Uitspraak · 15 apr 2025 · Tweede Kamer
Ggz / Suïcidepreventie
Brontekst
Staatssecretaris Karremans: Het is natuurlijk lastig voor mij om voorgangers te recenseren. Ik denk dat de Kamer daar begrip voor heeft. Dat ga ik dus niet doen. Ik heb een aantal dingen aangegeven. Laat ik beginnen met zeggen dat ik niet denk dat de keuzes die ik wil maken en die ik in de brief aankondig, morgen de wachtlijsten zullen oplossen. Dat is ontzettend frustrerend voor mensen die naar dit debat kijken. Die maken zich daar al lang zorgen over. Sommigen staan zelf op een wachtlijst en krijgen al heel lang niet de hulp die ze nodig hebben. Ik kan me volstrekt voorstellen dat ze denken: wat levert dit mij nou op? Tegelijkertijd is het ook mijn taak om daar eerlijk over te zijn en om eerlijk te communiceren over wanneer ik verwacht dat er resultaten komen. Daarover heb ik gezegd: ik wil dat in 2028 de treeknormen worden gehaald en dat mensen binnen veertien weken in de ggz worden geholpen. Maar in de tussentijd wil ik natuurlijk alle stappen zetten die ik zo snel mogelijk kan nemen. Mevrouw Westerveld vraagt natuurlijk hoe we daarvan op aan kunnen. Ik hoop deze maand al een besluit te nemen in het BO Cruciale ggz. Daar zal ik de Kamer over informeren; dat heb ik ook toegezegd. Verder hoop ik de komende tijd met gemeenten, partners, patiëntenverenigingen, aanbieders en professionals heel duidelijke afspraken te maken over hoe we dit probleem verder aanpakken. Maar het is volgens mij evident dat er keuzes nodig zijn. Die zijn soms hard. Dat zal ook niet altijd leuk zijn. Maar het is wel nodig, juist voor de mensen die nu te lang moeten wachten. Ik hoop dat zij daarmee de komende tijd bewijs vinden voor hetgeen we doen om dat probleem aan te pakken. Dan de vraag van de heer Van Dijk over relatie- en gezinstherapeuten en de toegepaste hbo-psychologen: hoe staat het met het wetenschappelijk onderzoek naar de kosteneffectiviteit van gezinstherapie? Het verzoek om onderzoek te doen naar de behandeleffectiviteit is inmiddels doorgeleid naar het Zorginstituut. Zij zullen er vanuit hun wettelijke taak naar kijken. De resultaten zullen worden gedeeld als die bekend zijn. Zullen we afspreken dat we dat aan de Kamer communiceren zodra we weten wanneer dat is? Ja? Oké. Dan doen we dat op die manier. Tot slot, voorzitter. Volgens mij is dit een van de laatste vragen. Mevrouw De Korte vroeg naar de HoNOS+-vragenlijst: kan de staatssecretaris garanderen dat deze vragenlijst niet meer opnieuw wordt gebruikt? Ik kan dat niet garanderen. Ik heb al eerder gezegd dat ik niet kan garanderen dat die niet meer wordt gebruikt. De data zijn vernietigd. Dat is toen gedaan, maar we moeten natuurlijk een vinger aan de pols houden. Ik kan niet garanderen dat we mogelijk gebruikmaken van een andere vragenlijst. Maar ik heb ook in een eerdere brief aangegeven dat deze vragenlijst niet meer opnieuw wordt gebruikt. Tot slot. Mevrouw De Korte vroeg: hoe gaat de staatssecretaris er samen met JenV voor zorgen dat politiemeldingen van agressie jegens zorgmedewerkers serieus wordt genomen? Er zijn eenduidige landelijke afspraken gemaakt over de opsporing en vervolging van agressie tegen mensen met een publieke taak. Ook zorgverzekeraars hebben een publieke taak. Die vallen ook onder deze afspraken. De zogenaamde ELA zijn recent geëvalueerd. Vandaag is deze evaluatie naar de Kamer gestuurd. Uit de evaluatie blijkt onder andere dat de kwaliteit en snelheid van het aangifteproces verschilt per locatie, maar ook per politieman of -vrouw die de aangifte opneemt. Vanwege een verschil in kennis en ervaring tussen politiemedewerkers worden aangiften ook niet altijd adequaat opgepakt. Mijn collega, minister Van Weel, heeft in zijn reactie aangegeven dat zijn departement onder andere samen met de politie werkt aan de versterking en verbetering van het aangifteproces bij agressie en geweld tegen mensen met een publieke taak. Ik zal mijn collega verzoeken om daarbij specifiek aandacht te schenken aan aangiftes uit de ggz en benadrukken dat die serieus genomen moeten worden. Agressie hoort namelijk absoluut niet bij de zorg. Dat heeft de minister eerder gezegd. Dat geldt wat mij betreft ook voor de ggz. Daarnaast zijn er altijd escalatiemogelijkheden als een aangifte van agressie tegen iemand met een publieke taak niet goed verloopt. Er kan dan contact worden opgenomen met de VPT-coördinator of de VPT-contactpersoon van de politie. Die kan vervolgens nagaan wat er aan de hand is, waar het eventueel mis is gelopen en hoe de zaak recht kan worden getrokken. Tot zover daarover, voorzitter.
Versie ba2b817bf47dc5819d0f5008e79de04bd16889b9a3da762388ef52221ad25170 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.