het Verantwoordingsdebat over het jaar 2021
Brontekst
Versie b8cca87f58f43967 · officiële bronDe heer Sneller (D66): En waar dan te beginnen met harken, met het aanpakken? Ik denk dat het dan verstandig is om te beginnen bij het begin, bij de basis. In Den Haag zijn we graag bezig met the next big sexy thing, maar we vergeten te vaak het saaie noodzakelijke fundament: financieel beheer, materieel beheer, informatiebeheer en het budgetrecht van de Kamer. Het klinkt allemaal zo saai, maar die basis moet meer prioriteit krijgen. Zo simpel als het klinkt, zo moeilijk blijkt het in de praktijk. Voorzitter. Ten eerste is bij het opstellen van de begroting meer regelmaat nodig. Het is al gezegd door collega Heinen. De afgelopen jaren zijn er te veel tussentijdse bijstellingen geweest. Te snel is daarbij een beroep gedaan op artikel 2.27 om dat geld alvast uit te kunnen geven. Misschien nog wel het ergste is dat dit beroep te vaak zelfs achterwege bleef of ten onrechte was. Mijn vraag aan de minister van Financiën is: wat gaat zij doen om deze trend te keren? Ik heb het interessante voorstel van collega Heinen gehoord. Voorzitter. Ten tweede moet de financiële functie rijksbreed worden verbeterd. De afgelopen jaren ging het aantal ministeries met te veel onrechtmatige verplichtingen van zes naar negen naar tien. De afgelopen jaren hoorden we ook vaak uit vak-K van de minister van Financiën dat alle ministers verantwoordelijk zijn voor het financieel beheer op hun eigen departement. En volgens mij is het dat ook aan het einde. Is deze minister bereid om achter dat artikel 44 van de Grondwet vandaan te komen en de regie te nemen om het financieel beheer structureel te verbeteren? Kunnen we dan ook in het najaar al een tussenrapportage krijgen over de voorbereidingen, die hopelijk worden getroffen, zodat we daarbij ook als Kamer onze verantwoordelijkheid kunnen nemen en het kabinet ook tussentijds kunnen controleren? Voorzitter. Dan specifiek het ministerie van VWS. Vorig jaar waarschuwden we al om de verslechtering in de verantwoording niet als incident te zien en de coronacrisis niet als een aflaat voor alle zonden te zien. We begrijpen dat er een bedrag van 1,5 miljard euro niet voldoet aan de aanbestedingsregels omdat niet is onderbouwd waarom er direct gegund is. In voorbereiding op een eventueel nieuwe uitbraak, heb ik de volgende vraag. Wordt er nu specifiek aandacht besteed aan het zorgen dat er correct kan worden aanbesteed? Het lijkt zo makkelijk en zo prozaïsch, maar er zal dan weer opeens veel moeten worden ingekocht. Ik herinner aan de oproep van oud-minister De Jonge, die zei: als er een crisis is, dan vraagt dat juist om een bijzondere manier van administratie en een directe versterking van dat financieel beheer. Vorig jaar zijn er extra mensen bijgekomen waar het gaat om de financieel-economische functie, maar is die oproep nu ter harte genomen? We zien ook dat er dan snel gekeken wordt naar de afdeling FEZ ofwel Financieel-Economische Zaken op een departement, alsof het daar wordt opgelost. Maar wat wordt er nou gedaan op VWS om te zorgen dat ook de rest van het departement onder die verantwoordelijkheid valt? Wat betreft corona zijn er ook op Economische Zaken problemen. We zien dat waar het gaat om de Tegemoetkoming Vaste Lasten, er uitkeringen zijn gedaan zonder dat de rechtmatigheid aangetoond kan worden. En we bleken nog steeds niet in staat om gerichter steun te geven dan de generieke maatregelen die ons door die crisis heen hebben geholpen. Dat zien we nu weer. Of het nou de inflatie, de crisis in Oekraïne, Groningen of de toeslagenaffaire betreft, het wordt een patroon. Wat wordt er nou gedaan om te zorgen dat we ons goed voorbereiden op zo'n volgende onzekerheid, crisis of hoe je het wilt noemen, waarbij er behoefte is om gerichter steun te geven? Hoe wordt er dan voor gezorgd dat we dat kunnen, dat de uitvoeringsorganisaties daarop toegerust zijn en dat we kunnen opschakelen en er eveneens een goede toets is op de rechtmatigheid? Want bij crisis komt vaak haast kijken, maar juist in oorlogstijd komen die beunhazen met de lekkende laarzen aanzetten en juist in coronatijd zagen we overal ter wereld dat criminelen met begerige ogen keken naar die steungelden. Ik herinner me de waarschuwing van minister Koolmees aan het begin van de coronacrisis nog heel goed: we moeten snel handelen, de coronasteun moet snel zijn en daarmee nemen we bewust een risico. Daar was breed begrip voor. Maar als er duidelijk en opzettelijk misbruik wordt gemaakt, moet onze reactie tegelijkertijd ook stevig zijn. In de Verenigde Staten is een speciale aanklager aangesteld om degenen die onrechtmatig geprofiteerd hebben van de pandemie, te achtervolgen. De beantwoording van de feitelijke vragen stemt op zich optimistisch over de stappen die gezet worden om de fraudeurs te achterhalen, maar kan het kabinet ons hierover blijven informeren? Welke lessen trekken we daaruit voor volgende stimuleringsprogramma's? Voorzitter. Ook Defensie vraagt weer onze aandacht. Dat wordt niet minder, nee, dat wordt meer nu we extra investeringen gaan doen. De Defensienota van vorige week bevat terecht veel woorden over de extra uitgaven. Maar minder vaak viel de term "beheer". En toch ligt daar volgens mij een hele mooie uitdaging voor de minister om ook op haar nieuwe departement het aantal tekortkomingen te halveren zoals zij op het vorige departement heeft gedaan. Maar dan wel minimaal halveren, want er moet nog veel gebeuren. Hoe zorgt het kabinet ervoor dat de extra financiële middelen ervoor zorgen dat we die basis meteen op orde krijgen in plaats dat die daarvan afleidt? Voorzitter. Naast de tekortkomingen bij financieel beheer en materieelbeheer schiet ook het informatiebeheer vaak tekort. De Algemene Rekenkamer zegt keer op keer dat de regierol, de toezichthoudende rol daarbij onvoldoende wordt opgepakt door BZK. We zijn blij dat de staatssecretaris voortvarend aan de slag gaat met de aanbevelingen, maar ik stel dezelfde vraag als die ik aan de minister van Financiën stelde over het financieel beheer. Wat gaat zij doen om die regisserende, meer toezichthoudende rol in te vullen? Gaat zij ook kaders opstellen over hoe om te gaan met digitale projecten binnen de andere departementen, inclusief zorg voor de naleving ervan? Kunnen we daar voor de begrotingsbehandeling een brief over ontvangen? Zou het niet goed zijn om in de begrotingscyclus een digitale begroting te hebben met de uitgaven voor digitalisering, per departement uitgesplitst naar inkoop, beheer, onderhoud en algoritmes? Voorzitter. De Rekenkamer schonk bij het verantwoordingsonderzoek extra aandacht aan algoritmes als integraal onderdeel van een digitale overheid. De heer Alkaya had het er al over. We moeten ervoor waken dat algoritmes een eigen leven gaan leiden en ingrijpende besluiten nemen over mensenlevens zonder adequate controle. We zijn dan ook blij dat dat algoritmeregister er komt. In het hoofdlijnendebat dat binnenkort plaatsvindt, zal hier meer aandacht aan worden besteed. Naar aanleiding van het Rekenkameronderzoek vraag ik ook op deze plek aandacht voor het belang van transparantie en herleidbaarheid. Wat gaat het kabinet concreet doen om te zorgen dat bij dat volgende verantwoordingsonderzoek wél die transparantie en herleidbaarheid kunnen worden aangetoond? Ik denk met name aan de zes die de heer Alkaya noemde en die niet door het toetsingskader zijn gekomen. Voorzitter. Ik zei het al in een interruptiedebatje: het is duidelijk dat het kabinet de eerstverantwoordelijke is voor verbetering. Maar ook de Kamer heeft een verantwoordelijkheid als controleur en als medewetgever. Hoe? Nou, bijvoorbeeld bij het bepalen wat er wel en niet kan. Dat gebeurt nu aan de hand van de tolerantiegrenzen die de Algemene Rekenkamer zelf bepaalt en de rapportagegrenzen die de regering vaststelt. In 1992 stelde Wim Kok als minister van Financiën — hij was toen nog geen premier — dat het in de rede ligt dat de Staten-Generaal deze grenzen vaststellen. 30 jaar later is deze handschoen nog steeds niet opgepakt. Nu de grenzen zijn overschreden, lijkt het me goed om ze als parlement scherper te markeren. Ik zal in tweede termijn een motie daarover indienen. Voorzitter. Als Kamer zullen we ons ook meer op de basis moeten richten. Wij moeten onze controlerende taak op dat punt serieus invullen. Dat betekent gewoon meer energie en meer aandacht voor het financieel beheer dan alleen maar één keer per jaar "schande" roepen. Bij een schandaal tussentijds moeten we er bovenop springen. Gelukkig hadden wij vorige week een drukbezochte bijeenkomst met de vele rapporteurs die de jaarverslagen van de verschillende departementen gaan analyseren. Maar klein en iets groter, oppositie en coalitie, we zullen hier allemaal een stapje harder moeten lopen. Een mooie doorkijk naar betere tijden kregen wij al bij die V-100, waar jonge wetenschappers de tijd namen om vragen te bedenken over de verantwoording. Ik dank hen voor die vragen. Ik dank u ook voor de schriftelijke beantwoording, hoewel ik daarbij moet opmerken dat een aantal departementen nog aan het studeren is. Maar dat lijkt me vooral een compliment voor die vragen. Voorzitter. Een mooi voorbeeld zag ik bij het thema arbeidsmarkt in de zorg. Die was aangedragen door de vaste Kamercommissie van VWS. Die vraag ging over de evaluatie van de subsidieregeling Coronabanen in de zorg. In potentie is dat een belangrijke steun, om zorgpersoneel te ontlasten door te investeren in ondersteunende functies. Maar de ministers op VWS maakten zich er in de beantwoording een beetje makkelijk vanaf door te melden dat de subsidieregeling nog loopt. Dus laat ik namens deze jonge wetenschappers even doorvragen: kan het kabinet wel toezeggen dat er een goede evaluatie van deze subsidieregeling komt, en vooral ook of de ervaringen met deze aanpak gebruikt kunnen worden op andere plekken in de publieke sector, waar krapte is? Voorzitter. Ik hoop verder dat de andere vaste Kamercommissies de rest van de vragen en antwoorden zullen oppakken voor een vervolg. Daarnaast zijn er nog andere manieren ontwikkeld om wetenschappers vaker te betrekken bij ons parlementaire werk. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de wetenschapstoets. Tot nu toe blijkt dan toch vaak dat de hypotheses waar beleid op gebaseerd is niet echt falsifieerbaar zijn, zoals een andere wetenschapsfilosoof en groot liefhebber van de open samenleving zou zeggen. En dat is natuurlijk wel nodig om vooruitgang mogelijk te maken, oftewel: beleid moet concrete en afrekenbare doelstellingen bevatten. Het is een wettelijke verplichting uit artikel 3, lid 1, van de Comptabiliteitswet. Anders kan je immers niet meer evalueren, niet leren en niet verbeteren. De Monitor Brede Welvaart en het integreren van die indicatoren bieden daar veel aanknopingspunten voor. De tijd is echt gekomen, wat mij betreft, om hier een serieuze stap in te zetten. Collega Van Raan knikt instemmend. Voorzitter. Is het kabinet bereid om hier vóór de volgende begroting al een concreet voorstel voor te doen? Hoe wordt er gezorgd dat alle inspanningen van het vorige kabinet onder de noemer van de operatie Inzicht in Kwaliteit niet verwateren? Sterker nog: hoe zorgen we ervoor dat we nog wat extra stappen vooruitzetten? Die blijven immers nodig. Voorzitter. Spreektijd is een beetje als belastinggeld: het hoeft niet op. Dus ik rond af. De resultaten van het verantwoordingsonderzoek en de vele andere rapportages, reviews en onderzoeken van de afgelopen periode zijn volgens mij voldoende bewijs om te zeggen dat we even afscheid kunnen nemen van het beeld van Nederland als aangeharkt land, om dat in te wisselen voor het besef dat we hard aan het werk moeten om het fundament te versterken. Jan Terlouw schrijft in zijn boek: hoed u voor mensen die iets zeker weten. Wie kennis vermeerdert, vermeerdert verantwoordelijkheid. Ik zeg hem dat graag na, voorzitter.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.