KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 20 jan 2025 · Tweede Kamer

Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de termijn van de omkering van de bewijslast voor consumentenkoop van levende dieren

Brontekst

Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank u, voorzitter. Vandaag debatteren wij over de reparatie van een heel onhandige wet. Omdat veel mensen toch nog niet weten hoe deze wet werkt, wil ik dat eerst even kort uitleggen. Het gaat om de termijn van omkering van de bewijslast bij aankoop van levende dieren. De omkering van de bewijslast betekent dat de wet voor het volgende zorgt. Als je iets koopt, is er een periode daarna waarbij we ervan uitgaan dat als het product stukgaat, het al stuk of slecht was toen je het kocht. Als de verkoper er echt van overtuigd is dat het product goed was bij de verkoop, dan moet hij dat bewijzen. De koper hoeft niet te bewijzen dat het product kapot was bij de aankoop. Dat is de omkering van de bewijslast. Een voorbeeld zou zijn — sorry, heer Smitskam, ik ga toch even de koelkast noemen — als je een koelkast koopt. Als die na een paar maanden stukgaat, dan heb je recht op vervanging, omdat de wet ervan uitgaat dat je als consument een kapotte koelkast van de verkoper hebt gekregen. Dat is natuurlijk niet onlogisch, want een koelkast hoort echt niet stuk te gaan na een paar maanden of zelfs na een jaar. Als de koelkast na die termijn stukgaat, dan sta je als consument natuurlijk niet met lege handen. Stel dat de koelkast na anderhalf jaar stukgaat en je gewoon zeker weet dat de koelkast met een fout geleverd is, waardoor hij sneller stuk ging dan verwacht, dan kun je namelijk alsnog je geld, een deel daarvan of, natuurlijk, een vervangend product terugkrijgen. Het enige verschil is dat je dat als koper dan zelf moet bewijzen. De bewijslast ligt nu dus bij jouzelf. Maar nu hebben we het hier over dieren. Dat is wel een ander verhaal. Als ik een puppy of een kitten koop van een professionele fokker, kan er in een jaar, of zelfs in een halfjaar, zo veel misgaan in de verzorging en in het leven van het diertje, dat we er niet van uit kunnen gaan dat het probleem al bestond voor de aankoop. Dat dier is in zes maanden tijd misschien wel een paar keer groter geworden. Dan is het niet waarschijnlijk dat een ziekte of een blessure al bestond bij de verkoop. Als een fokker niet professioneel bezig is met erfelijke afwijkingen en met erfelijke afwijkingen fokt, dan is de consument ook zonder omkering van de bewijslast natuurlijk al goed beschermd. Zoals ik net al zei, bestaat een erfelijke of aangeboren afwijking namelijk altijd al bij de aankoop. Dat is voor de eigenaar dus makkelijk te bewijzen. Daarmee is de koper al beschermd. Kan de staatssecretaris toelichten hoe deze bescherming nu al is geregeld? Over fokkerij gesproken. Ik hoorde een aantal leden bijvoorbeeld over de paardenfokkerij spreken. Fokkerijproblemen pak je mijns inziens gewoon aan via de Fokkerijverordening en via de Wet dieren. De RVO, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, controleert ook regelmatig of de fokkerijorganisatie zich houdt aan de Fokkerijverordening, bijvoorbeeld via controles van de NVWA. In het slechtste geval, als fokkerijorganisaties of fokkers zich daar niet aan houden, dan kan bijvoorbeeld een fokprogramma of een erkenning worden ingetrokken. Die regels zijn er dus al. Kan de staatssecretaris van LVVN ingaan op de Fokkerijverordening? Wat gebeurt er al aan? Hoe zou deze wet een probleem oplossen dat er misschien niet eens is? Voorzitter. Ik heb het gevoel dat we bezig zijn met een herhaling van zetten. Ik weet ook wel hoe dat komt. We hebben dit debat namelijk inderdaad al eerder gevoerd. Op vijf dagen na is het precies twee jaar geleden dat ik in de plenaire zaal inbracht dat het een slecht idee was om de termijn naar twaalf maanden te brengen. Ik heb zelfs, ook toen al, een amendement ingediend om de termijn voor dieren op drie maanden te houden. Dat doe ik vandaag weer. Minister Weerwind zei toen letterlijk het volgende. Ik quote: "In de schriftelijke ronde heb ik ook aangegeven dat de richtlijn alleen het volledig uitzonderen van dieren toelaat. (...) Wij willen vasthouden aan die twaalf maanden om de redenen die ik noemde." De minister ontraadde mijn amendement destijds omdat het, zei hij, van Europa niet mocht. Bureau Wetgeving gaf ook toen al aan wel te denken dat de termijn voor dieren anders mag zijn, maar de minister hield destijds vol. Inmiddels weten we allemaal dat het anders was dan de minister destijds zei. De minister zag uiteindelijk zijn fout in. Hij stelde daarom de wijziging voor die we nu bespreken. Hij beloofde dat de fout in de wet zo snel mogelijk gerepareerd zou worden, zodat we er nauwelijks last van zouden hebben. Nu zijn we dus, op een week na, twee jaar verder. Twee jaar nadat de minister een Europese richtlijn verkeerd interpreteerde, zitten ondernemers, consumenten en dieren nog steeds met de gebakken peren. In plaats van de wet meteen zo aan te passen dat het een verbetering is ten opzichte van de oorspronkelijke wet, gaan we terug naar wat we al hadden, namelijk een termijn van zes maanden. Daarom dien ik opnieuw een amendement in om de termijn naar drie maanden te brengen. De termijn van zes maanden is natuurlijk een verbetering ten opzichte van die twaalf maanden die nu in de wet staat, maar drie maanden is in mijn optiek voor alle dieren veel beter. Juist voor het dierenwelzijn is een kortere termijn beter. Voorzitter. Stel je een eigenaar voor die een relatief goedkoop dier koopt, bijvoorbeeld een konijn, een kipkuiken of een rat. Stel dat dat dier ziek wordt, dan is het makkelijk om ervoor te kiezen om niet naar de dierenarts te gaan, want je hebt tenslotte een halfjaar garantie. Waarom zou je kiezen voor een duur onderzoek en dure behandelingen als je recht hebt op een nieuwe? Als het dier zieker wordt of doodgaat, haal je gewoon bij de leverancier een nieuw konijn. De kinderen zien het verschil niet eens en het kost je niks. Het is natuurlijk ook helemaal niet waarschijnlijk dat zulke dieren, als je ze meer dan drie maanden hebt, al die tijd al een afwijking hadden, want dan had je dat wel eerder gemerkt. Stel je nu een eigenaar voor die een duur sportpaard koopt. Juist paarden kunnen beschadigd raken als je er verkeerd mee omgaat. Als een duur sportpaard verkeerd bereden wordt of bijvoorbeeld met een slecht passend zadel, dan kunnen er makkelijk pees- of spierblessures ontstaan. Dan is het voor de oude eigenaar moeilijk om te bewijzen dat dat probleem door de nieuwe eigenaar is ontstaan, zeker als het dier al maanden verkeerd bereden wordt en er niet op tijd ingegrepen is. De Sectorraad Paarden waarschuwde recent nog maar eens dat de professionele verkoop van paarden door de termijn van twaalf maanden vrijwel stil is komen te liggen. Nu worden de meeste paarden van particulier aan particulier verkocht. Dan is de consument nog veel slechter beschermd, omdat de wet dat niet ziet als een consumentenkoop. Daardoor heeft de nieuwe eigenaar maar heel weinig rechten. Er is dan bijvoorbeeld helemaal geen termijn voor omkering van de bewijslast. Ook de kennisoverdracht wordt veel minder. Dit heeft een slechtere situatie voor veel dieren tot gevolg. In vrijwel alle gevallen is het dus beter om te kiezen voor een veel kortere termijn, juist voor het welzijn van dieren, maar ook voor de consument zelf. Dank u wel.

Versie 1cb33c6b1951d4a208137bd110a35cade4bf7a7d3aa2acaa3cb340d6c9427703 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.