Verzameldebat CAS
Brontekst
Versie f5d7782345a42d3e · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMevrouw Bruyning (NSC): Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over de relatie van Nederland met Curaçao, Aruba en Sint-Maarten, een relatie die alleen duurzaam kan zijn als gelijkwaardigheid en respect het fundament vormen. Laten we eerlijk zijn: te vaak zien we dat besluiten over de eilanden in Den Haag worden genomen, zonder dat er werkelijk geluisterd wordt naar de mensen die het raakt. Het gevolg is afstand, wantrouwen en het gevoel dat de stem van de eilanden er niet echt toe doet. De recente geopolitieke ontwikkelingen, waar mijn twee voorgangers het ook al over hebben gehad, met name in Venezuela, maken dit debat nog urgenter. De Caribische landen liggen letterlijk in de frontlinie van instabiliteit in de regio. Dat vraagt niet alleen aandacht voor veiligheid en economie, maar ook voor de positie van de inwoners zelf. Hun veiligheid, hun bestaanszekerheid en hun vertrouwen in het Koninkrijk staan op het spel. Daarom deze vraag aan de staatssecretaris: hoe gaat hij in zijn beleid concreet rekening houden met de geopolitieke realiteit van Venezuela en de impact daarvan op veiligheid en stabiliteit in het hele Koninkrijk? En vanuit zijn coördinerende rol: hoe gaat hij samen met Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken, Defensie en de landen zelf een plan maken voor het geval dat de situatie in Venezuela escaleert? Hoe wordt daarbij geborgd dat niet alleen in Den Haag wordt besloten, maar dat ook de landen zelf vanaf het begin mee aan tafel zitten? Voorzitter. De Raad van State heeft in zijn ongevraagde advies helder aangegeven dat de rol van de gevolmachtigd ministers herzien moet worden. Op dit moment zijn ze er vooral adviserend aanwezig, maar als wij werkelijk spreken over gelijkwaardigheid, hoort daar ook een rol bij met stemrecht en zwaarwegend advies. Alleen zo kunnen de landen zich werkelijk vertegenwoordigd voelen in het hart van het Koninkrijk. Hoe gaat de staatssecretaris de rol van de gevolmachtigd ministers concreet versterken, zodat zij meer zijn dan adviseurs in de marge? Hoe zorgt hij ervoor dat de adviezen van deze ministers niet vrijblijvend blijven, maar daadwerkelijk invloed hebben op besluitvorming? Dat raakt direct aan de bredere vraag hoe we representatie en inspraak beter vorm geven. Het advies noemt actief en passief kiesrecht voor het Nederlandse parlement, maar dat draagt volgens de landen niet automatisch bij aan echte vertegenwoordiging, zoals wij afgelopen weekend op het IPKO hebben kunnen horen. Representatie betekent dat de mensen die besluiten nemen, ook werkelijk weten wat er speelt en binding hebben met de gemeenschap waarover ze spreken. Daarom vinden wij dat er ruimte moet komen voor bijzonder gedelegeerden uit de landen om toegevoegd te worden aan ons parlement, zodat hun stem niet meer via omwegen, maar rechtstreeks klinkt in onze debatten. Is de staatssecretaris bereid serieus te onderzoeken hoe dit eventueel kan worden vormgegeven? Hoe wordt gegarandeerd dat dit niet een symbolische zetel wordt, maar een echte stem die gewicht heeft? Voorzitter. Ik wil ook stilstaan bij de rol van het IPKO. Tijdens deze interparlementaire bijeenkomsten ervaren we de nabijheid en de gezamenlijkheid die zo hard nodig zijn. Daar zien we dat de samenwerking niet abstract hoeft te zijn, maar tastbaar kan worden. Hoe zorgen we er gezamenlijk voor dat dit gevoel van binding niet alleen bestaat tijdens het IPKO, maar ook daarbuiten, en structureel in ons werk wordt verankerd? Samenwerking is het sleutelwoord. Gelijkwaardigheid betekent niet dat we overal hetzelfde doen, maar dat we elkaar serieus nemen en verantwoordelijkheid delen. Als de preambule van het Statuut al 70 jaar geleden sprak over gelijkwaardigheid, waarom durven we die woorden dan niet eindelijk in de praktijk te brengen? Mijn laatste vraag aan de staatssecretaris: hoe reflecteert hij zelf op hoe de samenwerking nu verloopt? Wat neemt hij bewust mee, of juist niet, van zijn voorgangers in de manier waarop gelijkwaardigheid wordt vormgegeven? Kan hij toezeggen dat dit kabinet concrete stappen neemt om die gelijkwaardigheid meer te borgen dan alleen in woorden? Voor Nieuw Sociaal Contract is de kern helder: gelijkwaardigheid is geen mooi woord op papier, het is een praktijk die we moeten waarmaken in beleid, in omgang én in de representatie. Alleen dan bouwen we aan een Koninkrijk waarin ieder mens zich gezien en gehoord voelt. Dank u wel.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.