Onlinefraude
Brontekst
Versie 74e84e2628488b4b · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMevrouw Galic: Geachte voorzitter. Dank voor deze mogelijkheid om onze factsheet inzake de opsporing en vervolging van onlinefraude onder het huidige en nieuwe Wetboek van Strafvordering nader toe te lichten. Onlinefraude is een containerbegrip voor allerlei vormen van bedrog gericht op financieel gewin die zonder ICT niet mogelijk zouden zijn geweest. Daarbij kan worden gedacht aan verkoopfraude, bankhelpdeskfraude, betaalverzoekfraude, bankphising enzovoort. Onder het Wetboek van Strafrecht worden diverse strafbepalingen gebruikt om onlinefraude te vervolgen, zoals computervredebreuk, oplichting, witwassen en valsheid in geschrifte. Deze strafbaarstellingen maken het mogelijk om meer ingrijpende opsporingsbevoegdheden in te zetten om verdachten van deze strafbare feiten op te sporen. De huidige capaciteit binnen de strafrechtketen is echter beperkt tot een kleine 7.000 zaken per jaar op het terrein van gedigitaliseerde criminaliteit, terwijl de omvang van onlinefraude vele malen groter is. Het gaat om 1,4 miljoen slachtoffers in 2024. Strafrechtelijk ingrijpen is bovendien slechts een reactie. Het wordt pas ingezet als er al een strafbaar feit is gepleegd. Het is om die reden dat bij de bestrijding van onlinefraude wordt ingezet op een integrale aanpak. Met deze aanpak wordt onder meer ingezet op preventie en samenwerking met publieke en private partners om onlinefraude te bestrijden. Daarbij kan uit verschillende interventies binnen de verschillende deelterreinen worden geput. Denk aan het privaatrecht, het bestuursrecht en het tuchtrecht, maar ook aan campagnes en hulpverlening. Een dergelijke samenwerking is alleen mogelijk als er wordt geïnvesteerd in de samenwerking tussen politie en justitie en de publieke en private partners, alsook in de gegevensuitwisseling tussen deze partijen. De beperkte capaciteit en het reactieve karakter van het strafrecht nopen er ook toe dat er keuzes worden gemaakt ten aanzien van het type zaken dat via het strafrecht wordt afgedaan. In dat kader zou, mede in het licht van het ultimumremediumkarakter van het strafrecht, de inzet van het strafrecht moeten worden beperkt tot de meest ernstige gevallen van onlinefraude, zoals gevallen met een groot aantal slachtoffers, een hoog schadebedrag, een georganiseerd verband of complexe casussen. Wanneer een zaak de inzet van het strafrecht rechtvaardigt, biedt het huidige Wetboek van Strafvordering een groot aantal bevoegdheden waarvan gebruik kan worden gemaakt bij de opsporing van onlinefraude. Vanwege het digitale karakter van deze vorm van criminaliteit betreft het in de meeste gevallen dan ook digitale opsporingsbevoegdheden. De belangrijkste bevoegdheden zijn: het vorderen van identificerende en verkeersgegevens, doorzoeking van geautomatiseerde werken, netwerkzoeking tijdens het doorzoeken van plaatsen en aftappen van communicatie. Daarnaast zijn bevoegdheden inzake het ontoegankelijk maken van gegevens van belang bij de bestrijding van onlinefraude. Onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt de regeling voor digitale opsporing volledig geherstructureerd, waarbij het onderzoeken van gegevens een centrale positie krijgt. De inzet van deze bevoegdheid wordt genormeerd aan de hand van het stelselmatigheidscriterium. Hoe ingrijpender de inbreuk op het privéleven van een persoon, hoe preciezer de bevoegdheid moet zijn geformuleerd en hoe hoger de functionaris is die de toepassing van bevoegdheden moet goedkeuren. Onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering worden ook een aantal nieuwe opsporingsbevoegdheden geïntroduceerd die relevant kunnen zijn voor de opsporing van onlinefraude. Het gaat daarbij om het kennisnemen van gegevens na inbeslagname en netwerkzoeking na inbeslagname, waarmee reeds ervaring is opgedaan onder de Innovatiewet Strafvordering en waarvan de evaluaties grotendeels positief zijn. Tevens kunnen het bevel tot data-analyse door een derde en stelselmatige locatiebepaling van belang zijn in de opsporing van onlinefraude. Daarmee lijken er afdoende mogelijkheden te bestaan om ernstige gevallen van onlinefraude op te sporen en vervolging daarvan zeker te stellen. Een kanttekening is wel dat de aanwezigheid van een grensoverschrijdend aspect de opsporing kan bemoeilijken, omdat in die gevallen justitiële samenwerking met het buitenland noodzakelijk is. Dit probleem wordt wel gedeeltelijk aangepakt met de komende e-evidenceverordening en -richtlijn. Tot slot. Zoals ik hiervoor al heb aangegeven, is in het kader van de integrale aanpak van onlinefraude de uitwisseling van persoonsgegevens van groot belang. Dit was niet het onderwerp van onze factsheet, maar verdient onzes inziens niettemin enige aandacht, omdat gegevensbeschermingsrecht, waaronder de AVG, soms wordt gezien als een obstakel in de bestrijding van onlinefraude. Dat is volgens ons echter een misvatting. De AVG staat het uitwisselen van persoonsgegevens voor de bestrijding van onlinefraude toe, mits deze verwerking van persoonsgegevens op een rechtmatige en legitieme manier gebeurt. De verwerking van persoonsgegevens in een mogelijk strafrechtelijke context kan immers aanzienlijke gevolgen hebben voor alle betrokken personen. In het volgende panel wordt dit onderwerp ook verder besproken. Dank voor uw aandacht. We kijken uit naar de verdere gedachtewisseling.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.