KamerkringInloggen
Uitspraak

het Verantwoordingsdebat over het jaar 2021

9 jun 2022 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b8cca87f58f43967 · officiële bron

De heer Azarkan (DENK): Dank, voorzitter. Ik doe deze inbreng ook namens mevrouw Den Haan. Ik heb gemakshalve haar acht minuten bij die van mij opgeteld, zoals dat een goed gebruik is in de Kamer. Maar ik beloof u: ik zal het binnen de acht minuten van mijzelf houden. Voorzitter. Ik hoorde een collega zeggen: kennis leidt tot meer verantwoordelijkheid. Nou hoorde ik ooit eens een cabaretier zeggen: kennis leidt er niet toe dat we ons bevrijden, maar dat we de contouren van de gevangenis beter zien. Daar kunt u even rustig op kauwen! In 2019 kregen wij van collega Snels en collega Sneller een creditcard, toen nog 300 miljard. Het idee was dat ministers en staatssecretarissen voor elk voorstel dat zij deden, moesten aangeven wat de doelmatigheid en de doeltreffendheid ervan was. Dat is eigenlijk de kern van de Comptabiliteitswet. Voor de Kamer is deze verplichting een belangrijk hulpmiddel om de regering te controleren. Wat belooft een bewindspersoon nu eigenlijk en hoe wordt beargumenteerd dat deze belofte met zo min mogelijk belastinggeld wordt gerealiseerd? Hoe beter dit vooraf in plannen wordt opgeschreven, hoe gemakkelijker de Kamer het kabinet daarop kan controleren en hoe beter departementen achteraf beleid kunnen evalueren. Voorzitter. Tot zover de theorie. Zo zou het moeten. De praktijk is anders. Wat we vandaag met elkaar doen, is essentieel en een belangrijke pijler onder onze parlementaire democratie. Natuurlijk is het zo dat terugkijken minder interessant is dan vooruitkijken. Want we zien dat de waan van de dag óók onze agenda hier in de Kamer bepaalt. En toch moeten we terugkijken om goed vooruit te kunnen kijken. We moeten lessen trekken. Terugkijken is complex, maar gelukkig kunnen wij terugvallen op de onderzoekers en de rekenmeesters van de Algemene Rekenkamer. Ik wil ze ook graag bedanken. Ik bedank de medewerkers van de Algemene Rekenkamer, die hard hebben gewerkt om ons van informatie te voorzien. En ik ben ook dankbaar dat we als parlement een instituut hebben als de Rekenkamer, dat ons hierin ondersteunt. "Woensdag, gehakdag." Zo was het op de derde woensdag van mei. Toen ontvingen wij de jaarstukken. Als we naar de jaarverslagen van de rijksoverheid en de rapporten van de Algemene Rekenkamer kijken, zien we een slecht beeld. Niet alleen heeft het kabinet het afgelopen jaar gefaald, maar ook de trend is buitengewoon ernstig en zorgwekkend. Van de aangegane verplichtingen is 15,5 miljard niet rechtmatig. Dat is 5% van de totale uitgaven van de overheid. En het is vijf keer hoger dan de norm. Al voor de crisis in 2019 was dit het geval. Toen was het nog ruim 1%. In 2020 was het 2,5%. In 2021 was het 5%; toen was er dus wederom een verdubbeling. In al die jaren werden die grenzen dus overschreden. En om u een beeld te geven, zeg ik: dit bedrag is net zo hoog als alle uitgaven van de gemeentes Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht bij elkaar, en dan komt er nog 1 miljard bij. Maar ook bij de uitgaven wordt de tolerantiegrens van 1% overschreden. Van 3,3 miljard euro kan de rechtmatigheid niet worden vastgesteld. En de grootste problemen zitten weer bij VWS, Financiën en Defensie: de usual suspects. Bij VWS is er wel een verbetering, maar toch nog een grote onrechtmatigheid. Het ging bij VWS om 4,1 miljard, bij Defensie om 1,3 miljard en bij Financiën om 1,5 miljard. 54% van de onrechtmatigheden heeft te maken met de coronacrisismaatregelen. De driehoek VWS, Financiën en Defensie lijkt al jaren een financiële Bermudadriehoek te zijn waarin belastinggeld op onnavolgbare wijze lijkt te verdwijnen. En dan hadden we nog de 7,9 miljard euro bij EZK waarvan de rechtmatigheid aanvankelijk niet kon worden vastgesteld. Het is via spoedprocedures op het allerlaatste moment, na het maken van bezwaar, alsnog gedaan. Ik vind dat een vreemde gang van zaken. Deelt de minister de mening dat dit een verkeerde indruk maakt? De rechtmatigheid van de verplichtingen en uitgaves staat onder toenemende druk. Dat is, zoals ik al zei, ernstig en zorgwekkend. Op maar liefst tien begrotingshoofdstukken is de tolerantiegrens overschreden. Dat is meer dan ooit. Wat gaan de verantwoordelijke ministers doen om het tij te keren? De eerste reacties zijn teleurstellend. De minister van Financiën en de minister van BZK hebben weliswaar een officiële reactie gegeven, maar deze zijn bijzonder vaag. "Minister Kaag gaat haar best doen." Ze zegt: ik ga herhaling van fouten en onzekerheden voorkomen. Minister Bruins Slot wil meer aandacht geven aan de uitvoering en de uitvoerbaarheid, en ze wil "beleid en praktijk beter op elkaar laten aansluiten." Voorzitter, ik had vroeger een collega die zei: dat is net als appeltaart, dat vinden we allemaal lekker, maar wie gaat het bakken en hoe gaan we dat dan precies doen? Het is dus weinig concreet. Ik wil graag een nadere reactie op de vraag wat de minister nu écht gaat doen om die rechtmatigheid en de uitvoering in de praktijk te verbeteren. Komt de minister met een actieplan om weer rijksbreed boven de 99% rechtmatigheid uit te komen? Voorzitter, iets anders. Zou het een idee zijn om de Algemene Rekenkamer bij grote onrechtmatigheden echte maatregelen te kunnen laten opleggen? Daardoor zou ze niet alleen maar pas achteraf de bal bij de Tweede Kamer neer hoeven te leggen. En waarom worden de uitgaven van de gemeenten en de provincies eigenlijk niet onderworpen aan toezicht door de Algemene Rekenkamer? Ook daar gaan miljarden euro's in om, vaak gefinancierd vanuit het Rijk. Hoe kan de financiële functie van de Kamer versterkt worden? Ik heb het volgende al een aantal keren gezegd. We hebben een Bureau Wetgeving. We hebben geen bureau begroting of bureau financiën. Zou het een idee zijn om dat, net zoals andere landen, wel in te stellen, zodat fracties daar ondersteuning in kunnen krijgen? Want, voorzitter, waar veel overheidsgeld is, dreigt misbruik. Juist als de sluizen van die overheidsfinanciën wijd opengaan, is extra controle noodzakelijk. De spelregels van die overheidsfinanciën blijven ook in crisistijd hetzelfde: wat onrechtmatig is, is onrechtmatig. Het is daarom bedroevend en teleurstellend dat de tolerantiegrens voor de rechtmatigheid zowel voor de uitgaven als voor de aangegane verplichtingen is overschreden. Deelt de minister die conclusie, ook in crisistijd? Het veelvuldig gebruiken of misbruiken van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet is naar mijn oordeel te vaak een excuus, want de belastingplichtige, de toeslagengerechtigde, de uitkeringsgerechtigde, kortom, wij allemaal, wij Nederlanders moeten ons tot op de laatste cent verantwoorden, anders volgen zware sancties. Als de overheid een burger was, dan had zij nu te maken gekregen met boetes, terugvorderingen, inbeslagnames, procedures, rechtszaken en uitsluiting. Dan had zij op zwarte lijsten gestaan en waren er fraudeteams op gezet met zware controles, misschien wel huiszoekingen, en in laatste instantie waren ze tot een faillissement gedwongen. Maar de overheid zelf mag er blijkbaar met de pet naar gooien als het gaat om de verantwoording. Dat is meten met twee maten. Deelt de minister de mening dat dit echt niet kan? Kunnen de minister van Financiën en de minister-president toezeggen dat ze er alles aan zullen doen om in 2022 geen enkele tolerantiegrens te overschrijden? Want onderdeel van die beloofde nieuwe bestuurscultuur, die ik nog maar zelden heb waargenomen, moet toch zijn dat we stoppen met goedpraten wat fout is, dat er verantwoordelijkheid wordt genomen en leiderschap wordt getoond? Tot slot. De president van de Algemene Rekenkamer riep de Kamer er vorig jaar toe op om meer het heft in eigen hand te nemen. De 24 rapporten die daarover opgesteld zijn, zouden ons daarbij moeten helpen. Uiteindelijk moet de Kamer zelf haar verantwoordelijkheid nemen. De Kamer moet aan het werk. Een eerste stap daartoe is vooralsnog geen decharge verlenen op het financieel jaarverslag van het Rijk en de jaarverslagen van de departementen waar de tolerantiegrenzen zijn overschreden. Ik overweeg daartoe een motie.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.