Onlinefraude
Brontekst
Versie 74e84e2628488b4b · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMevrouw Van ’t Hoff: Hartelijk dank. Ik wil eerst even kort ingaan op de laatste vraag, dus waarom de aanpak van daderschap achterblijft bij het grote aantal slachtoffers. De literatuur laat zien dat de meldingsbereidheid onder slachtoffers sowieso ontzettend laag is. Die is nog veel lager dan bij traditionele criminaliteit. Vervolgens is de doorstroom zeer beperkt voor onlinecriminaliteit. Er is in het afgelopen jaar een rapport uitgekomen dat de doorstroom door de strafrechtketen laat zien van een heel groot aantal traditionele zaken versus online criminaliteitszaken. Daarbij zie je dus eigenlijk dat echt een minimaal percentage die keten doorstroomt. Tot slot is de capaciteit van de politie simpelweg niet toereikend voor het enorm toegenomen aantal slachtoffers, zeker als je kijkt naar onlinefraude. Daarbij zou je kunnen overwegen om er fundamenteel anders naar te gaan kijken. Is het wel nodig dat al deze slachtoffers aangifte doen als we ze vervolgens allemaal zes weken later een brief gaan sturen waarin staat dat hun zaak helaas niet opgepakt gaat worden? Welk doel heeft dat dan precies? Dan zou je dus ook naar een fundamenteel andere aanpak kunnen gaan kijken, waarbij je bijvoorbeeld één meldpunt integreert, waarbij er zeker wel automatisch een aangifte uit rolt, maar waarbij er ook, veel belangrijker, breder melding wordt gedaan, zodat we meer zicht hebben. Daarbij kan ook hulp aan slachtoffers worden verleend. Stel dat je belt en zegt: "Ik heb vijf minuten geleden op een betaallink gedrukt. Ik had dat niet moeten doen. Ik had het niet door, maar zodra ik had betaald wel." Ik spreek dat soort slachtoffers. Als je dan vijf minuten later jouw bank aan de telefoon hebt, dan kan die mogelijk nog wat. Als je dat soort hulp integreert, dan hebben we uiteindelijk veel meer effect op de zorg voor slachtoffers dan wanneer we alleen de aangiftebereidheid proberen te verhogen. Dan wilde ik graag nog op uw vraag ingaan over de PNBF. De Procedure niet-bancaire fraude verdient inderdaad een andere naam; daar ben ik het helemaal mee eens. Ik doe daar al twee jaar onderzoek naar, dus ik kan daar best wel wat over zeggen. Ik probeer dat heel kort te houden. In het kort hebben we het hier over een afdoening van onlinefraude buiten het strafrecht, waarbij slachtoffers de ontvanger van het geld aansprakelijk kunnen houden. Dat komt eigenlijk heel primair voort uit het feit dat als je zo'n overschrijving doet nadat je een appje hebt gekregen van "hoi, mam", of als je een overschrijving doet in een andere vorm van criminaliteit, we die overschrijving als bewijs hebben. Daarmee kun je dus aantonen wie de ontvanger van het geld is. Volgens het civiel recht in Nederland heb je er gewoon recht op als je zegt: dat had ik niet willen doen; ik wil het graag terug. Dat heeft niks te maken met daders en slachtoffers. In het civiel recht is het een hele andere verhouding tussen de twee partijen. Nu moet je wel weten wie dat is, want je hebt in beginsel alleen een rekeningnummer en een achternaam. De Procedure niet-bancaire fraude ziet erop toe dat slachtoffers de naw-gegevens van die ontvanger kunnen opvragen bij hun betaaldienstverlener. Als je die naw-gegevens hebt, kun je bijvoorbeeld naar een deurwaarder. Die gaat dat geld dan voor jou proberen terug te vorderen. Daar is heel veel over te zeggen; we hebben er inmiddels al heel veel pagina's vol over op papier gezet. Uw vraag is: moeten we niet direct aan alle Nederlanders verkondigen dat dit de manier van werken is? Daar zit zeker iets moois aan, want hoe mooi zou het zijn als elk slachtoffer direct een vordering kan instellen en zijn geld terug kan krijgen? Ik wil echter wijzen op de keerzijde van het hele verhaal, namelijk dat veel van deze begunstigde rekeninghouders geen daders en geen hardcore criminelen zijn. Dit gaat bijvoorbeeld voor een deel om geldezels, die in sommige gevallen gedwongen zijn om mee te werken aan dit delict en in andere gevallen heel kwetsbaar zijn. Dan kun je denken aan lvb, dakloos et cetera. Deze mensen worden zelf via social engineering eigenlijk zover gekregen om hun bankpas af te staan. Vervolgens moeten zij civielrechtelijk het geld terugbetalen en zijn er ook uitspraken van de rechter die zegt: het is hierbij niet relevant dat jij het geld vervolgens hebt afgestaan aan de daadwerkelijke fraudeur; je bent civielrechtelijk aansprakelijk en moet dat terugbetalen. Die keerzijde zijn wij op dit moment aan het optekenen. We hebben daar heel veel onderzoek naar gedaan. In 2026 wil ik heel graag aanbevelingen doen waarbij we beide kanten van de medaille tegelijkertijd kunnen benoemen en niet alleen de voordelen voor potentiële slachtoffers.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.