KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 9 apr 2026 · Tweede Kamer

Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) (36746)

Brontekst

De heer Neijenhuis (D66): Mevrouw Patijn werd al gek van D66'ers die het de hele tijd hadden over "flex minder flex en vast minder vast". Dat is het verhaal dat alle woordvoerders van mijn partij hier bijna tot uit den treure hebben verkondigd. Ik sluit me graag bij die traditie aan. Wat dat betreft zijn we dus zeker consistent. Het is vandaag fundamenteel om deze wet aan te nemen, die de Nederlandse economie robuuster gaat maken. Ik zei het al: mensen in onzekerheid doen minder snel grote investeringen, maar krijgen vaak ook minder investeringen in hun ontwikkeling vanuit de werkgever. We moeten er juist voor zorgen dat we de Nederlandse economie een stuk productiever maken, zodat we onze welvaart kunnen behouden en versterken. Dat kan niet als onze economie aan het infuus van flexwerk zit. Dat is ook de reden waarom wij de kern van dit wetsvoorstel zo graag overeind willen houden en willen aannemen. Ik heb daar nog allemaal gedachten bij. Je krijgt natuurlijk nooit helemaal je zin in een onderhandeling. Maar om doorbraken te realiseren voor onze economie moet je geven en nemen. Voorzitter. Dat gezegd hebbende, dit voorstel staat niet op zichzelf. Flex minder flex maken is namelijk geen volledige oplossing. De commissie-Borstlap zegt niet voor niets, net zoals al die D66-woordvoerders, dat dit hand in hand moet gaan met vast minder vast. Anders krijg je namelijk een waterbed-op-waterbedeffect. Juist dat vast minder vast komt lastig van de grond. Als we de evaluatie van de Wet arbeidsmarkt in balans erop nalezen zien we ook dat flex minder flex een beetje gelukt is, maar het aantrekkelijker maken van het vaste contract eigenlijk nog niet. Ik sluit dus graag aan bij de vraag van de heer Flach. Kan de minister aangeven welk proces of spoorboekje, zoals de heer Flach zei, hij voor zich ziet in zijn streven, die ambitie staat ook in het coalitieakkoord, om die kant van de medaille te gaan regelen? Naast maatregelen die op de plank liggen lijkt het me ook verstandig om concrete knelpunten rond het vaste contract in kaart te brengen. Is de minister bereid om zowel ambtelijk als met de polder te verkennen hoe we verdere barrières naar het vaste contract kunnen wegnemen? Voorzitter. Om in de beeldspraak van huizen te blijven: een huis is nooit af. Ook in dit voorstel zijn nog een aantal verbeteringen mogelijk, bijvoorbeeld de bescherming van zieke uitzendkrachten. Te veel uitzendkrachten verliezen gelijk hun werk en inkomen in geval van ziekte. Onuitlegbaar voor de uitzendkrachten zelf, maar ook wrang voor alle uitzendbureaus waar loondoorbetaling wel netjes in de cao is geregeld. Ik heb een amendement ingediend om dit recht te zetten. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister. Een andere zorg die ik heb, zijn de mogelijke mazen in de wet die we nu aan het opstellen zijn; de waterbedeffecten waar ik het net over had. Terecht stoppen we nu met het nulurencontract, waarbij het risico op geen werk volledig wordt afgewenteld op de werknemer, maar is de minister het met D66 eens dat fase A in het uitzendcontract nog een te makkelijke omweg is om alsnog in de praktijk met oproepkrachten te kunnen werken, aangezien daarvoor nog de loondoorbetalingsplicht kan worden uitgesloten? Een paar jaar geleden heeft de Kamer een motie van collega Ceder aangenomen om te voorkomen dat werknemers eindeloos in onzekerheid blijven door fase A-contracten bij verschillende uitzendbureaus te moeten stapelen. Wat is er met die motie gebeurd? Welke actie wil de minister nog ondernemen om te voorkomen dat we over een paar jaar moeten concluderen dat het verbod op nulurencontracten eenvoudig te omzeilen bleek via die fase A-uitzendcontracten? Een ander duidelijk risico op zo'n waterbedeffect is uiteraard de zelfstandigheid. Nu werken veel mensen met enorm veel genoegen als zzp'er, maar het mag niet zo zijn dat onze regels voor meer zekerheid gaan leiden tot meer mensen die noodgedwongen door hun werkgever richting het zzp-schap worden geduwd. Deelt de minister deze visie? De wet over het rechtsvermoeden komt gelukkig al snel ter sprake, namelijk volgende week al, maar mogen we ook snel voortgang verwachten op de Zelfstandigenwet voor de verduidelijking van de arbeidsrelatie? Voeg die vooral toe aan het spoorboekje, zou ik zeggen. Een onderdeel dat wij van harte steunen zijn de gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten. Ik heb hier nog wel wat verdere vragen over. Is nu voldoende duidelijk wat essentiële en niet-essentiële arbeidsvoorwaarden zijn? Klopt het dat een pensioenpremie als niet-essentiële arbeidsvoorwaarde wordt gerekend, maar een vergoeding voor zonnepanelen of een studiebudget wel? Op welke manier wil de minister deze onduidelijkheden onder werkgevers wegnemen en dit ook duidelijk communiceren? Hoe is de minister sowieso van plan meer duidelijkheid te scheppen over wat nu precies gelijkwaardig is en of de huidige cao's daarvoor bijvoorbeeld al afdoende zijn? We merken dat hierover nog onduidelijkheid is bij partijen. We moeten in ieder geval voorkomen, zo vindt mijn fractie, dat dit weer vooral bij de rechter moet worden uitgevochten, omdat wij als wetgever niet concreet genoeg zijn geweest. Voorzitter. De ene groep heeft extra bescherming nodig, maar de andere groep is juist gebaat bij flexibiliteit. Zo maakt het wetsvoorstel een oproepuitzondering voor jongeren en studenten. Zij doen het werk immers naast iets anders. Die argumentatie gaat wat ons betreft ook op voor AOW-gerechtigden. Zij hebben een vast inkomen met veel inkomenszekerheid en ook voor hen is flexibel werk dus vaak iets ernaast. Laten we hun ook de ruimte bieden om door te werken na het pensioen. Mijn amendement maakt dit mogelijk. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister. Voor die studenten en scholieren zelf ... Ik krijg veel berichten van werkgevers die mij waarschuwen. Voor die ene uitzondering mag de student maximaal twaalf uur per week werken en voor de andere uitzondering weer maximaal zestien uur, namelijk voor het nulurencontract. Werken met verschillende urencriteria is onnavolgbaar voor werkgevers. Laten we daar één urencriterium van maken. Werkgevers moeten van iedere student of scholier een bewijs van inschrijving opvragen, die ook nog eens archiveren en goed bijhouden tot wanneer die uitzondering precies geldt. De heer Flach zei het net ook al. Dat moet toch makkelijker kunnen? Nu moeten werkgevers al bij de loonheffingsverklaring aangeven of iemand student of scholier is. Eén en één is twee, zou je zeggen. Het wordt al geregistreerd. Ik was van plan om met een amendement hierover te komen. Dat loopt nog een beetje vast in definitiekwesties, maar kan de minister in ieder geval kijken of hier tot een simpele oplossing gekomen kan worden, zodat we dit snel kunnen fiksen voor werkgevers en tot een vermindering van administratieve lasten kunnen komen? Ten slotte de overnameboetes. Werkgevers betalen vergoedingen om werknemers in dienst te kunnen nemen nadat zij via een uitzendcontract hebben gewerkt. De wet zegt dat die vergoeding redelijk moet zijn, maar de praktijk is eigenlijk anders. Mkb'ers, scholen of zorginstellingen betalen enorm hoge vergoedingen. Die staan eigenlijk echt niet meer in verhouding tot de kosten die dat uitzendbureau ooit gemaakt heeft. Ik vind dat niet wenselijk, zeker als je kijkt naar hoeveel onderwijsgeld er wel niet naar dit soort vergoedingen gaat. Daarom kom ik met een amendement, samen met mevrouw Patijn. Met die aanpassingen denk ik dat we dat huis, dat vlaggenschip of welke metafoor je ook van dit wetsvoorstel kan maken, in ieder geval kunnen versterken, zodat we het een behouden vaart kunnen wensen. Dank u, voorzitter.

Versie 44630bec29b1fc1f824b354ec7f21fbc8214971a31e50e9cc7612b311a8454f6 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van debat · Officiële koppeling

Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) (36746)

Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) (36746)

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.