KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 28 mei 2026 · Tweede Kamer

Goedkeuring van het op 18 december 2023 te Rabat tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake uitlevering (Trb. 2024, 1) (36688-(R2205))

Brontekst

Minister Van Weel: Ik wil heel welwillend kijken naar algemene passages die we in een rapportage zou kunnen meenemen over de relatie met Marokko, ook in het licht van het verdrag, maar als ik concrete aantallen ga noemen, of als ik er aansprekende zaken uit ga halen, ga ik mijn boekje te buiten, gelet op de beperking die ik als minister heb dat ik mij niet mag uitlaten over individuele zaken. Dat geldt zelfs al op het moment dat ik bevestig, na een bericht in een krantenartikel, dat iemand wordt uitgeleverd. Daarmee meng ik mij al in de rechtsgang. Ik moet daar dus heel terughoudend in zijn. Maar met die beperking wil ik doen wat ik kan om u comfort te geven bij wat we zien als uitvloeisel van dit verdrag. Voorzitter. Dan kom ik bij het blokje mensenrechten, het een-na-laatste blokje. Het blokje overig is het laatste blokje. De mensenrechtensituatie laat te wensen over, zei de heer Mohandis. Hij vroeg mij om een reflectie daarop. Hoe zien we dat in het licht van dit verdrag? Wij hebben een open en gelijkwaardige dialoog met Marokko. Ook de mensenrechten worden daarin besproken. Ik heb dat als minister van Buitenlandse Zaken ook gedaan met mijn collega Bourita. Overigens zag ik in mijn telefoon dat hij vandaag jarig is, dus het zal hem plezieren dat wij vandaag deze discussie in het parlement voeren. De Nederlandse mensenrechtenambassadeur is in september 2025 langs geweest in Marokko. Ook in ons recente bezoek, waar collega Berendsen bij was, heeft hij het thema van de mensenrechten onder de aandacht gebracht bij minister Bourita. Bredere thema's, zoals persvrijheid, het afschaffen van de doodstraf en de rechten van vrouwen en meisjes bespreken we ook in EU-verband. We kijken hoe we daarin kunnen bijdragen en kunnen helpen om de algemene mensenrechtensituatie te verbeteren. We schatten wel in dat de mensenrechtensituatie in Marokko dusdanig is dat de uitvoering van dit verdrag daar niet door wordt gehinderd. Maar we hebben natuurlijk ook allerlei waarborgen opgenomen om bij individuele gevallen in algemene zin of in specifieke zin te kunnen toetsen aan de mensenrechten. Hoe doen we dat dan? Hoe kunnen we in individuele strafzaken die mensenrechten monitoren? Ze worden allemaal individueel beoordeeld op de wettelijke weigeringsgronden. Het risico op schending van de mensenrechten is daar een belangrijk onderdeel van. Die toets zit ook in elke fase van de procedure zoals ik die net noemde. Zowel de Centrale autoriteit binnen mijn ministerie als de rechter beoordeelt dit onafhankelijk en binnen de eigen verantwoordelijkheden. Zoals ik eerder al zei: ook het ministerie van Buitenlandse Zaken kan in voorkomende gevallen worden gevraagd om advies, bijvoorbeeld over locaties of over een bepaalde etniciteit van iemand om wiens uitlevering wordt verzocht. Hoe zit dat dan met eventuele corruptie in de rechtsgang in Marokko? Dat was een vraag van mevrouw Schilder. Corruptiewaarborgen zitten niet als onderdeel in dit verdrag. Maar als er verdenkingen zijn van corruptie in de rechtsgang en die ons ter ore komen, dan gaan we natuurlijk in overleg met de Marokkaanse autoriteiten om ten eerste te zien of daar sprake van is en ten tweede of daar een onderzoek naar kan worden gedaan. Dan wordt ook gekeken wat dat betekent voor de verdere rechtsgang van iemand die wij hebben uitgeleverd. Hoe kunnen we politieke vervolging voorkomen, ook als dat bijvoorbeeld onder een andere dekmantel plaatsvindt? In artikel 3 staan de weigeringsgronden voor politieke vervolging opgenomen. Het is niet mogelijk om iemand uit te leveren voor feiten die in Nederland slechts met een gevangenisstraf van één jaar of minder bestraft kunnen worden. Denk aan iets heel lichts als belastingontduiking, waar een lage straf op staat. Dat valt er al buiten. Maar daarnaast worden ze ook allemaal individueel beoordeeld op de wettelijke weigeringsgronden. Het risico op politieke vervolging is daar een belangrijk onderdeel van. Uiteindelijk zul je dus ook met de zienswijze van degene die mogelijk uitgeleverd wordt pogen om de risico's daarvan boven water te krijgen. Nogmaals, dat gebeurt dus in elke fase van de procedure. Zowel de rechter als de Centrale autoriteit in mijn ministerie kijkt daarnaar. De opgeëiste persoon kan daar ook op elk moment in de procedure bezwaar tegen maken en kan dan een beroep doen op een weigeringsgrond op basis van politieke vervolging. We hebben ook de verplichting om te toetsen of er een risico is op mensenrechtenschending. Nogmaals, er zijn mensen die dat aan zullen dragen als een mogelijkheid om het proces te vertragen. Dat kan dan. Dat is hun goed recht. Maar uiteindelijk zullen we die toetsing dan ook doorlopen en individueel beoordelen. Als dat onterecht wordt gedaan, zullen we het afwijzen.

Versie 84ea11f2464a7b4f129d0b7195b0700df6fe5e1f9d94e63ede297ae4a578aca2 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.