Onlinefraude
Brontekst
Versie 74e84e2628488b4b · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMevrouw Buisman: Ik neem de vraag over het massaslachtofferschap voor mijn rekening. Het is volgens mij ergens in 2018 geweest toen voor het eerst de bepaling voor onlinehandelsfraude werd ingevoerd. Er was veel discussie over de vraag wanneer je die inzet. Onder andere in de parlementaire discussie werd daarover aangegeven dat daar een selectie van zaken in moet komen, omdat er heel veel gevallen van Marktplaatsoplichting zijn en we die niet allemaal kunnen vervolgen of überhaupt opsporen. Toen was er een soort van indicatie, nattevingerwerk, dat we bij 180 aangiftes eens zouden gaan kijken of het een zaak zou zijn waarvoor opsporing en vervolging in beeld zouden moeten komen. Als je zelf het Openbaar Ministerie over hun ervaringen met vervolging van internetoplichting hoort, dan geven ze aan dat die zaken juist vanwege het massaslachtofferschap heel lastig zijn om bij de strafrechter aan te brengen. Dat is juist omdat de zaak zelf inhoudelijk niet heel ingewikkeld is, maar het strafproces ook de mogelijkheid biedt om je te voegen als benadeelde partij en daarbij binnen die strafprocedure je schade vergoed te krijgen. Dat is voor slachtoffers een hele mooie gelegenheid om hun schade op een eenvoudige wijze vergoed te krijgen. Maar je ziet dus dat dat zeer belastend is voor het strafproces, omdat de inhoudelijke behandeling dan maar heel beperkt is, maar er heel veel tijd moet worden uitgetrokken voor dat laatste gedeelte. Ik denk dat dat ook een reden is waarom we eigenlijk heel weinig zaken zien terugkomen waarin er echt is vervolgd voor online handelsfraude als we kijken op rechtspraak.nl, maar dat durf ik niet met zekerheid te zeggen. Wat zou je er nou aan kunnen doen om het strafproces er beter op in te richten? Allereerst zou er kunnen worden geleerd van de ervaringen die zijn opgedaan in het MH17-proces. Daarin was ook sprake van een groot aantal slachtoffers die zich hadden gevoegd als benadeelde partij. Een van de keuzes die daarbij is gemaakt, is om met vaste bedragen te werken. Daardoor is het eenvoudiger om vast te stellen of er schade is geleden door het strafbare feit. Zo ja, dan is dit het vaste bedrag dat in dit geval dan wordt toegekend. Op die manier kan makkelijker door een groot aantal vorderingen heen worden gewerkt en komt er tegelijkertijd een vorm van genoegdoening. Je ziet dat die schadevergoeding en die strafprocedure vooral belangrijk is voor slachtoffers omdat het een zekere mate van genoegdoening aan die slachtoffers geeft; de dader moet hun die schade dus vergoeden. Op die manier wordt dat tijdens de strafprocedure vereenvoudigd. Een van de andere dingen die in het kader van de modernisering van de strafvordering nog steeds op de plank ligt en waar nog steeds over nagedacht wordt, is het ontwikkelen van een afzonderlijke procedure waarin het schadevergoedingsproces in de strafprocedure, dus de vordering benadeelde partij, losgekoppeld kan worden van de strafzaak. Zo kan er meer tijd worden vrijgemaakt voor de behandeling van de vorderingen, kan er in de strafprocedure echt alleen worden gefocust op de inhoud van de zaak en kan er vervolgens daarnaast nog tijd worden gemaakt voor de civiele claims. Dat is nog in ontwikkeling, want zoals u weet, is het wetgevingsproces daarvoor nog niet afgelopen en komt dat mogelijk nog in een van de aanvullingswetten terug.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.