Brontekst
De heer Krul (CDA): Dank u wel, voorzitter. Ik zal eerst iets vertellen over de achtergrond, dan over de governance, daarna over de financiering en dan licht ik de 42 amendementen toe die ik met de heer Mohandis in voorbereiding heb. Nee, zonder gekheid: credit where credit is due. De heer Mohandis heeft meer dan zijn tanden in dit wetsvoorstel gezet. Dat blijkt wel uit de amendementen die hij heeft ingediend.
Voorzitter. Lokale media zijn van groot belang voor onze democratie, want het zijn lokale omroepen die verslag doen van gemeenteraadsvergaderingen en misstanden, die inwoners informeren en die lokale bestuurders controleren. Juist nu gemeenten steeds meer verantwoordelijkheden hebben gekregen, neemt het belang van een sterke lokale nieuwsvoorziening toe. Mijn eerste ervaring met een lokale omroep was al in groep 7. De radio van de lokale omroep, de Lokale Omroep Stichting Den Helder, kwam verslag doen van de voorleeswedstrijden bij ons in de klas, en even waanden wij ons wereldberoemd, want de radio ging ons volgen terwijl wij gingen voorlezen. Dat is precies de kracht van de lokale omroep: midden in de samenleving, letterlijk vanaf de straat, dicht bij de leefwereld van mensen.
Tegelijkertijd moeten we ook concluderen dat de lokale omroep, de lokale media en de lokale journalistiek onder druk staan. De zorgen zijn niet nieuw. De Raad voor Cultuur, de Raad voor het Openbaar Bestuur, het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en de WRR hebben de afgelopen jaren meermaals aan de bel getrokken. De WRR schrijft zelfs: "Het is slecht voor de lokale democratie als de lokale journalistiek in kwaliteit achteruitgaat. Bewoners blijven dan achter in hun informatiepositie en de lokale macht krijgt vrij spel." Het CDA deelt die analyse. De huidige situatie kent namelijk knelpunten. Lokale omroepen hebben moeite om voldoende journalistieke capaciteit op te bouwen. De financiering verschilt sterk per gemeente en gemeenten financieren soms de journalistiek, die hen tegelijkertijd moet controleren.
Voorzitter. De wet die wij vandaag behandelen, komt dus niet uit de lucht vallen. Er wordt al jarenlang gezocht naar manieren om de lokale omroep, de lokale journalistiek te versterken. In 2019 adviseerden de Raad voor het Openbaar Bestuur en de Raad voor Cultuur al om te komen tot een toekomstbestendig lokaal mediabestel. Hun analyse was helder: de democratische betekenis van lokale media neemt toe, terwijl de organisatorische en financiële basis juist onder druk staat. Daarna volgden nog meerdere onderzoeken, adviezen en pilots rondom streekomroepvorming. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wees in zijn rapport Aandacht voor media op het belang van sterke lokale nieuwsvoorziening voor het functioneren van de democratische rechtsstaat. De rode draad in al die adviezen was steeds dezelfde: meer samenwerken, meer professionaliteit, meer journalistieke capaciteit en stabiele financiering.
Met dit wetsvoorstel kiest het kabinet ervoor om die adviezen grotendeels te vertalen naar wetgeving. De financiering verschuift van gemeenten naar het Rijk, en dat is goed nieuws. Lokale omroepen worden samengebracht in een groter verzorgingsgebied en de NLPO krijgt een centrale rol binnen het nieuwe bestel. Dat zijn wel ingrijpende keuzes. Dat zijn keuzes die grote gevolgen hebben voor honderden lokale omroepen, duizenden vrijwilligers en uiteindelijk dus ook voor miljoenen Nederlanders, die afhankelijk zijn van een goed functionerende lokale nieuwsvoorziening.
Voorzitter. Juist daarom is het van belang dat wij niet alleen maar kijken naar de ambities van deze wet, maar ook kritisch toetsen of de gekozen instrumenten daadwerkelijk leiden tot het beoogde resultaat. Dat er iets moet gebeuren, staat voor het CDA daarbij echt niet ter discussie, maar de vraag die vandaag voorligt, is of de keuzes die in dit wetsvoorstel worden gemaakt, ook altijd leiden tot sterkere lokale nieuwsvergaring.
Voorzitter. Het kabinet kiest voor schaalvergroting. Het aantal lokale publieke omroepen wordt teruggebracht tot maximaal 80 verzorgingsgebieden en de gedachte daarachter is best begrijpelijk: grotere organisaties kunnen professioneler werken, kunnen journalisten in dienst nemen, kunnen een stabiele organisatie opbouwen. Professionalisering mag echter niet ten koste gaan van lokale binding.
Dat is niet alleen de zorg van het CDA, maar ook van de Raad van State, die waarschuwt dat grotere omroepen verder van de lokale gemeenschap kunnen komen te staan en dat dit risico's met zich meebrengt voor het vervullen van hun publieke functie. Ik vraag de minister hoe zij de lokale verankering van deze nieuwe streekomroepen gaat bewaken. Welke concrete eisen worden bijvoorbeeld gesteld aan de aanwezigheid in afzonderlijke gemeenten binnen een verzorgingsgebied? Hoe wordt voorkomen dat kleinere gemeenten en dorpskernen structureel minder aandacht krijgen dan grotere centrumgemeenten? Hoe wordt straks gemeten of de lokale binding daadwerkelijk behouden blijft?
Voorzitter. In dat kader wil ik specifiek stilstaan bij vrijwilligers. Wie een lokale omroep bezoekt, ziet dat veel organisaties draaien op betrokken inwoners die zich vrijwillig inzetten voor hun gemeenschap en hun omroep. Vrijwilligers verzorgen uitzendingen, maken reportages, doen verslag van sportwedstrijden en brengen het lokale nieuws. Ze vormen niet alleen een aanvulling op de lokale omroep; ze zijn het fundament ervan. Het CDA onderschrijft de wens om de journalistieke kwaliteit te versterken, maar hoe voorkomt de minister dat de professionalisering van het bestel gaat leiden tot het verlies van die lokale vrijwillige betrokkenheid? Welke verwachting heeft de minister ten aanzien van de ontwikkeling van het aantal vrijwilligers na invoering van de wet? Wordt in de evaluatie expliciet meegenomen hoe het met de vrijwilligers gaat? Wanneer zou de minister zelf concluderen dat de hervorming op dit punt voldoende of onvoldoende succesvol is geweest?
Voorzitter. Dan wil ik ingaan op de verhouding tussen lokale en regionale omroepen. Het CDA ziet kansen, kansen in samenwerking, zeker waar het gaat om onderzoeksjournalistiek, kennisdeling en ondersteuning. Maar samenwerking is iets anders dan vervaging. Lokale journalistiek heeft een eigen functie binnen ons bestel. Kan de minister schetsen hoe zij de verhouding tussen lokale en regionale publieke media over vijf of pak 'm beet tien jaar ziet? Hoe wordt voorkomen dat lokale identiteiten van streekomroepen bijvoorbeeld langzaam verdwijnen in de grotere regionale structuren?
Voorzitter. Dan de verzorgingsgebieden. De wet legt vast dat Nederland wordt verdeeld in maximaal 80 lokale gebieden. Op dit punt plaatst de Raad van State wel een fundamentele kanttekening. De Raad van State adviseert expliciet om dat maximum niet zo in de wet vast te leggen, omdat dit toekomstige aanpassingen bemoeilijkt wanneer blijkt dat gebieden te groot zijn of onvoldoende samenhang kennen. We begrijpen die kritiek, maar het is ook een worsteling. Ik heb dat net ook gehoord in een interruptiedebatje met de heer Mohandis. Hoe gaan we hier nou mee om? Ik ben heel benieuwd hoe de minister daar zelf naar kijkt. Wat gebeurt er bijvoorbeeld over enkele jaren als blijkt dat een bepaald verzorgingsgebied simpelweg niet logisch functioneert? Dat kan. Dat kan je nu ook nog niet weten. Moet dan de wet opnieuw worden gewijzigd of zijn er toch mogelijkheden om het bijvoorbeeld via een AMvB te doen?
Voorzitter. Daarmee samenhangend wil ik aandacht vragen voor de gebieden die achterblijven. Ze zullen vast ook in uw mailbox terechtgekomen zijn. Op papier lijkt de vorming overzichtelijk. We weten eigenlijk al dat die samenwerking in de praktijk niet overal vanzelfsprekend tot stand komt. Het laaghangend fruit was eigenlijk vrij snel op. De hele ingewikkelde kwesties liggen nog steeds op tafel. Het zijn er nog maar een paar. De minister heeft zelf aangegeven dat uitstel van deze wet leidt tot grote onzekerheid en dat dat echt niet kan. Tegelijkertijd stel ik dan de vraag wat er nu gaat gebeuren met die gebieden. Wat gebeurt er wanneer er meerdere kandidaten zijn voor één verzorgingsgebied of als een samenwerkingsproces toch nog vastloopt? En hoe wordt voorkomen dat inwoners in dergelijke gebieden uiteindelijk de dupe worden van die vertraging?
Voorzitter. Tot slot iets over de financiën, uiteraard. Het CDA steunt de keuze om de financiering van lokale publieke omroepen weg te halen bij gemeenten en onder te brengen bij het Rijk. Dat versterkt de lokale onafhankelijkheid van de lokale journalistiek. Tegelijkertijd is hier wel pittige kritiek op geleverd door de Raad van State, die stelt dat onvoldoende inzichtelijk is of de voorgestelde financiering toereikend is om de doelstellingen in de wet te realiseren. Ook is onvoldoende duidelijk welk deel van de middelen terechtkomt bij de journalistieke praktijk. Kan de minister aangeven hoe zij daarop reflecteert? Kan zij aangeven hoeveel middelen er bijvoorbeeld precies beschikbaar moeten komen voor journalistiek?
Voorzitter. Tot slot een vraag van de Raad van State als het gaat om de financiële onderbouwing. De VNG heeft aangegeven dat veel gemeenten waarschijnlijk geen gebruik zullen maken van het middel om een aanvullende bijdrage te leveren. Ik ben benieuwd waar de minister eigenlijk op baseert dat gemeenten dat wél zouden gaan doen. Wat betekent het voor de doelstelling van deze wet als die aanvullende bijdragen achterblijven?
De NLPO krijgt in dat nieuwe stelsel een belangrijke positie. Dat is goed. De organisatie krijgt taken op het gebied van samenwerking, coördinatie, financiering en advisering. Dat is ook goed. We begrijpen de wens om het lokale bestel beter te organiseren, maar een sterk lokaal bestel vraagt ook om gespreide verantwoordelijkheid. Kan de minister toelichten welke waarborgen zijn ingebouwd om te voorkomen dat te veel invloed bij één organisatie terechtkomt? Waarom is er gekozen voor de combinatie van taken bij de NLPO? Hoe wordt voorkomen dat de NLPO speler, adviseur en stelselbewaker wordt? Welke ruimte blijft bestaan voor zelfstandige keuzes van lokale publieke omroepen?
Voorzitter. Volgens mij zitten we allemaal … Het gebeurt niet allemaal in de nacht, maar ik probeer af en toe een wedstrijdje van het WK voetbal mee te pakken. Ik was dit debat aan het voorbereiden. Dat moet je niet 's nachts doen, maar dat gaat op zich best goed samen als je naar het WK kijkt. Ik kon de vergelijking eigenlijk vrij snel maken. In de aanval staan de minister en de NLPO. Hun doel is duidelijk: we moeten professionaliseren, we moeten sterkere streekomroepen maken en we moeten meer journalistieke bases leggen. In de verdediging — dat moet gezegd worden — staan de gemeenten en de VNG. Ze willen hun rol behouden, ze willen hun middelen behouden en ze vrezen verlies van hun lokale zeggenschap. Op het middenveld staan de vrijwilligers. Zij vormen al jaren het hart van de lokale omroepen. Zij vragen zich af welke plek zij straks nog hebben in die grotere streekomroepen. De Raad van State was de grensrechter. Die floot voor buitenspel en dwong het kabinet tot aanpassingen.
Wat ons betreft is die wedstrijd na vanavond nog lang niet gewonnen. Dat moment komt pas wanneer de professionele journalistiek en lokale betrokkenheid hand in hand gaan, als er straks sterke streekomroepen zijn én vrijwilligers zich daar thuis voelen. Het succes van deze wet wordt dus niet bepaald door de vraag hoeveel organisaties straks zijn samengevoegd of hoeveel bestuurslagen er zijn ingericht. De echte vraag is of inwoners straks beter geïnformeerd worden over wat er gebeurt in hun gemeente, dorp en wijk. Dat is de lat waarlangs het CDA dit wetsvoorstel beoordeelt. Op die punten zien wij uit naar de beantwoording van de minister.
Tot slot, voorzitter. Ik kan het debat helaas niet afmaken. Dat is wat het is. Het wordt ongetwijfeld heel laat, maar ik meld mij op een bepaald moment bij u af.
Dank u wel.
Versie 0917299e025453e6a085a77933085fc1168d4c36af878be1ba0d4c7f7af2f658 · Officiële bron.
Eerdere bronversies
12 okt 2026 · abbd761ea8741fd5
12 okt 2026 · da9f80bddfa1e31b