Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit
statement · 19 mrt 2026 · Tweede Kamer
Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Procesmatig: ik heb een korte inleidende tekst over dit onderwerp, aangezien het het eerste debat is met uw Kamer in deze kabinetsperiode over deze belangrijke onderwerpen. Daarna ga ik in op de brede basis van de ondermijningsaanpak, omdat daar veel vragen over werden gesteld. Dan ga ik in op een integere en veilige economie, en ten slotte op andere belangrijke onderwerpen die vandaag aan de orde zijn gekomen. Laat ik ermee beginnen dat ik het een eer vind om dit onderwerp weer ter hand te mogen nemen. Dat zeg ik niet omdat dit onderwerp in een rustig vaarwater is beland. Ik zou zeggen: integendeel, we hebben een enorm probleem met ondermijnende criminaliteit. Dat probleem hebben we in deze globaliserende wereld, waarin de werelden van drugshandel, communicatie, corruptie et cetera meer en meer met elkaar verweven zijn. Dat probleem hebben we in Europa, en we hebben dat ook in Nederland. De zege dat ons land logistiek en financieel fantastisch gepositioneerd is, heeft als keerzijde dat diezelfde logistieke en financiële wegen bewandeld worden door diegenen die er misbruik van willen maken. Dat geldt voor de mensen aan de top van de keten — we weten allemaal wie dat zijn — die we natuurlijk moeten aanpakken. Maar dat geldt ook voor de bodem van die keten. Ook daar zijn veel vragen over gesteld, namelijk hoe we voorkomen dat onze jeugd afglijdt en langzaam in het criminele circuit terechtkomt. Dat vraagt om een aanpak die op al die verschillende thema's ingaat. Het gaat van preventie — voorkómen, in de woorden van de heer Sneller — tot een aanpak voor het beschermen van onze economie en de integriteit van onze instituties, tot en met het doorbreken van deze criminele modellen. Een hoop van mijn werkbezoeken in de eerste weken legde ik ook af in dat kader. Zo ben ik in Breda met de politie en een medewerker van Preventie met Gezag naar de wijk Hoge Vucht geweest. Dat was voor mij een enorme eyeopener. Deze wijk is enorm opgeknapt maar staat bekend om zijn criminaliteit. Het is de kraamkamer van Bolle Jos. Als je door die wijk rijdt met de politie, dan vallen een aantal dingen op. Eén. De wijkagent en de Preventie met Gezag-medewerker hebben goed contact met de jeugd die daar rondhangt. Zij weten wat daar speelt en kunnen ook contact maken met die jongeren. Twee. Dat voorkomt niet dat een heleboel van die jongeren het model van een leven in de criminaliteit verkiezen boven een alternatief. Ik ben thuis geweest bij een jongen van 13 met een enkelband, die al een paar jaar niet meer naar school gaat omdat dat niet te doen is. Hij heeft meerdere roofovervallen en mishandelingen op zijn naam staan, 13 jaar oud. Daaruit komen, zorgen voor perspectief en voorkomen dat zo iemand met die loopbaan doorgaat, vraagt enorm veel effort. De politie kan dat niet alleen. We kunnen dat niet alleen met wijkagenten, hoewel die wel die verbinding hebben en het fijn is dat die verbinding er is. Ik zou overigens willen bestrijden dat we absolute no-goareas hebben. Ik ben ook in Overvecht geweest en heb daar over straat gelopen. En ik ben er nog. No-goareas zijn het dus niet. We hebben nog politiemensen die in verbinding staan, maar kunnen die de problemen oplossen die daar heersen? Kunnen zij voorkomen dat deze jeugd verder afglijdt? Nee, dat denk ik niet. Ik denk dat daarom zo'n programma als Preventie met Gezag — daar kom ik zo op terug — zo belangrijk is, waarin je die verschillende disciplines bij elkaar houdt. Maar dat vraagt dus enorm veel effort. Ik kom ook nog terug op mevrouw Coenradies vraag over of je daar heropvoedingskampen voor zou moeten inzetten. Het is een kwestie van aan de ene kant alternatieven bieden en aan de andere kant ook repressief optreden wanneer die grenzen worden overschreden, want die twee gaan absoluut hand in hand. Ik denk dat er de afgelopen jaren een stevige basis is neergezet voor die brede aanpak van voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen. Er is ook fors geïnvesteerd in deze aanpak, met heel veel steun vanuit uw Kamer. Dat is ook nodig. Zo zijn er verschillende maatregelen genomen om onze havens onaantrekkelijker te maken voor de internationaal gewortelde drugsmokkel. Mevrouw Martens wees al op de mainportaanpak. Ik kom zo meteen nog terug op hoe we die doorontwikkelen. We moeten ook voorkomen dat jongeren worden geronseld om het vuile werk uit te voeren en in een kwetsbare positie terechtkomen. Zoals ik dinsdag in het vragenuurtje al heb gezegd, hebben we ook afgelopen weekend bij de aanslag op een synagoge in Rotterdam gezien dat daar naar alle waarschijnlijkheid sprake was van het ronselen van jongeren die zonder dat zij zelf een binding hadden met het doel waarvoor ze gingen, louter voor geld bereid waren om een explosief aan een deur te hangen en de facto een terroristische aanslag uit te voeren. Georganiseerde criminaliteit staat niet los van de maatschappij. Het is daarom heel belangrijk om te voorkomen dat criminelen zich nestelen in de zwakke plekken in onze samenleving — u noemde er net al een — en om tegelijkertijd ook de weerbaarheid van de burger en onze bedrijven te vergroten. De hulp van de samenleving is daarbij echt nodig. Daarom is de campagne Houd misdaad uit je buurt die we onlangs hebben herstart en die in de eerste oplage heeft gezorgd voor 30% meer meldingen bij Meld Misdaad Anoniem zo belangrijk. Uiteindelijk weten mensen namelijk heel vaak wel waar er drugs verhandeld worden, waar dat drugslab zit of wie er bezig is met niet-koosjere zaken. We hebben die ogen en die meldingsbereidheid nodig om daar verder op in te gaan. Ik zeg hier meteen bij dat we onderzoek moeten doen naar de reden dat de aangiftebereidheid in sommige gevallen zo laag is en hoe we die omhoog krijgen. Een aangifteplicht vind ik echter te ver gaan. Zo'n plicht zou namelijk betekenen dat je mensen ook straft voor het feit dat zij een aangifte niet doen. Ik denk dat dat niet de manier is waarop we dit moeten doen. Heel vaak doen mensen uit angst geen aangifte. Ik noem het geval van die 13-jarige jongen nog maar even. Wij gingen daar langs om hem mede te delen dat het OM overging tot vervolging voor de mishandeling waarvan het slachtoffer zelf geen aangifte wilde doen uit angst voor deze 13-jarige jongen. Als je dan dat slachtoffer verplicht om aangifte te doen, zadel je hem op met een enorme angst voor repercussies, terwijl er in dit geval ook een alternatief is, namelijk een OM dat zegt: nou, het zal wel dat u geen aangifte wil doen, maar wij vinden het dusdanig belangrijk dat wij die zaak wél gaan oppakken voor u. Meld Misdaad Anoniem vind ik ook een alternatief voor aangifte. Dan zijn mensen bereid om criminaliteit wel te melden, zonder dat ze daarbij, in veel gevallen, hun buurman publiekelijk bij de politie moeten aanmelden. Mensen vinden dat namelijk om allerlei redenen heel moeilijk en lastig, zeker daar waar het criminelen aangaat.
Versie 27a77074833c6bc18e0ba8a0bf684afd2126e9ac64c32ae284929ce5ffa3c017 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.