KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 20 jan 2025 · Tweede Kamer

Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de termijn van de omkering van de bewijslast voor consumentenkoop van levende dieren

Brontekst

Staatssecretaris Rummenie: Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met stellen dat ik het heel belangrijk vind dat dieren goed worden beschermd, maar ook dat eigenaren hun verantwoordelijkheid nemen. Door de bewijslast weer terug te brengen naar zes maanden ontstaat er in mijn ogen een goede balans tussen de belangen van de diereigenaar en de belangen van de verkoper van het dier. De manier waarop een diereigenaar zijn dier verzorgt en huisvest, heeft invloed op de gezondheid en het welzijn van het dier. Daar heeft de verkoper van het dier geen invloed op. Ik wil ook nog even wijzen op iets anders, wat vandaag toch een beetje door de hele discussie heen speelt. De bescherming van dieren is geregeld in de Wet dieren en in onderliggende besluiten en regelingen. Bij het maken van beleid richt ik me op de behoeften van dieren en richt ik me erop dat dieren op een verantwoorde wijze worden gehouden. Zo kan het welzijn beter worden geborgd. Een voorbeeld hiervan is het houdverbod, bijvoorbeeld van naaktkatten en katten met vouworen. Ik heb een paar kopjes en begin met de bedenktijd waar net de discussie over ging. De heer Koops heeft ons gevraagd hoe wij aankijken tegen de introductie van een bedenktijd voorafgaand aan de aankoop van een levend diertje. Het is niet bekend of een verplichte bedenktijd bij de aankoop van een gezelschapsdier zal leiden tot een verbetering van het dierenwelzijn, omdat we niet weten in hoeverre impulsaankopen hierbij een rol spelen. Zoals ik tijdens het commissiedebat op 23 oktober 2024 heb toegezegd, zal ik in het voorjaar in een verzamelbrief terugkomen op de bedenktijd. Momenteel loopt er een onderzoek waarin er wordt gekeken hoe het aanschafsproces verloopt. Hierbij wordt ook gekeken naar impulsaankopen. Dan een vraag van mevrouw Teunissen over paarden. Kunt u bevestigen dat de handel in paarden sinds 2022 stilligt? De Verenigde Sportpaardenhandel Nederland geeft aan dat de verkoop door professionele handelaren en consumenten sinds 2022 inderdaad vrijwel is stilgevallen. Er zijn echter geen openbare cijfers over de verkoop van paarden binnen Nederland en of er sprake is van een verkoop van een professionele handelaar aan een consument, of van een particulier aan een particulier. Mevrouw Teunissen had ook de vraag of ik het als optie zie om een verplichte gezondheidskeuring in te voeren bij het verhandelen van paarden, zodat de koper en het dier beter worden beschermd. Een gezondheidskeuring bij aankoop is met name bij de aankoop van duurdere paarden reeds standaardgebruik, zoals mevrouw Van der Plas aangaf. Dat is al geregeld. Een gezondheidskeuring bij aankoop geeft informatie over bepaalde gezondheidsaspecten op het moment van aankoop. Het is aan de koper om te bepalen of en hoe uitgebreid hij het paard wil laten keuren. Daarom wil ik dit niet verplichten. Dan had mevrouw Teunissen de vraag of ik weleens op een paardenmarkt geweest ben en of ik de opvatting deel dat welzijn en gezondheid op zo'n markt niet voldoende kunnen worden gewaarborgd. Nee, ik ben niet op een paardenmarkt geweest, maar ik zal u direct toch een en ander vertellen over mijn ervaring met paarden. De NVWA houdt toezicht op het welzijn van dieren die verkocht worden op paardenmarkten, en de organisatoren van de paardenmarkt en de verkopers van paarden hebben zich te houden aan de geldende wet- en regelgeving. Toch ligt dit allemaal iets complexer, en daarmee kom ik weer terug op de balans tussen koper en verkoper. U weet waarschijnlijk dat mijn laatste post als landbouwattaché in Mexico is geweest. Dat is voor Nederland na China de tweede markt op het gebied van Friese paarden. We hebben daar op een gegeven moment problemen gehad. Die Friese paarden spreken de Mexicanen enorm aan, omdat het grote paarden zijn. U kunt zich voorstellen dat men dat in een machocultuur geweldig vindt. Maar die Friese paarden horen wel ontzettend goed verzorgd te worden. Er kwamen dus gewoon klachten, die wij natuurlijk als landbouwbureau ook onderzocht hebben, dat het niet goed zou gaan met die paarden. Daar kwam een hele discussie uit voort dat er iets mis zou zijn met die paarden. Ik wijd hier even over uit om aan te geven hoe complex het soms kan zijn. Maar wat bleek? Die paarden zijn gewend aan een hele goede verzorging. Dus wij zijn toen begonnen met een verplichte cursus in Mexico, waarbij wij de Mexicaan die zo'n paard aanschafte, ook helemaal met Nederlandse begeleiding hebben opgevoed, van: jij koopt zo'n paard, maar sta erbij stil dat je dit en dat dan allemaal goed geregeld moet hebben. Ook qua voeding waren er zeker aandachtspunten. Daarna bleek er met de paarden niets aan de hand te zijn. Het is gewoon heel belangrijk — en daarom ben ik echt blij met deze wet — dat er een balans is tussen de verantwoordelijkheid van degene die het paard koopt en de verkoper. Dan heb ik nog een paar overige punten. Allereerst de vraag van mevrouw Teunissen over de noodzaak van gezonde fok die afneemt. De verkoper is verplicht om een dier te verkopen waarvan het welzijn en de gezondheid op orde zijn. Zo is het verboden om te fokken met gezelschapsdieren op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van het ouderdier of nakomelingen worden benadeeld. Dit staat los van de termijn van bewijslastomkering. Een langere bewijslastomkering is in mijn ogen dan ook niet nodig. Voor de erfelijke gebreken die aan het licht komen na de termijn van de bewijslastomkering zal de koper in de meeste gevallen goed kunnen aantonen dat de fokker fout gehandeld heeft; mijn collega zei het net eigenlijk al. Dan vroeg mevrouw Teunissen of ik hulp- en trainingsmiddelen wil uitfaseren. Zoals ik tijdens het commissiedebat op 23 oktober vorig jaar heb toegezegd, zal ik in het voorjaar, nadat ik met Dier&Recht heb gesproken, in een verzamelbrief terugkomen op de hulp- en trainingsmiddelen. U krijgt hier dus nog informatie over van mij. Dan heb ik de vraag liggen van mevrouw Mutluer hoe een termijn van een halfjaar zich verhoudt tot het feit dat het aantonen van erfelijke aandoeningen heel ingewikkeld is voor de consument. Nogmaals, een verkoper is altijd verplicht om een dier te verkopen waarvan het welzijn en de gezondheid op orde zijn. Maar voor erfelijke gebreken die aan het licht komen na de termijn van bewijslastomkering, zal de koper in de meeste gevallen kunnen aantonen dat de fout bij de fokker ligt. Ik wil dit vaak zeggen, want het is heel belangrijk. De snuitlengte bij kortsnuitige honden is bijvoorbeeld pas vanaf een leeftijd van 1 jaar te meten, maar kan in geen geval door de koper zijn veroorzaakt. Ik vind een termijn van zes maanden voor de omgekeerde bewijslast dan ook een geode balans. Dan vroeg mevrouw Mutluer ook waarom ik er niet voor heb gekozen om een uitzondering te maken voor erfelijke aandoeningen en risico's. De consument heeft bij de aankoop van het dier de verantwoordelijkheid om kritisch te zijn en na te gaan of het ouderdier gezond is. Nogmaals, de fokker mag niet fokken als het welzijn en de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen worden benadeeld. In het geval van erfelijke gebreken die na de termijn van de bewijslastomkering aan het licht komen, zal de koper goed kunnen aantonen dat de fokker fout zit. Bovendien kan de koper een melding doen bij het meldpunt 144. Een langere bewijslastomkering specifiek voor erfelijke aandoeningen is in mijn ogen dan ook niet nodig. Dan had mevrouw Van der Plas een vraag over de fokkerijverordening.

Versie 1cb33c6b1951d4a208137bd110a35cade4bf7a7d3aa2acaa3cb340d6c9427703 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 6e2dff8f3482486c

13 okt 2026 · 21073c05938c369f

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.