Onlinefraude
Brontekst
Versie 74e84e2628488b4b · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMevrouw Van ’t Hoff: Ik begin even met reageren op de vraag hoe we herhaald slachtofferschap kunnen voorkomen. Als ik daar het antwoord op had, was ik daar absoluut mee begonnen. Dat is niet kritisch bedoeld. Het is wel waar we eigenlijk heen willen, dus we hebben echt veel meer onderzoek nodig naar dit thema. Hoe we mensen weerbaar maken tegen onlinecriminaliteit is de hamvraag van ons onderzoeksprogramma. We zijn deze zomer gestart. Ik heb het antwoord dus nog niet. Wat ik wel graag zou willen aanmoedigen, is dat interventies altijd starten met wetenschappers aan boord. Ik ben een praktijkgericht onderzoeker. Ik doe dat niet voor niets aan een hogeschool. Dat heeft ermee te maken dat interventies heel waardevol worden als je start met de kennis die er al is, als je vervolgens onderzoekers laat meedenken over design, zodat het allemaal ook meetbaar wordt, en als je vervolgens gaat evalueren, zodat je echt kunt spreken van een evidencebased interventie. Dat gebeurt gelukkig meer en meer. Dat haakt ook een beetje aan op de tweede vraag. Zeker als we kijken naar het thema onlinefraude, zien we dat er al integraal wordt samengewerkt door heel veel partijen, onder andere in de werkgroep Integrale aanpak online fraude. Het is dus niet alsof we van nul moeten komen, maar er is veel meer capaciteit en verantwoordelijkheid nodig en veel meer kennis over dit thema voordat we daadwerkelijk stappen kunnen ondernemen. Waar kunnen we dan wel beginnen? Laten we gewoon eens in gesprek gaan met slachtoffers en kijken waardoor ze slachtoffer zijn geworden, waar ze behoefte aan hebben en hoe we ze kunnen helpen, als ze dat willen, om zichzelf beter te beschermen in de toekomst. En, ten tweede, laten we werken aan social engineering, weerbaarheid tegen social engineering. Want wanneer mensen zich ervan bewust worden dat als ze een appje, een mailtje of wat het ook is krijgen en ze onder druk worden gezet, er ineens heel veel haast bij is en er allemaal dingen van ze worden gevraagd waarvan ze denken "wat is dit eigenlijk", zou je willen dat ze een soort noodknop in hun brein hebben ontwikkeld. Dat is moeilijker gedaan dan gezegd, maar daar moeten we wel met z'n allen naartoe: neem even een stap terug, denk even na, laat het even liggen, want er is niks wat binnen één minuut gedaan moet worden. Zo kunnen we bijvoorbeeld werken richting weerbaarheid. Over de integrale aanpak heb ik al even gezegd dat daar dus veel meer capaciteit op het thema en integrale verantwoordelijkheid voor nodig is. Er wordt gewerkt aan een soort stappenplan: waar moet je je als slachtoffer als eerste melden en waar ga je dan daarna naartoe? Het eerste punt — daar zijn die partijen voor zover ik weet samen mee akkoord — moet de betaaldienstverlener zijn, oftewel je bank. Want die kan eerst kijken of er direct kan worden ingegrepen. Als je zo'n betaling tegenhoudt, bevriest of terugstort, dan heb je eigenlijk al heel veel ellende voorkomen die daarna had kunnen komen. Daarna moeten er partijen klaarstaan die dat goed samen oppakken. Dat is ook weer afhankelijk van de voorkeur van slachtoffers, want de een wil wel aangifte doen en de ander niet. Er is dus al het een en ander gebeurd. Er zijn goede stappen gezet, maar er kan nog veel meer. Er zijn hele enthousiaste mensen op dit thema bezig en als zij meer middelen en verantwoordelijkheden krijgen, dan is er denk ik heel veel mogelijk op dit thema. Dan de laatste vraag. Sorry, ik heb 'm opgeschreven. Die gaat over de inkeerregeling. Ik wil daar niet te lang over uitweiden, want hier begeven we ons op een territorium buiten mijn eigen expertise. Ik vind het wel van cruciaal belang dat geldezels niet als criminelen worden bekeken, maar als slachtoffer/daders. Dat is een complexe groep. We zien dat er heus wel daders tussen zitten, die echt wel weten waar ze aan beginnen, die voor €50 denken "ik loop toch nul risico" tot ze een brief krijgen of ze even €4.000 willen terugbetalen die via hun rekening is weggesluisd. Die groep kan je ook anders aanpakken dan de andere groep, die echt risico loopt. Die moeten we helpen om niet verder in de problemen te raken. Dan heb ik het niet alleen over verder in de criminele problemen. Ook als we denken aan schuldenproblematiek, is dat een belangrijk thema om deze vaak jonge kwetsbare groep voor te behoeden.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.