Brontekst
Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank u wel, voorzitter. Als we het hebben over lokale omroepen, hebben we het niet alleen over journalistiek. We hebben het namelijk over identiteit, gemeenschap en herkenning. We hebben het over het dorpsfeest waar de lokale omroep verslag van doet en over de vrijwilliger die al twintig jaar een programma maakt. We hebben het over streektalen, dialecten, lokale muziek, verenigingen, evenementen en tradities, die nergens anders aandacht krijgen. Voor sommige mensen is de lokale omroep dé verbinding met de buitenwereld, niet met Den Haag of met Hilversum, maar met hun eigen wereld. Juist daarom moeten we voorzichtig zijn met een stelselwijziging die op papier logisch klinkt, maar in de praktijk iets kan afbreken wat we later niet meer terugkrijgen. Dat is precies de zorg die de BBB bij dit wetsvoorstel heeft.
Laat ik vooropstellen dat wij het doel van het wetsvoorstel onderschrijven, want lokale journalistiek verdient versterking, professionalisering is soms nodig en samenwerking kan verstandig zijn. Maar dat betekent nog niet dat schaalvergroting de oplossing is. Toch kiest dit wetsvoorstel voor een harde structuurwijziging, waarbij het aantal lokale omroepen wordt teruggebracht naar maximaal 80 verzorgingsgebieden. Waarom precies 80? Ik heb nog steeds geen overtuigend antwoord gehoord op de vraag waarom dit aantal noodzakelijk is om het doel van het wetsvoorstel te bereiken. De regering zegt dat er binnen dat maximum nog steeds flexibiliteit mogelijk is, maar dat is geen antwoord op de vraag waarom dat maximum überhaupt nodig is. Waarom zouden we een uitkomst wettelijk vastleggen voordat bewezen is dat die uitkomst noodzakelijk is?
Wat mij misschien nog wel de meeste zorgen baart, is dat we hier bezig zijn met een traject dat onomkeerbaar is. Als lokale omroepen verdwijnen, redacties worden samengevoegd, vrijwilligers afhaken en vertrouwde namen uit het lokale medialandschap verdwijnen, krijg je die niet zomaar terug. Dat gaat niet alleen over gebouwen of organisaties; dat gaat over mensen. Het gaat over kennis. Het gaat over betrokkenheid. Het gaat over gemeenschapsgevoel. Als we over zeven jaar concluderen dat dit systeem toch niet werkt zoals gehoopt, hoe bouwen we dan opnieuw op wat inmiddels verdwenen is? Hoe brengen we dan de vrijwilligers terug die zijn afgehaakt? Hoe herstellen we lokale netwerken die zijn weggevallen? Sommige veranderingen kun je terugdraaien, maar deze verandering voelt echt als een eenrichtingsweg.
Voorzitter. De regering wijst erop dat grotere omroepen beter in staat zijn om hun democratische functie te vervullen. Dat kan allemaal best zo zijn, want een grotere organisatie heeft meer capaciteit om bestuurders kritisch te volgen en onderzoek te doen, maar lokale omroepen hebben meer functies dan alleen de controlerende functie. Zij zijn namelijk ook de cultuurdragers. Zij houden de streekidentiteit levend. Zij geven ruimte aan dialecten. Zij brengen tradities, muziek, verenigingen en het gemeenschapsleven in beeld. Dat zijn geen bijzaken; het is juist een belangrijk onderdeel van hun maatschappelijke waarde. Zij helpen onze oer-Hollandse cultuur levend te houden.
Juist daar zit een fundamentele vraag: wat gebeurt er met al die culturele en sociale functies als steeds grotere gebieden vanuit steeds centralere redacties worden bediend? Houden we dan nog wel ruimte voor alle lokale kleuren en smaken of bewegen we langzaam richting een eenheidsworst? We zijn de afgelopen jaren al veel kwijtgeraakt: lokale krantjes verdwijnen, huis-aan-huisbladen verdwijnen, snuffelkranten verdwijnen, lokale redacties verdwijnen. Moeten we nu dan ook nog eens wettelijk vastleggen dat het aantal lokale omroepen fors wordt teruggebracht?
Toen ik in de jaren tachtig begon als lokale journalist was juist de veelheid van lokale media een bron van nieuws voor mensen in steden en dorpen. Ze zaten vaak met hun redacties midden in de binnenstad. De journalisten kwamen overal, van het gemeentehuis tot het café tot op het veld van de plaatselijke derde klasse van de KNVB tot aan de pluimveetentoonstelling in het plaatselijke buurthuis. Mensen voelden zich door de berichtgeving juist veel meer verbonden met hun stad of dorp. We hebben kunnen zien dat schaalvergroting bij kranten niet bepaald heeft gezorgd voor betere verslaggeving. Ik vrees dat dit ook gaat gebeuren met lokale omroepen als de gebieden te groot worden.
Voorzitter. Juist omdat de culturele en maatschappelijke functie van lokale omroepen zo belangrijk is, verbaast het BBB dat dit aspect nauwelijks terugkomt in de voorgestelde evaluatie van het nieuwe stelsel. De regering noemt de financiële gezondheid van omroepen, het bereik, de waardering en de hoeveelheid lokaal nieuws. Dat zijn belangrijke indicatoren, maar die vertellen niet het hele verhaal. Want wat gebeurt er dan als het bereik op orde is, maar de lokale omroep haar rol als drager van streekidentiteit, tradities, verenigingsleven en gemeenschapsgevoel langzaam verliest? Is de minister bereid periodiek, bijvoorbeeld jaarlijks of tweejaarlijks, inzichtelijk te maken hoe het staat met de culturele en maatschappelijke functies van lokale omroepen? Daarbij kan worden gekeken naar zaken als de zichtbaarheid van kleinere kernen, aandacht voor de streekcultuur en de dialecten, de betrokkenheid van vrijwilligers en de mate waarin inwoners zich ook echt herkennen in het media-aanbod. Ik ga daarvoor ook een amendement indienen, als dat niet al is ingediend.
Daarnaast vraagt de BBB of de minister bereid is om bij duidelijke signalen van verschraling of verlies van lokale verankering niet te wachten op een evaluatie na zeven jaar, maar tussentijds in te grijpen. Wat BBB betreft moet monitoring niet alleen dienen om achteraf vast te stellen of het stelsel heeft gewerkt, maar juist ook om op tijd te kunnen voorkomen dat er onherstelbare schade ontstaat.
Voorzitter. De regering wijst voor de borging van lokale verankering nadrukkelijk op het Programmabeleid bepalend orgaan, het pbo. Dat orgaan moet een afspiegeling vormen van de gemeenschap en ervoor zorgen dat de omroep geworteld blijft in de samenleving. Daar hebben wij wel vragen bij, want waarvan moet het precies een afspiegeling zijn? Een afspiegeling is namelijk niet hetzelfde als een vertegenwoordiging. Dat zijn twee totaal verschillende dingen. Je kunt vertegenwoordigers van allerlei stromingen aan tafel zetten, zonder dat je echt een goed beeld hebt van wat er leeft onder mensen.
Neem een streek waarin verschillende geloofsgemeenschappen voorkomen. Wanneer is een pbo dan representatief? Is dat als iedere geloofsovertuiging één zetel krijgt? Dat lijkt misschien netjes verdeeld, maar zegt dat ook iets over de werkelijke verhoudingen die er zijn binnen een gemeenschap? Hoe zit het met de groepen die niet georganiseerd zijn, met ouderen van 90 jaar, met laaggeletterden, met mensen die niet in besturen zitten, met ondernemers die zes dagen per week werken en met jonge gezinnen, die nauwelijks tijd hebben om zich bestuurlijk te organiseren? De praktijk leert dat in dit soort organen vaak mensen terechtkomen die maatschappelijk actief zijn, organisaties vertegenwoordigen en gewend zijn om te vergaderen. Daar is niks mis mee, maar dat is niet automatisch hetzelfde als een afspiegeling van de samenleving, en al helemaal geen vertegenwoordiging van de samenleving.
Voorzitter. Daar komt nog iets bij. Hoe groter het verzorgingsgebied wordt, hoe moeilijker het wordt om daadwerkelijk voeling te houden met alle dorpen, wijken en gemeenschappen binnen dat gebied. Juist daarom vraag ik de minister opnieuw of zij niet te veel vertrouwen legt bij een instrument waarvan nog maar moet blijken of het in de praktijk kan waarmaken wat er nu van wordt verwacht.
Ook het onderscheid tussen lokale en regionale omroepen blijft voor de BBB een punt van zorg. De regering stelt dat beide lagen voldoende van elkaar verschillen, omdat zij een andere wettelijke taak hebben. Daarbij is nog niet aangetoond dat zij in de praktijk voldoende van elkaar blijven verschillen. Als streekomroepen steeds groter worden, steeds professioneler worden georganiseerd en steeds grotere gebieden bedienen, dan ontstaat vanzelf de vraag waar "lokaal" ophoudt en "regionaal" begint. Dat onderscheid borg je niet alleen door verschillende taakomschrijvingen in de wet op te nemen. Uiteindelijk gaat het ook om schaal, identiteit, herkenbaarheid en de rol die een omroep in de gemeenschap vervult.
Tot slot ga ik naar de financiën, want ook daarover blijven vragen staan. Op papier lijkt er meer geld beschikbaar te komen, maar verschillende partijen uit het veld wijzen erop dat die vergelijking geen volledig beeld geeft. Wanneer ook bestaande versterkingsmiddelen worden meegenomen, ontstaat een ander beeld. Dan rijst de vraag of een groot deel van de streken er uiteindelijk juist niet op achteruitgaat. Als dat zo is, ontstaat er een ongemakkelijke combinatie van minder omroepen, grote gebieden en mogelijk minder geld per streek. Dat klinkt niet vanzelfsprekend als een versterking van de lokale journalistiek.
BBB wil sterke lokale journalistiek. BBB wil professionele lokale journalistiek. BBB wil onafhankelijke lokale journalistiek. BBB wil echter ook lokale binding behouden, lokale identiteit behouden en lokale gemeenschappen behouden. Als we die kwijtraken, raken we namelijk iets kwijt wat veel moeilijker terug te brengen is dan een organisatiestructuur of een financieringsmodel. Dan raken we een stukje van Nederland kwijt. Daar moeten we heel voorzichtig mee zijn.
Dank u wel.
Versie 0917299e025453e6a085a77933085fc1168d4c36af878be1ba0d4c7f7af2f658 · Officiële bron.
Eerdere bronversies
12 okt 2026 · 2c3c2d4b09be40fb
12 okt 2026 · a46fc619276f0f42