statement · 1 jul 2026 · Tweede Kamer
Bouwregelgeving
Brontekst
De heer Van Asten (D66): Dan is de vraag: als de heer Clemminck het antwoord zo goed weet, waarom besteedt hij er dan drie interrupties aan om dat aan mij te vragen? Voorzitter. Ik ga door met mijn vergaande optimisme. Er zitten genoeg vragen bij die laten zien dat ik me ook zorgen maak. Zoals de heer Nobel al zei: we moeten wel hard aan de slag om ervoor te zorgen dat er de komende jaren flink doorgebouwd kan worden. We moeten innovatie ruim baan geven. We zien dat de bouwregels nu nog vaak een rem vormen voor innovaties. De vraag die vandaag voorligt, is: gaan we nieuwe wijken en steden bouwen voor het verleden of voor de toekomst? Onze Nederlandse bouwers, ondernemers en uitvinders hebben ongelofelijk mooie en slimme ideeën bedacht om de wooncrisis op te lossen. We kunnen hele drijvende wijken bouwen, maar een woning op water wordt onterecht anders behandeld dan dezelfde woning op vaste grond, omdat die eerste nooit vastgoed kan zijn volgens onze regels. We kunnen woningen zo van de fabrieksband laten rollen. Alle grote bouwers zetten fabrieken op om massaal woningen te kunnen bouwen, maar een woning uit een fabriek mag in de ene gemeente wel gelijk staan, terwijl dat net aan de andere kant van de gemeentegrens niet mag. We kunnen torens van hout bouwen. In Eindhoven zijn plannen voor de hoogste houten toren van de wereld, maar brandveiligheidseisen gaan in de basis nog steeds te veel uit van bouwen met beton, staal en steen. Voorzitter. Waar gaat het dan precies mis met al die innovaties? We zitten opgescheept met verouderde bouwregels, allemaal met de beste intenties bedacht en niet voor niets in wet- en regelgeving gezet. We hebben onze bouwregelgeving steeds bijgeschaafd, met een regel meer of minder. Zo bouwen we wel de wijken en steden van het verleden, maar niet die van de toekomst. Dat kan natuurlijk ambitieuzer. Meerdere experts, zoals onderzoekers van TNO, dagen ons uit om onze bouwregelgeving grondig te herzien. Ze dagen ons uit om naar de basis van het hele stelsel te kijken. Zo kunnen we de steden van de toekomst bouwen, met de beste Nederlandse innovaties en een stuk sneller. Voorzitter. Mijn fractie weet dat het wél kan. De echte versnelling zit in de aanpak van de basis van onze bouwregelgeving. Onze regels kunnen slimmer, flexibeler en moderner, want een systeem van bouwregelgeving dat al bijna 35 jaar op dezelfde basis gebouwd is, past niet meer bij de innovaties van nu. Daarom heb ik een aantal vragen aan de minister. Is de minister het met mijn fractie eens dat we ook aan de slag moeten met het aanpakken van het systeem als geheel, naast de bestaande opzet voor het aanpassen of schrappen van losse regels? Hoe kijkt de minister daarnaast naar de mogelijkheden om snel te handelen bij nieuwe innovaties? Ziet zij ruimte om in de bouwregelgeving te anticiperen op innovaties die nu in de maak zijn, maar nog niet in een bestaand hokje passen, en eigenlijk ook op innovaties die we nog niet kennen? Hoe gaan we daarmee om wanneer je een kader aanpast of opnieuw opbouwt? Hoe zorgen we ervoor dat dat zo flexibel mogelijk is? Kan de minister aangeven of zij ook schriftelijk met een officiële reactie kan komen op het TNO-rapport Visie op een toekomstbestendige bouwregelgeving? Voorzitter. Laten we elke kans grijpen om de versnelling in de woningbouw in te zetten. We kunnen onze bouwregelgeving een versneller van de woningbouw maken. We zien vandaag dat de 100.000 woningen in zicht zijn. We moeten samen alles op alles zetten om dat te halen, volgend jaar en de jaren daarop. Al die woningzoekenden die nu nog wachten op een huis om hun leven uit de pauzestand te halen, verdienen dat. Dank.
Versie 1a1e8501ca41385620ee0a5cb0ca534468c947ef8dfa32df1b18adcf568cbb31 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.