← OnderzoekenBrontekst
De heer Sneller (D66): Dank, voorzitter. In veel opzichten zijn internationale samenwerkingen met andere landen als een relatie zoals we die hebben met familie, vrienden of vage kennissen. Met de een deel je vrijwel alles, met de ander minder en met sommigen deel je liever helemaal niks. Die relaties zijn in sommigen perioden gedurende je leven soms inniger dan in andere perioden. Onze relatie met Marokko is in zekere zin net zo. Die is maatschappelijk inderdaad nauw, zoals al terecht werd aangehaald, maar kent diplomatiek gezien over de jaren pieken en dalen. Het is, denk ik, goed dat er de afgelopen jaren werd gewerkt aan een verbetering van die relatie. Het actieplan daarvoor uit 2022 wordt ook in de schriftelijke stukken aangehaald. Ik denk dat dit belangrijk is voor tal van terreinen en dat dat bredere kader relevant is om mee te wegen.
Tegelijkertijd is het goed dat we vandaag het strafrechtelijke verdrag ook gewoon op zijn merites beoordelen. Wat mij betreft is, kort gezegd, de intentie daarvan dat we samen met de Marokkaanse autoriteiten proberen ervoor te zorgen dat mensen hun straf niet ontlopen en dat straffeloosheid wordt teruggedrongen. De straf moet vervolgens wel passen bij wat er misdaan is, maar moet ook in lijn zijn met de waarden die wij daarover hebben. Het werd al een paar keer aangehaald: ook in de schriftelijke stukken erkent het kabinet dat de impact beperkt kan zijn. Een grote toename van het aantal uitleveringsverzoeken wordt niet verwacht. Tegelijkertijd is het echter wel een stap vooruit. Ik denk dat collega Ellian dat heel mooi heeft verwoord.
Ik ga niet alle dingen herhalen die al zijn gememoreerd over de onevenwichtigheden, maar tegelijkertijd zitten er wel een paar kwetsbaarheden in. Gehoord de andere sprekers zou ik daar nog iets nader op in willen gaan. Even over dat overdragen bij staatsburgers die niet worden uitgeleverd door Marokko. In de toelichting van artikel 4 lid 2 schrijft het kabinet dat die vervolging in het land zal gebeuren "indien het recht van de aangezochte partij de mogelijkheid daartoe biedt". In het schriftelijk verslag is het daar weinig over gegaan; ik kijk ook naar mezelf. Misschien is het goed als de minister nog iets meer kan zeggen over wat dat nou precies betekent. Gaat dat om bepalingen over extraterritoriale werking of gaat dat inderdaad over de gevallen zoals collega Ellian die schetste, namelijk iemand die hier iets heeft gedaan, die daar zit en niet wordt uitgeleverd. Gaat Marokko dan die strafzaak vervolgen zoals die eigenlijk in Nederland zou hebben plaatsgevonden? Ik denk dat het goed is als we daar meer opheldering over krijgen, zeker gezien het feit dat in de stukken ook staat dat we de afgelopen jaren goede ervaringen met Marokko hebben gehad. Echte gegevens over de toch niet hele grote aantallen lijken echter een beetje te ontbreken. Ik zou dus graag van de minister meer horen. Welke informatie kan hij geven over die goede ervaringen? Op welke wijze is hij van plan om zo meteen zicht te krijgen op de naleving van dit verdrag? Dat haakt een beetje aan bij de evaluatiediscussie. Wordt er dan ook opvolging aan gegeven, en op welke manier ga je dat doen?
Dat heeft ook een keerzijde. Daar werd ook al aan geraakt vanuit het perspectief van de corruptie bij sommige zaken. Ik zou de mensenrechtensituatie in Marokko ook iets breder willen markeren. In de Rule of Law Index van het World Justice Project staat Marokko voor de indicator die gaat over een eerlijk proces en de rechten van verdachten op plek 99 van de 143. Het verdrag met de Emiraten werd al even aangehaald. Als je er van een afstand naar kijkt, kun je als leek denken: Marokko en de Emiraten zullen wel ongeveer één pot nat zijn. Dat zou je bij wijze van spreken als leek en buitenstaander kunnen zeggen. De Emiraten staan in diezelfde indicator op plek 26 van de 143. Ik zou dus ook voor deze indicator graag van de minister een appreciatie willen hebben. Hoe weegt hij die? Die heeft niet alleen maar de kant of er een rechter omgekocht wordt, maar ook hoe eerlijk het proces vervolgens is voor bijvoorbeeld Nederlanders die naar Marokko worden uitgeleverd of voor mensen uit een derde land. Daar schrijft de minister over dat er steeds een toets zal plaatsvinden. Er is daarvoor een ingewikkelde gelaagde structuur met de minister die iets doet, een rechter die daar iets over kan zeggen en het Openbaar Ministerie. Misschien zou de minister iets preciezer voor ons kunnen inkleuren hoe dat gebeurt en wat de afspraken zijn over de manier waarop Nederland toezicht kan houden op de naleving van die rechten in individuele strafzaken.
Er wordt geschreven dat de ambassade daar een rol in kan spelen, of de contacten tussen de beide openbaar ministeries, zoals de heer Ellian al aanhaalde. Hoe gaan we dat precies doen? Ik denk dat het dan ook makkelijker is om in de breedte te evalueren en de vinger aan de pols te houden. Enerzijds is de vraag: levert dit ons wat op bij het tegengaan van straffeloosheid? Anderzijds denk ik dat we het internationaal recht niet helemaal overboord moeten zetten en dat we de gedragsrechtelijke verplichtingen en de intrinsieke waarde daarvan wel moeten bewaken. Krijgen mensen daar bijvoorbeeld een eerlijk proces?
Dat zeg ik ook tegen de achtergrond dat het VN-comité dat toezicht houdt op het gevangeniswezen wereldwijd nog deze maand heel kritische geluiden heeft laten horen over de casus van de Westelijke Sahara, terwijl een bezoek van de speciaal rapporteur daarnaartoe eerder dit jaar is geannuleerd en voor zover ik weet nog niet opnieuw is ingepland. Ik ben dus benieuwd hoe dat verder wordt gemonitord.
Verder ben ik erg benieuwd naar de beantwoording van de minister. Dank u wel.
Versie 84ea11f2464a7b4f129d0b7195b0700df6fe5e1f9d94e63ede297ae4a578aca2 · Officiële bron.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.