiecampagne, een strategie om duidelijk te maken, met name aan zorgverleners en hulpverleners maar ook indirect aan ongedocumenteerden zelf, voor wie deze maatregel geldt, voor wie niet en wat de gevolgen hiervan zijn. Ik wil dat graag toezeggen. Ik denk dat dat een van de kernpunten van het debat van vandaag is: hoe creëren we helderheid, hoe voorkomen we angstbeelden en hoe zorgen we ervoor dat we rust geven aan de hulpverlenersgemeenschap en ook aan ongedocumenteerden over wat we hiermee beogen, maar ook over wat dit níét behelst? Ik denk dat dat heel belangrijk is. Dat is in ieder geval mijn grote afdronk van vandaag. Dat zeg ik dus graag toe. Er werd door de heer Van den Brink nog gevraagd naar het burgerarrest. Ja, iedereen is bevoegd om iemand aan te houden die hij op heterdaad betrapt op het plegen van een strafbaar feit, maar dan moet je wel een redelijk vermoeden hebben dat er sprake is van een strafbaar feit. Het is vrijwel onmogelijk voor een burger om door het zien van een persoon te bepalen dat het iemand is die het terugkeerproces heeft doorlopen, zijn vertrek effectief frustreert et cetera, et cetera, dus aan alle voorwaarden voldoet die we stellen aan de toepassing van artikel 108. Dus in dit geval zie ik niet hoe een burgerarrest hier van toepassing zou kunnen zijn. Als dat wel aan de orde zou zijn, in een uitzonderlijke situatie, dan moet het altijd proportioneel zijn en dan moet iemand zo snel mogelijk aan de politie worden overgedragen. Dat zou hopelijk zo snel mogelijk tot opheldering leiden. Maar nogmaals: ik voorzie dat dus niet naar aanleiding van dit verdrag, juist omdat het niet echt op heterdaad kan. Het gesprek met DTenV heb ik u net toegezegd; dat voer ik graag. Dan had ik nog twee vragen uit de vorige ronde, die ik meenam hierheen. Mevrouw Van der Plas vroeg: op basis van welk wetsartikel handelen de opsporingsdiensten als ze iemand aantreffen zonder verblijfsrecht? Is dat artikel 108a of artikel 50 van de Vreemdelingenwet of een combinatie? Dat hangt dus echt af van de omstandigheden van het geval. Een staandehouding op grond van artikel 108a is alleen aan de orde als het een illegaal verblijvende vreemdeling betreft die wel kan terugkeren maar dat niet wil en zijn vertrek actief en effectief frustreert. Dan wordt de strafbaarstelling, zoals ik al zei, als ultimum remedium ingezet. Met artikel 50 van de Vreemdelingenwet worden aan de met het toezicht belaste ambtenaren bevoegdheden verleend tot staandehouding, overbrenging en verlenging van ophouding voor verhoor. Dit gaat altijd vooraf aan vreemdelingenbewaring. Dit hangt samen met die initiële triage: je komt iemand tegen en dan gaat de politie samen met de vreemdelingenpolitie afwegen waarmee ze te maken hebben en wat de beste weg is. Mevrouw Westerveld vroeg nog: is het nou effectief terugkeerbeleid als je mensen die hier niet mogen blijven, vastzet in de cel? Een gevangenisstraf kan worden opgeheven als terugkeer mogelijk blijkt. Dat is een van die dingen waarvan ik hoop dat ze gaan gebeuren. Ik bedoel dus dat als dit wordt ingezet, mensen dan kiezen voor vrijwillige terugkeer. Daarbij hoop ik dus dat het inderdaad het effect heeft dat wij minder mensen hebben die de terugkeer frustreren. De minister van Justitie heeft de bevoegdheid om de straf op elk moment te onderbreken. Dat gesprek ga ik natuurlijk graag met hem aan, om te zorgen dat dat ook hier van toepassing zal zijn. Zorgen we ervoor dat het terugkeerproces nooit opgehouden wordt, aangezien de DTenV inzet op terugkeer? Absoluut. Ook daar wil ik heel graag waarborgen inbouwen. Die moeten ervoor zorgen dat op het moment dat de DTenV gedurende dat 108a-spoor toch mogelijkheden ziet om over te gaan op een vreemdelingrechtelijk spoor, dat ook gebeurt. De inzet moet altijd gericht zijn op terugkeer en dit moet te verkiezen zijn boven een strafrechtelijk traject. Dan heb ik nog een paar puntjes over. Zal ik die meteen doornemen, voorzitter? Wat doen we om de terugkeer naar het belangrijkst herkomstland te bevorderen? Wat doen we bijvoorbeeld aan samenwerking met Marokko? Dat was een vraag van de heer Ceder. Ik heb de Marokkaanse collega op bezoek gehad twee weken geleden. Migratiesamenwerking is een van de belangrijkste onderwerpen die we daar aan de orde hadden. Overigens zien we op dit moment dat die samenwerking met Marokko goed verloopt. Maar we zien ook doorbraken met andere landen. Dat hangt er ook mee samen dat we nu als EU de visumliberalisatie veel meer zien als een instrument om in te zetten als beloning voor het wel meewerken aan het terugnemen van uitgeprocedeerde landgenoten. Dus die partnerschappen zijn heel erg belangrijk. De vraag is altijd: moet je dat nou in Europees verband doen of bilateraal? Het is natuurlijk te verkiezen om dat in Europees verband te doen, maar als we heel goede bilaterale relaties hebben met landen, dan kunnen we er ook weleens voor kiezen om te denken: we doen het liever bilateraal. Dan is er een vraag van mevrouw Westerveld over de "go and see"-motie. Ons standpunt is inderdaad bekend: wij zijn er geen voorstander van; wij willen dat mensen de keuze maken om ofwel te gaan, ofwel niet te gaan. Als ze gaan, helpen we ze graag met het opbouwen van een nieuw leven. Vandaar dat we de regelingen hebben lopen zoals we ze nu hebben lopen, met een verhoogde financiële regeling voor Syriërs tot eind januari. Ik hoop u snel daarna te kunnen meedelen wat dat heeft opgeleverd. Nog één vraag van de heer Boomsma dan, over Eurodac. Op het moment dat strafvervolging aan de orde is, zal het terugkeerproces al zijn doorlopen en zal ook een eventuele Dublincheck al zijn gedaan. Het raadplegen van Eurodac is dan dus niet meer nodig, omdat al duidelijk is wie het feit heeft gepleegd, namelijk de vreemdeling die bij de politie zit. Eurodac gebruiken we overigens alleen bij hoge uitzondering om mogelijke verdachten te identificeren, bij heel ernstige en dringende situaties. In de doorontwikkeling van het "Entry/Exit"-systeem zit een veel bredere deling, zo is ook bijvoorbeeld een deling van biometriegegevens van vreemdelingen voorzien. Dat dus als onderdeel van het Migratiepact, waar we nog uitgebreid over komen te spreken. Tot zover.
Versie 0b219050fe5590ab8ca1e2b2f9a1d2db6a3e57ab5d9e90f800480a077dec6258 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf (Kamerstuk 36855)
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.