statement · 24 apr 2025 · Tweede Kamer
Juridische beroepen
Brontekst
De heer Koops (NSC): Dank u, meneer de voorzitter. Bij Voorjaarsnota is 30 miljoen euro uitgetrokken voor het verbeteren van de mate waarin sociale rechtshulp wordt gefinancierd. Na mijn oorspronkelijke blijdschap daarover bleek dat die 30 miljoen pas vanaf 2027 beschikbaar is. Dat houdt in dat we wat betreft de financiering van rechtshulp een gat hebben tussen nu en 1 januari 2026. Wat is nu de aanleiding om daar in dit debat opnieuw over te beginnen? Dat is omdat het beroep van advocaat bij uitstek een juridisch beroep is. Daarmee plaats ik hier dan meteen mijn allereerste zorg over de sociale advocatuur. We moeten hier twee dingen uit elkaar halen. Die 30 miljoen is in principe bedoeld om het systeem van vergoedingen in een concrete zaak up-to-date te houden, bij te werken naar de normen van de tijd en het mogelijk te maken om voldoende geld te verdienen op het moment dat je alleen maar dat soort zaken doet. Dat is de kern van die 30 miljoen. Een tweede probleem is aan de orde geweest bij de financiering van de rechtshulp, maar valt daar strikt genomen niet onder. Dat is simpelweg het uitsterven van de sociale advocatuur als zodanig, het in hoog tempo afnemen van het aantal mensen die daar hun werk van maken. Ik weet heel zeker dat iedereen hier aan deze tafel over één ding hetzelfde denkt: dat moet niet gebeuren. Er moet een aanbod van sociale advocatuur zijn in de regio's en in de steden. We weten allemaal waar we het nu over hebben, want dit gezelschap heeft ook de vorige debatten gedaan. Mijn vraag aan de staatssecretaris betreft het in stand houden, het voorkomen van het uitsterven van de sociale advocatuur. Dat is dus wat anders dan de vergoeding per punt, om het zo uit te drukken, of de vergoeding van een handeling. Het staat voor Nieuw Sociaal Contract volkomen vast dat wij niet kunnen wachten tot 1 januari 2027 met het maken van een plan en het in werking laten treden van een plan om dat voornoemde uitsterven te voorkomen. Dat moet gewoon sneller. Mijn eerste vraag aan de staatssecretaris is dan ook om te reflecteren op specifiek die opmerking over haast. We moeten iets doen per 1 januari 2026. In het vervolg op het antwoord dat de staatssecretaris gaat geven, waarbij ik hoop hem in een hoekje te duwen omdat hij het er bezwaarlijk mee oneens kan zijn, gaat het om: hoe moeten we daar nou mee omgaan per 1 januari 2026? Daarbij denk ik vooral aan het rapport dat is opgesteld en de adviezen die zijn gegeven door de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland, de VSAN. Die hebben een specifiek op het aannemen van advocaat-stagiairs gericht advies geschreven. Daar hoort ook een bepaald kostenplaatje bij. Mijn vraag aan de staatssecretaris is in hoeverre hij achter dat advies staat. Ik vraag hem om daarbij ook te reflecteren op het feit dat de VSAN tot op zekere hoogte een "lobbyvereniging" kan worden genoemd, want zij melden zich hier voor de belangen van de sociaal advocaten. Dat bijt zich als het ware in de staart, want het is natuurlijk helemaal geen lobbyvereniging. Zij lobbyen eigenlijk voor de honderdduizenden mensen die jaarlijks door de sociaal advocaten worden bijgestaan. Dát is waar zij voor lobbyen. Aan de ene kant kan je dus zeggen dat ze voor eigen parochie preken door te zeggen dat er meer stagiairs bij moeten komen. Daar staat tegenover dat die honderdduizenden mensen in de kou komen te staan als wij hun adviezen niet opvolgen. De vraag is dus of de staatssecretaris wil ingaan op de kwaliteit van het advies van de VSAN en of hij wil toezeggen het geld vrij te maken, bij wijze van incidentele investering, per 1 januari 2026 om een start te maken met het opleiden van die stagiairs, en daarmee het uitsterven te voorkomen. Dat is mijn eerste onderwerp, meneer de voorzitter.
Versie ec24f9cd710f8fb3fe2d1f61407183dd16651e1a3af6480cd8b999aec1f87c06 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.