← OnderzoekenBrontekst
De heer Ceder (ChristenUnie): Dank u wel, voorzitter. Weinig media staan zo dicht bij mensen als de lokale publieke omroep. Zij controleren de lokale politiek, doen verslag van evenementen en brengen het nieuws letterlijk vanuit de straat. Dat wordt voor een belangrijk deel gedaan door vrijwilligers, met hart voor hun gemeente, de regio en het omroepwerk.
Voorzitter. Er zijn zo veel voorbeelden. In de uitzending van RTW-radio uit Waddinxveen wordt Annabella geïnterviewd als een van de organisatoren van de kerstviering voor het hele dorp. Ze is toevallig ook een van de beste ambtelijk secretarissen van dit huis, bij de ChristenUnie, maar dat terzijde. Of denk aan Studio Rheden, dat geregeld de enige media-instelling is die fysiek aanwezig is bij de raadsvergaderingen in Rheden en Rozendaal. Of denk aan de WOS, de lokale omroep voor Hoek van Holland en de gemeenten Maassluis, Midden-Delfland en Westland. Medewerkers van hulpdiensten kijken bewust naar wegafsluitingen die door de WOS worden gerapporteerd. Het is op-en-top lokaal nieuws en op zo veel manieren cruciaal voor de lokale gemeenschappen.
Het wetsvoorstel dat we vandaag bespreken, gaat veel impact hebben op het reilen en zeilen van de omroep. Het vormt immers een ingrijpende stelselherziening van het lokale publieke omroepbestel. Twee belangrijke stelselwijzigingen zijn de verplaatsing van de financieringsstroom van gemeenten naar het Rijk en een schaalvergroting van meer dan 200 lokale omroepen nu naar maximaal 80. Dat is fors.
In algemene zin proef ik veel steun voor de stelselherziening. Zo is het verstandig om de financiering via het Rijk te laten lopen. Op deze manier is de waakhond van de lokale democratie voor het budget niet meer afhankelijk van diezelfde lokale democratie. Daarnaast is de gedachte dat schaalvergroting tot verdere professionalisering leidt. Mijn fractie kan de richting van het wetsvoorstel steunen. We begrijpen die ook.
Toch hebben we ook zorgen. Die gaan precies over die financiering en de lokale verankering van de omroepen. De lokale omroepen moeten namelijk nog steeds lokaal hun functie behouden. Ik maak me zorgen over de financiering van de lokale omroepen. Samen met PRO, CDA en BBB diende ik daarom afgelopen januari al een motie in. We vonden dat voorkomen moest worden dat bij inwerkingtreding van het nieuwe stelsel lokale omroepen per saldo minder te besteden hebben dan nu. Een derde van de lokale omroepen heeft immers al geen gezonde financiële positie.
In een brief naar aanleiding van de motie schrijft de minister: "Ik wil enkel rekenen met structurele en niet met tijdelijke financiering." Ook tijdelijke centen zijn echter harde centen. Als tijdelijke middelen wegvallen, heeft dat gevolgen voor de omroepen. Al met al moet de discussie niet zijn of er nu meer of minder geld is, maar de vraag moet zijn of het geld dat we met elkaar vrijmaken voldoende is.
Kan de minister daarom onderbouwen hoe met dit wetsvoorstel en de financiering wordt geborgd dat elke lokale omroep straks wel financieel gezond is? Acht zij het risico aanwezig dat lokale omroepen straks moeten afschalen in plaats van afbouwen door gebrek aan financiering? Is een onafhankelijk advies niet op zijn plaats om te bezien hoeveel geld er nodig is voor een lokale publieke omroep die in staat is om op goede wijze vorm te geven aan de publieke mediaopdracht op lokaal niveau?
De financieringssystematiek zoals geregeld in het wetsvoorstel maakt dit namelijk des te urgenter. De vrees is niet alleen dat gemeenten straks niet met meer financiering willen bijspringen, maar dit wetsvoorstel maakt het hen ook moeilijker om te kunnen bijspringen. Straks kunnen ze namelijk slechts voorafgaand aan elke aanwijzingsperiode van de lokale omroep, dus eens in de vijf jaar, aangeven hoe hoog de aanvullende bijdrage vanuit de gemeente gaat zijn. Dat betekent dat het gemeentebestuur financiële toezeggingen over de eigen coalitieperiode heen moet doen.
Voorzitter. Als voormalig gemeenteraadslid in Amsterdam kan ik u zeggen dat dat knap lastig is en dat het ook de dynamiek van de lokale politiek miskent. Het zal waarschijnlijk ook ten koste gaan van de lokale omroepen. Erkent de minister dat het nu moeilijker wordt voor gemeenten om aanvullende subsidie te verlenen en dat de kans nog kleiner is dat ze dit daadwerkelijk gaan doen?
De minister meent dat het straks niet meer mogelijk kan zijn voor gemeenten om jaarlijks bij te dragen, omdat dat in strijd zou zijn met Europese staatssteunregels. De provincies werken echter met dezelfde systematiek. Waarom is er dan geen risico op overcompensatie en is dit niet in strijd met de staatssteunregels, zo vraag ik aan de minister. Heeft de minister ook om extern en onafhankelijk juridisch advies gevraagd op dit punt? Is er een route mogelijk om het wetsvoorstel zo aan te passen dat een jaarlijkse gemeentelijke bijdrage, met de nodige waarborgen, mogelijk blijft? Om deze reden heb ik samen met de heer Mohandis een amendement ingediend dat regelt dat gemeenten juist tijdens de eerste spannende aanvraagperiode kunnen bijspringen. Dat had ik gedaan met de hoop dat dit beter juridisch zou standhouden, maar een oplossing voor daarna zou natuurlijk beter zijn.
Voorzitter. Mijn tweede punt is de lokale verankering. Mijn tweede belangrijke zorg ziet op het punt van de lokale herkenbaarheid van de omroepen. Volgens mij is het de uitdaging om de voordelen van schaalvergroting te benutten en om de negatieve effecten zo veel mogelijk te ondervangen. Hoe wil de minister bijvoorbeeld voorkomen dat lokale redacties met gedreven vrijwilligers het onderspit delven binnen een lokale omroep die straks een stuk groter is? Blijft er onder de paraplu van de lokale omroepen wel ruimte voor lokale redacties om het nieuws van de gemeente te brengen? Kan de minister dit borgen? Hoe wordt voorkomen dat vrijwilligers straks mogelijk afhaken?
Mijn zorgen zijn ook puur praktisch. Stel dat er straks slechts één tv-zender en één radiozender zijn, terwijl de lokale omroep meerdere gemeenten beslaat. Het risico bestaat dan dat kleinere gemeenten het onderspit delven en dat een inwoner van Rheden straks op de televisie wel de gemeentelijke politiek van Arnhem kan volgen, maar niet of minder die van de eigen gemeente, of dat een inwoner uit Nunspeet die de radio aanzet, vooral veel hoort over het nieuws uit Elburg of Barneveld, maar veel minder over de eigen gemeente. Erkent en herkent de minister dit risico en hoe wordt voorkomen dat kleine gemeenten worden ondergesneeuwd door de grote gemeenten als ze straks door dezelfde streekomroep worden bediend? Hoe gemakkelijk is het straks voor lokale omroepen om alsnog meerdere tv- en radiokanalen in stand te houden, zodat ze de mogelijkheid hebben om te differentiëren? De minister benoemt deze ruimte in de nota naar aanleiding van het verslag. Ik ben benieuwd hoe die er praktisch uitziet en op welke manier de lokale omroepen hierbij zo nodig worden ondersteund. Kan de minister monitoren of de stelselherziening daadwerkelijk zorgt voor versterking van de lokale journalistiek in elke gemeente van een verzorgingsgebied? Hier zit onze grootste zorg en daar zullen we dit wetsvoorstel uiteindelijk ook op toetsen.
Ik steun overigens wel de lijn van de minister dat we toe moeten werken naar veel minder verzorgingsgebieden, want dat hoort bij de opschaling en de schaalvergroting. De minister noemt daarin het aantal van 80. Ik ben niet getrouwd met het getal, maar tegelijkertijd vind ik het wel onverstandig om dit maximumaantal van 80 in de wet vast te leggen. Ik heb geen glazen bol — de minister heeft die volgens mij ook niet — en ik weet dus ook niet welke ontwikkelingen zich in de toekomst zouden kunnen voordoen die het noodzakelijk zouden maken om eventueel naar meer verzorgingsgebieden te gaan, of minder. Om die reden heb ik het amendement ingediend, samen met de heer Mohandis, die ook zeer gepassioneerd is over dit onderwerp, om het maximumaantal niet in de wet, maar in een AMvB vast te leggen. Ik zou willen voorkomen dat als wij er allemaal niet meer zijn, onze opvolgers over tien jaar geconfronteerd worden met de situatie waarvan gedacht zal worden: waarom heb je dit niet opengelaten en waarom heb je niet het advies van de Raad van State gevolgd? Volgens mij kunnen we dat oplossen door dat in een AMvB te ondervangen en tegelijkertijd nu wel de ruimte aan de minister te geven om de keus te maken, die dan natuurlijk voor de komende jaren zal gelden. Ik ben benieuwd naar de appreciatie van de minister van het amendement.
Voorzitter. Ik heb nog een aantal andere punten waar ik kort bij stil wil staan. Allereerst het toezicht. Het is de taak van het Commissariaat voor de Media om toezicht te houden op de uitvoering van de publieke mediaopdracht, inclusief die op lokaal niveau. Hoe de NLPO vormgeeft aan de publieke mediaopdracht, wordt vastgelegd in het concessiebeleidsplan, maar hierbij is de toezichthoudende rol van het commissariaat beperkt. Ik vraag de minister waarom hiervoor is gekozen. Het commissariaat moet straks advies uitbrengen over het concessiebeleidsplan, maar dan is het plan al vastgesteld. Wat is dan de toegevoegde waarde van dit advies? Ik heb ook om die reden een amendement ingediend, met — u raadt het al — de heer Mohandis, om de toezichthoudende taak van het commissariaat bij het concessiebeleidsplan te versterken. Ik ben benieuwd naar de appreciatie van de minister.
Voorzitter. Een ander punt. Enkele leden van het College van Omroepen mogen straks nieuwe leden van het college kiezen. Het college kiest dus zijn eigen opvolging en dat wringt ergens. Ziet de minister hierbij niet het risico van een gesloten systeem, dus van een ons-kent-onswereldje? Waarom koos ze niet voor meer mogelijkheden om leden van het college aan te dragen? Ook daar heb ik een amendement op voorbereid. Dat heb ik samen gedaan — u raadt het al — met de heer Mohandis.
Voorzitter, tot slot. Het huidige artikel 2.70 van de Mediawet regelt dat regionale en lokale omroepen een samenwerkingsovereenkomst met elkaar kunnen sluiten. Dat verdwijnt. Mijn vraag is of het dan nog wel mogelijk blijft om deze overeenkomst te kunnen sluiten. Blijft het voortbestaan van de bestaande samenwerkingsverbanden dan nu voldoende gewaarborgd?
Voorzitter, tot slot. Welke risico's ziet de minister verder bij de overgang naar het nieuwe stelsel, bijvoorbeeld dat bestaande netwerken en financiering verdwijnen? Hoe monitort de minister dat? Hoe monitort de minister dat de motie-Ceder naar letter en geest wordt uitgevoerd? Welke keuzes brengt zij daarvoor in kaart en welke keuzes maakt ze?
Voorzitter, tot slot. Hoe zorgen we met dit wetsvoorstel ook dat bij de lokale omroepen de zorgen worden weggenomen? Het gaat niet om veel omroepen, maar ze zijn er wel. Het gaat dan om zorgen die zij hebben dat dit betekent dat zij op termijn opgeheven zullen worden en dat zij hun vrijwilligers en ook het bereik kwijtraken, juist daar in een perifeer gebied of waar zij een bron van journalistieke waarde zijn.
Voorzitter, tot slot. In lijn met de vele adviezen zijn wij positief over de denkrichting van het wetsvoorstel. U heeft in mijn bijdrage gehoord dat we echt nog wel een aantal punten hebben waarover we nog graag van gedachten zouden wisselen, en dat we een aantal voorstellen hebben gedaan om het wetsvoorstel nog beter te maken. Ik kijk uit naar de beantwoording.
Dank u wel.
Versie 0917299e025453e6a085a77933085fc1168d4c36af878be1ba0d4c7f7af2f658 · Officiële bron.
Eerdere bronversies
12 okt 2026 · 1dba6085f83779f7
12 okt 2026 · d8eb65fda7cfa129
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.