KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 19 mrt 2026 · Tweede Kamer

Criminaliteitsbestrijding, ondermijning en georganiseerde criminaliteit

Brontekst

Minister Van Weel: Uiteraard. Dat is ook een dialoog, vanuit de expertise en de inhoud, tussen de politie en een melder. Die is heel belangrijk. Soms is het strafrecht inderdaad helemaal niet de aangewezen weg. Maar als puntje bij paaltje komt, is aangifte doen een recht van elke burger. Vandaar dat ik de vraag kortheidshalve zo beantwoordde. Voorzitter. Er gaat ook een hoop goed. In dat kader wil ik even memoreren dat ik vorige week de haven van Vlissingen heb bezocht. We zien de afgelopen jaren het aantal vangsten in de haven van Rotterdam afnemen. Dat heeft naar alle waarschijnlijkheid ook te maken met de effectieve aanpak die wij daar hebben; daar zijn wij van overtuigd. Maar we hebben meer havens. De haven van Vlissingen is zo'n haven waarbij je ziet dat het veiligheidsbewustzijn enorm is toegenomen, of het nu gaat om de bananenhandel en alle andere manieren waarop er drugs gesmokkeld werden of om de loopholes, de kwetsbaarheden die er zaten in systemen en de manier waarop bedrijven, de overheid, de politie, de FIOD en alle diensten samenwerken om elk gat dat wordt gevonden, zo snel mogelijk te dichten. Tot twee jaar geleden, vertelde een van de kade-eigenaren, kwamen er bijvoorbeeld regelmatig mensen vragen of ze naar een schip toe mochten, omdat ze vrienden waren van de kapitein. Gelet op het voorkomen, de leeftijd en anderszins werd er zwaar getwijfeld aan de waarheid daarvan. Dat gebeurt nu niet meer. Maar het is wel een kat-en-muisspel, want even later zie je weer dat er pakketten voor de kust worden gedropt of dat kleinere havens, zoals die van Scheveningen, worden gebruikt. Dat is meteen mijn antwoord op de vraag van mevrouw Martens. We zijn nu bezig om te kijken welke aanpak nodig is bij de kleinere zeehavens. We kijken welke rol de kustwacht kan spelen, welke rol preventie daarbij kan spelen en of er barricades moeten worden opgeworpen om te voorkomen dat de makkelijke routes gebruikt worden. In die zin blijft het het continu dichten van gaten die zullen blijven ontstaan zolang men de mogelijkheid ziet om drugs naar ons te krijgen. Een voorbeeld daarvan — ik noemde dat ook in het debat over drugsbeleid vorige week — is de toename van cannabisvangsten in de Rotterdamse haven. Die komen vanuit Noord-Amerika, omdat de markt daar verzadigd is maar de prijzen hier nog hoger zijn. We hebben dus te maken met handel die vanzelf zijn weg vindt naar een nieuwe markt. Die markteconomie kunnen we niet tegenhouden. Dat vind ik als liberaal in algemene zin ook niet erg, maar ik zie het wel echt als een opgave om illegale handelsstromen tegen te gaan door al die kwetsbaarheden aan te pakken. Dat vraagt om een internationale aanpak. In die zin hebben we bijvoorbeeld ook verschuivingen gezien van rechtstreekse import vanuit Zuid-Amerika naar de Rotterdamse haven naar een situatie waarin het bijvoorbeeld eerst wordt overgebracht naar havens in West-Afrika, waarna het overgeladen wordt op kleinere schepen of via de traditionele smokkelroutes door de Sahel naar het noorden wordt gebracht en via Spanje en Portugal binnenkomt. Dat vereist dan weer een nieuwe aanpak in die landen. Corruptie en criminele inmenging zijn eigenlijk zaken die je daarbij overal tegenkomt. Ik kom zo op de specifieke vraag, maar in algemene zin zie je dat de georganiseerde misdaad gewoon niet zou kunnen functioneren als ze geen corrupte contacten hadden. Dat geldt zowel voor de overheid als voor het bedrijfsleven. Er wordt continu gezocht naar mensen die onder druk kunnen worden gezet, omgekocht kunnen worden of verleid kunnen worden. Daarom hebben we in de vorige periode ook al ingezet op intensivering van de aanpak van corruptie en criminele inmenging en is er 4 miljoen extra geïnvesteerd om de strafrechtelijke aanpak daarvan mogelijk te kunnen maken. Dat doe ik overigens samen met de collega van BZK. Daar gaan we ook mee door. Een deel van wat we daar proberen te bereiken, is het wegnemen van de schaamte rondom corruptie. Ik denk dat hoe wij omgaan met cyberaanvallen en hacks daarvoor een goed model is. Tien jaar geleden vertelden bedrijven het niet als ze gehackt waren. Die betaalden gewoon en hielden het stil, omdat ze zich schaamden of geen klanten kwijt wilden raken. Inmiddels weten we dat iedereen gehackt kan worden en dat de beste oplossing daartegen is om dat meteen bekend te maken, dat te melden bij de autoriteiten en te zorgen dat je je systeem weer herstelt. Wat betreft corruptie geldt hetzelfde. Als bedrijf of overheidsorganisatie kun je nooit honderd procent voorkomen dat corruptie ook binnen jouw organisatie voorkomt. De beste methode om dit gezamenlijk aan te pakken, is door je dat te realiseren, ervaringen te delen op het moment dat je ertegen aanloopt en zo ook anderen te helpen om die lessen te leren. Wat mij betreft halen we de schaamtesluier dus weg en zetten we daar vol op in. Op Europees niveau is er begin van de maand door de Commissie een nieuwe havenstrategie uitgevaren. Als die u bekend voorkwam, dan kan ik inderdaad bevestigen dat veel van onze maatregelen uiteindelijk in de Europese havenstrategie zijn beland. Dat helpt ook ons. Als wij namelijk onze havens dicht hebben, maar onze buurlanden en de interne markt niet, dan hebben we nog steeds een probleem. Dan kom ik nu bij het eerste blokje, over de brede basis van de ondermijningsaanpak. De heer Sneller vroeg welke plek preventie nu heeft in de opdrachtomschrijving van de taskforce ondermijning, of dat aansluit bij de bestaande aanpak van het programma Preventie met Gezag en het NPLV, en hoe we de effectiviteit daarvan meten. Ja, preventie is onderdeel van die aanpak. Ja, we zetten de bestaande programma's voort; dat staat ook in het coalitieakkoord. Dat geldt voor zowel het NPLV als het programma Preventie met Gezag. Ik ben dan ook blij dat er een brede doorsnede van het kabinet zit, omdat ik preventie vanuit Justitie en Veiligheid nooit alleen kan oppakken. Dit is te breed. Ik had het al over die 13-jarige jongen. Waar gaat die dan heen? De wijkagent kan een middag met hem komen gamen, maar dat verandert het leven van die jongen niet. Je zult toch echt iets anders moeten doen. De effectiviteit van de maatregelen meten we ook. We geven een jaarlijkse voortgangsrapportage uit, we zetten de onderzoeksprogrammering uit en we hebben de Strategische Evaluatie Agenda. We hebben het nu over al het slechte nieuws, maar met de meeste jongeren in Nederland gaat het wel goed. De jeugdcriminaliteit is de afgelopen twintig jaar stevig gedaald. Daarom is het zo belangrijk dat we in die "zwakke wijken", om het zo maar even te noemen, waar we het nu over hebben … Ik heb er de afgelopen twee weken drie bezocht. Ik was deze week nog in Overvecht, vanwege hetgeen agenten daar een week geleden hebben meegemaakt. We hebben in die wijken echt ontzettend veel te doen. Je moet daar een combinatie hebben van outreach, repressie en het bieden van een alternatief. Anders gaan we deze strijd echt verliezen. Neem een wijk als Hoge Vucht. De politie wijst een huis aan en zegt: "Zie je die sociale huurwoning met die palmbomen in de voortuin en die camera's aan de muur? Daar woont dus een man die in de drugshandel zit." Iedereen in die buurt weet dat. Zijn kinderen spelen ook al een rol in het afpersen van andere kinderen en maken daar de dienst uit. Als je dat niet doorbreekt en aanpakt, dan gaat dat uiteindelijk voor alle kinderen in die wijk als rolmodel gelden. Als dit in stand blijft, gaat helemaal niemand bij de Jumbo vakkenvullen voor €2 per uur. Die repressieve aanpak hoort daar dus bij. Daar zul je de rechercheaanpak op moeten inzetten, niet op elke uithaal of op elke tussenpersoon; dat hoor ik ook van agenten. Zorg dat je dit uit zo'n wijk weghaalt. Tegelijkertijd zul je er, voor al die 13-jarige jongens die nu thuis op de bank zitten, heel veel effort in moeten stoppen om te zorgen dat er een alternatief komt. Mevrouw Coenradie refereerde aan een soort heropvoedingsprogramma. In Nederland hadden we de Glen Mills School. Het WODC heeft uiteindelijk een evaluatie daarvan verricht. Daaruit bleek dat recidive onder de deelnemers van de Glen Mills School juist 78% hoger was dan in andere, minder dwingende programma's. We hebben dus een negatieve ervaring en een negatieve onderzoeksuitkomst gehad met deze verplichte programmering. Dat zorgt voor terughoudendheid onder deskundigen om eraan te beginnen. Het gaat hier echt om maatwerk, waarbij je een-op-een, kind voor kind, een aanpak zult hebben. Dat is soms ook frustrerend, want het kost enorm veel effort. Als je aan medewerkers die daarmee bezig zijn, vraagt hoe vaak het effectief is, zeggen ze: nog niet in de helft van de gevallen; was het maar effectief in de helft van de gevallen.

Versie 27a77074833c6bc18e0ba8a0bf684afd2126e9ac64c32ae284929ce5ffa3c017 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.