statement · 8 okt 2026 · Tweede Kamer
Begroting Defensie (37020-X) (1e TK)
Brontekst
Minister Yeşilgöz-Zegerius: Dank u wel, voorzitter. Allereerst natuurlijk dank aan de leden voor hun inbreng in de eerste termijn, maar in het bijzonder aan de heer Bolhuis en mevrouw Jagtenberg. Van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. Mevrouw Jagtenberg liet ons in haar bijdrage zien waar een eigenwijze ingenieur toe in staat kan zijn: blijven kijken naar wat wel kan, ook als anderen zeggen dat iets niet kan. Dat is de optimistische can-domentaliteit die we volgens mij niet alleen in deze Kamer, maar ook in ons land als geheel, heel goed kunnen gebruiken. Uiteindelijk doen we dat niet alleen voor onszelf. Mevrouw Jagtenberg noemde al haar dochtertje en haar zoontje als motivator. Uiteindelijk gaat het om de wereld waarin hun generatie opgroeit, een Europa dat veiliger, gelukkiger en vrijer is en waarin we de ambitie hebben om onze kinderen een goede toekomst te bieden. De heer Bolhuis hield ons in zijn maidenspeech een mooie en wijze les voor: ieder mens heeft een verantwoordelijkheid om iets van het eigen leven te maken, maar we hebben niet alles zelf in de hand; soms hebben we geluk en soms hebben we domme pech. Die combinatie van eigen verantwoordelijkheid en oog voor wat ons overkomt, vond ik een mooie gedachte. Beide maidenspeeches dienen wat mij betreft ook als inspiratie voor vandaag, en ik denk ook voor de komende tijd als we kijken waar we als Defensie voor staan. Dus nogmaals dank daarvoor. Voorzitter. Dan onze eigen Defensiebegroting en de wereld waarin we nu leven. Voor het eerst in lange tijd moeten wij Nederlanders onder ogen zien wat oudere generaties heel goed begrepen: vrijheid bestaat niet zonder kracht, veiligheid bestaat niet zonder kracht en vrede bestaat niet zonder kracht. De actualiteit spreekt boekdelen. Het trieste bericht van gister dat Russische aanvallen op verschillende plekken in Oekraïne voor de zoveelste keer hebben geleid tot doden, waaronder vier kinderen, zal u vast niet zijn ontgaan. Er waren de beelden van hulpverleners die nog steeds zoeken naar mensen onder het puin. Maar denk ook aan het bericht van afgelopen dinsdag dat in de Zwarte Zee twee schepen zijn getroffen door een droneaanval, een bericht dat nog maar eens aantoont dat de veiligheidssituatie in Europa verder verslechtert. Het is duidelijk dat de toename aan incidenten en gevaarlijke situaties in onze regio verband houdt met de Russische aanvalsoorlog in Oekraïne en de toenemende risicobereidheid van het land om militaire macht in te zetten om politieke doelen te bereiken. Het past in een patroon van dreigende taal, spionage, cyberaanvallen, Russische luchtruimschendingen aan de oostgrens van de NAVO en, in de woorden van de heer Struijs en de heer Van Lanschot, keiharde sabotage van vitale infrastructuur. Denk aan drones met explosieven op en rond het vliegveld in Leipzig, de aanslag op een trein bij de Pools-Oekraïense grens waarbij hoge Europese en Amerikaanse vertegenwoordigers mogelijk doelwit waren en het beschieten van een Deense helikopter met lichtkogels. Ook in ons land worden camera's gehackt, mogelijk om militaire routes in kaart te brengen. Voorzitter. Daar komt nog iets bij: de strijd om onze vrije manier van leven zelf. Met Russische propaganda en desinformatie wordt geprobeerd ook in Nederland twijfel te zaaien, tegenstellingen te vergroten en het vertrouwen in onze democratische instituties te ondermijnen. Ook dat is onderdeel van de moderne manier waarop macht wordt uitgeoefend. De oorlog in Oekraïne staat daarmee niet op zichzelf. Rusland test de westerse samenlevingen, ook de onze. Voorzitter. In 2021 sprak mijn voorganger Henk Kamp over de Nederlandse militairen in Litouwen. Hun aanwezigheid moest de bevolking daar geruststellen en Rusland afschrikken. De Russische militaire opbouw en de toenemende druk op de oostflank maakten de dreiging in Litouwen al voelbaar. In 2022, een jaar later, waarschuwde Kamp, gevraagd naar de kans op een grootschaliger conflict, dat we rekening moesten houden met alle scenario's. Vier jaar later is die hypothetische dreiging van toen concreet en actueel. Het gaat niet langer over Oekraïne of Litouwen, maar over ons land. Het gaat niet langer alleen over afschrikken en voorkomen, maar over afschrikking plus kunnen vechten. En Rusland is niet langer "de agressor". Dat eufemisme zult u uit mijn mond niet vaak meer horen. We mogen niet naïef zijn, iets wat mevrouw Bikker ook zo sterk benadrukte in haar inbreng. Rusland is onze vijand. En nee, dat betekent niet dat wij in oorlog zijn, maar zorgeloze vrede is ook heel ver weg. In de verschillende tinten van de grijze zone tussen vrede en oorlog kleurt het palet in West-Europa steeds meer richting antraciet. Het is niet zonder reden dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten waarschuwen dat Rusland zich voorbereidt op de mogelijkheid van een conflict met de NAVO. Dat betekent dat we alert en weerbaar moeten zijn. Onze "holiday from history", zoals historici de periode aan het einde van de twintigste eeuw zijn gaan labelen, is voorbij. Veiligheid is niet langer iets vanzelfsprekends, als dat het ooit al was. De werkelijkheid heeft zich in de eenentwintigste eeuw opnieuw aan ons opgedrongen. We zijn teruggekeerd naar een tijdperk waarin we onze geschiedenis actief moeten schrijven, met hard power, omdat de toekomst van de vrijheid, de veiligheid en de welvaart in ons land nu eenmaal afhankelijk is van een Europa dat kan afschrikken en verdedigen. Dat doen we niet alleen wanneer er een conflict is. Juist daarvóór draagt Defensie bij om geweld te voorkomen. Onze militaire aanwezigheid, onze samenwerking en onze kennis van andere landen geven ons daarbij iets anders: invloed. We bouwen relaties op, versterken vertrouwen en zorgen ervoor dat we elkaar weten te vinden als de spanning oploopt. We zorgen dat we proactief bij kunnen dragen aan vrede en veiligheid wanneer dat van ons gevraagd wordt. Dat noemen wij militaire diplomatie. Daarom trainen we in Estland, om de Russen te laten zien dat we als bondgenootschap samen gereedstaan voor de veiligheid van de Baltische staten. Daarom voer Zr.Ms. De Ruyter dit voorjaar door de Indo-Pacific om de vrije doorvaart en onze economische vrijheid te beschermen. Daarom investeren we nu ook in onze eigen Nederlandse en Europese defensie-industrie, zodat we onze afhankelijkheden van andere landen afbouwen. Dat is ook de reden dat ik met zo veel snelheid wil doorgaan met het versterken van onze krijgsmacht, onze defensie-industrie en onze weerbare samenleving. Juist door sterk, voorbereid en aanwezig te zijn maken we de kans kleiner dat we onze krijgsmacht ooit daadwerkelijk in oorlog moeten inzetten. Dat is onze militaire diplomatie. Dat zeg ik ook tegen mevrouw Dobbe. We moeten ons realiseren wat oorlog betekent. De heer Van Dijk haalde in zijn bijdrage de woorden van Remarque aan. Oorlog is verschrikkelijk. Dat is misschien een eenvoudige constatering, maar wel een die we nooit uit het oog mogen verliezen. Voorzitter. Ik ben er trots op om te zien hoe die verantwoordelijkheid iedere dag door onze mensen in de praktijk wordt gebracht, met geplande missies, operaties en oefeningen, maar ook met ongeplande inzet. Sinds mijn aantreden in februari heb ik al verschillende mooie en indrukwekkende bezoeken gebracht aan de verschillende Defensieonderdelen. Ik weet dat heel veel Kamerleden dit ook doen. Recent was ik bij het Landelijk Tactisch Commando van de KMar, van waaruit de KMar operationeel wordt aangestuurd. Ik was ook bij de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie, waar medewerkers het vervoer voor militaire oefeningen, missies en dagelijkse operaties coördineren. Dat zijn allemaal mensen die nooit op de voorpagina van de krant staan, maar achter de schermen zorgen zij ervoor dat wij vrij en veilig ons werk kunnen doen. Het zijn de mensen die ik spreek, die er iedere dag staan en wiens verhaal mij bijblijft. Zo sprak ik laatst met vijf 100-jarige veteranen in Bronbeek. Dat is een plek waar wordt gewoond, maar waar ook verhalen worden verteld en doorgegeven aan volgende generaties, verhalen die onderdeel zijn van onze Nederlandse geschiedenis. Ik heb beloofd om snel terug te keren voor de bingoavond en daar kijk ik zeer naar uit. Mij bereiken ook de verdrietige verhalen, bijvoorbeeld van de nabestaanden die ik heb gesproken, die een naaste hebben verloren in het belangrijke werk dat bij Defensie wordt verricht. Dat laat sporen na. Zij mogen niet worden vergeten. En wij zullen hen niet vergeten. Onze militairen in Litouwen zijn er om bij te dragen aan de afschrikking van Rusland. Het 1 (German/Netherlands) Corps, onze samenwerking vanuit de landmacht met de Duitse landmacht, zorgt daar voor de aansturing van NAVO-eenheden. We laten zien dat we er staan, dat we elkaar niet alleen laten en dat een aanval op een van ons gevolgen heeft. Hun vastberadenheid om ons veilig te houden is wat ik steeds weer mee terugneem als ik hen heb gesproken. In Polen zijn we met Patriots nog steeds betrokken bij de beveiliging van het logistieke knooppunt voor militaire steun aan Oekraïne. In mijn allereerste week als minister van Defensie was ik bij onze troepen daar. Het werk dat zij daar doen, maakt echt verschil. Ondertussen zien Nederlanders thuis dat de veiligheid in en rond de Straat van Hormuz onvoorspelbaar is. Collega's worden ingezet op De Ruyter, de Willemstad en de Evertsen. Hun flexibiliteit en professionaliteit om te kunnen gaan waar ze nodig zijn, zijn van ontzettend groot belang. De keren dat ik de bemanning heb mogen spreken, heb ik hen ook bedankt, mede namens de Kamer. Ik denk dat ik de vraag van mevrouw Piri of wij ons niet beter op onze grootste dreiging, namelijk Rusland, kunnen concentreren, kan beantwoorden. Ik begrijp die vraag heel goed. Vanuit Rusland komt de directe dreiging richting ons land en richting onze bondgenoten. De versterking van de afschrikking en verdediging van het NAVO-gebied heeft natuurlijk onze hoogste prioriteit, maar tegelijkertijd staan er ook in andere delen van de wereld Nederlandse en Europese belangen op het spel. Denk aan de bescherming van de vrije doorvaart en onze eigen economische belangen. Het zou verkeerd zijn als we daar niet op acteren. De militaire aanwezigheid buiten het directe NAVO-gebied in het buitenland heeft daarnaast ook een heel belangrijke signaalfunctie. We laten zien dat Nederland aanwezig is, verantwoordelijkheid neemt en bereid is bij te dragen aan de veiligheid van bondgenoten en partners. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van ons fregat in de Indo-Pacific is een heel duidelijk signaal dat wij zien dat wat daar gebeurt ook van invloed is op ons deel van de wereld. Ik zie bijvoorbeeld ook dat onze Japanse vrienden volop Oekraïne steunen, omdat ze snappen dat wat hier gebeurt ook direct van invloed kan zijn op hoe machten daar in de regio kunnen kijken. Voorzitter. Dichter bij huis denk ik ook aan de militaire collega's bij de DSI, de marechaussee en de search capaciteit, die worden ingezet bij noodsituaties en geweld, zoals onlangs bij Overasselt. De heer De Groot vroeg of de DSI nog extra hulp kan gebruiken met materieel, zoals helikopters. In de schriftelijke beantwoording ziet u dat we daar graag op terugkomen en daar goed in duiken. Iedereen heeft gezien dat twee van onze Chinooks werden ingezet om bosbranden in België te blussen. Als je daar met de collega's spreekt en de grote emmers ziet waar al dat water in gaat … Ik weet zeker dat de voorzitter niet wist hoe ze heten en dat hij dit nooit gaat vergeten. Dat zijn dus Bambi Buckets.
Versie 82edf963d4eb80ef1084d9556ebf4ddfd3b2fd559b508749891bbe2e021da7ce · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.