KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 1 dec 2021 · Tweede Kamer

Begroting Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) (1e termijn Kamer)

Brontekst

De heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter, dank u wel. Dit weekend ben ik maar eens begonnen aan het prachtige nieuwe boek van Louise Fresco, De plantenjager uit Leningrad. Ik kan het iedereen aanbevelen. Het vertelt het verhaal van de briljante Russische plantkundige, Nicolaj Vavilov, die tegen het politieke discours van de Sovjet-Unie in als doel had om hongersnoden in Rusland voortaan te voorkomen en Rusland te voeden door het verzamelen van duizenden wilde variëteiten van eetbare gewassen. Hij had namelijk al door dat het niet het aanpassingsvermogen van een soort is dat de overlevingskansen bepaalt, maar de hoeveelheid variëteiten binnen een soort. Zijn ideeën werden alleen ondergesneeuwd door de pseudowetenschapper Lysenko, die Stalin en zijn regime naar de mond praatte en gouden bergen beloofde, met hongersnood en miljoenen doden als gevolg. Het boek vertelt dat de schatten van de Hermitage tijdens het beleg van Leningrad in de Tweede Wereldoorlog werden veiliggesteld door Stalin. Een paar straten verderop lag het instituut van Vavilov met 400.000 plantenmonsters, maar daar was Stalin niet in geïnteresseerd. De medewerkers van Vavilov beschermden met hun eigen leven de zaadbank met 40.000 variëteiten, terwijl ze een voor een door de honger omkwamen. Zij zagen, evenals de toenmalige vijand overigens, de daadwerkelijke waarde van Vavilovs verzameling. De hongerdood of het leven voor complete samenlevingen, voor hele volken: het lag daar in die opslag. Inmiddels zijn we ons veel bewuster van wat onze daadwerkelijke schat is, die waardevoller is dan kunst, zilver of goud. Diep in de bergen op Spitsbergen ligt namelijk de wereldzadenbank, veilig koud in de permafrost. Er liggen 1,5 miljoen verschillende zaadmonsters van alle gewassen in alle variëteiten opgeslagen in dikke, ondoordringbare kluizen, veilig in de kou. Die van Noord-Korea liggen daar gebroederlijk naast die van de VS. Het belang overstijgt namelijk oorlog en politiek. Het gaat hier om het bewaken van het voortbestaan van de mensheid. Nederland heeft een unieke positie als het gaat om het produceren van deze schatten. We zijn leidend in de wereld op het gebied van plantveredeling en landbouwwetenschap. De universiteit van Wageningen kwam al langs in dit debat. We hebben een heuse Seed Valley in Noord-Holland. Bij het lezen van De plantenjager uit Leningrad moest ik terugdenken aan een bezoek eerder dit jaar aan groenteveredelingsbedrijf Rijk Zwaan. Dat zit een paar kilometer verderop, in De Lier. En met hoeveel zorg ze daar waken over hun genenbank. Koelcellen waar duizenden verschillende accessies, vele duizenden verschillende soorten groentezaden, opgeslagen liggen. Zonder het onderzoek en het materiaal van Vavilov, wat hij met de dood heeft moeten bekopen, hij is nota bene wreed uitgehongerd door Stalin, had het daar niet allemaal gelegen. Voor veredeling van nieuwe rassen, met nieuwe resistenties en andere belangrijke eigenschappen, is het opsporen en verzamelen van wilde soorten over de hele wereld namelijk enorm belangrijk, precies dát wat Vavilov onvermoeibaar deed. Terug naar de begrotingsbehandeling hier en nu. Mooi dat er juist ook in de voorliggende begroting extra geld is uitgetrokken voor gewasveredeling, voor CGN, het Centrum voor Genetische Bronnen in Wageningen, namelijk 4,2 miljoen euro in plaats van de 2,1 miljoen euro dit jaar; me dunkt reden genoeg om voor deze begroting te stemmen. Dat is top. Ook zó stellen we de erfenis van Vavilov veilig. Op het boerenerf, op het boerenland komt het samen, de kennis van de wetenschap, de ervaring van de boer in het produceren van voedsel, maar ook het beleid, geschreven door de overheid. Voorzitter. Ik wil even teruggaan naar het concept zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn, waar zinnetjes in stonden over een van bovenaf opgelegde uiterste inzaaidatum voor vanggewassen vanaf 1 oktober — de beruchte kalenderlandbouw — en "per 1/1/2023 vervalt de stikstofgebruiksnorm voor groenbemesters die niet als hoofdteelt geteeld worden op alle grondsoorten", met hele grote gevolgen voor de boerenpraktijk. Iedere akkerbouwer weet dat na de graanoogst eigenlijk het volgende teeltjaar al begint met het optimaal verzorgen van de bodem, het onderwerken van het gehakselde stro, het aanbrengen van compost en het zaaien van het juiste mengsel groenbemester, passend bij het hoofdgewas van het jaar daarop. En iedere akkerbouwer weet dat dat gehakselde stro en die compost ten behoeve van de vruchtbaarheid van de bodemvruchtbaarheid stikstof nodig heeft om te verteren. En dat dat verteringsproces bovendien niet synchroon loopt met de optimale groei van de groenbemester, het vanggewas, waarvoor ook een beetje stikstof nodig is. En iedere akkerbouwer vraagt zich bij zo'n zin dus gelijk af: wie heeft dat verzonnen? Aan welk waterkwaliteitsdoel of stikstofdoel of CO2-doel draagt dit bij? Heeft de bedenker eigenlijk weleens meegelopen op een akkerbouwbedrijf? Uiteraard snap ik ook wel dat de minister klem zit tussen de hamer van de rechter en het aambeeld van de Europese Commissie en dat zij daardoor met een hand op de rug beleid moet zien te maken en uit te onderhandelen, met een verdeelde sector, met bovendien tegengestelde belangen. Maar toch, beleid moet het doel dichterbij brengen en uitvoerbaar zijn. En ja, juridische houdbaarheid is een randvoorwaarde. En ja, we moeten voldoen aan de steeds strengere Brusselse regels. Maar zijn we daar met z'n allen niet zó druk mee bezig dat we de boer en de natuurbeheerder uit het oog verliezen en daarmee de kloof tussen Den Haag en het platteland niet onbedoeld groter maken? Natuurlijk, deze kloof tussen beleid en praktijk is niet alleen aan de orde bij LNV maar bij menig ministerie. Ik heb bijvoorbeeld om precies dezelfde reden recent nog stevige vragen gesteld aan minister Hoekstra over de Wwft, de wet over het witwassen en financieren van terrorisme. In de praktijk werkt die namelijk heel slecht voor het mkb en voor banken. Exact zo'n voorbeeld. Gelukkig, deze minister en haar ministerie toonden zich niet doof voor de vele zienswijzen en de moties in reactie op het concept zevende actieprogramma Nitraat. Er ligt inmiddels een veel beter uitvoerbaar plan. Maar toch de vraag of de minister deze analyse en deze worsteling over beleid en uitvoerbaarheid in de praktijk herkent. Moeten beleidsambtenaren die soms maar enkele jaren aan hetzelfde dossier werken niet vaker gewoon een praktijkstage lopen? Op het ministerie zijn al mooie ervaringen opgedaan met praktijkdagen. Mooi, maar een dag is natuurlijk erg kort. Een paar weken meewerken op een boerenbedrijf of bij een natuurbeschermingsorganisatie brengt ontzettend veel praktijkkennis en ervaring met zich mee, die de kwaliteit van beleid ten goede komt. Dan bedenk je je de volgende keer wel twee keer om op te schrijven dat de oogst ruim voor 1 oktober van het land moet zijn omdat uiterlijk op die datum het vanggewas zou moeten zijn ingezaaid. By the way, gelijk een paar vragen over het vervolg van het zevende actieprogramma. Naar aanleiding van de motie van collega Van Campen en hij heeft de minister aangegeven dat ze advies vraagt aan de Commissie Deskundigen Meststoffenwet, de CDM, voor het opstellen van een lijst wintergewassen. Daar zijn we blij mee, maar komt dat advies wel voor de definitieve goedkeuring van het zevende actieprogramma Nitraat, ervan uitgaand dat dat wordt goedgekeurd? En wordt de akkerbouwsector voldoende betrokken bij het opstellen en opstellen en uitwerken van het advies van de CDM? Wil de minister de Kamer op de hoogte houden van dit proces en van de uitkomsten? Voorzitter. Het is alweer enkele maanden geleden dat de SER met zijn aanbevelingen kwam voor een brede landbouwtafel om als hele keten met antwoorden te komen op de uitdagingen waar de landbouwsector voor staat. Wat de ChristenUnie-fractie betreft, moet die tafel er zo snel mogelijk komen om als keten gezamenlijk met een antwoord te komen op de vraag: hoe komen we tot een volhoudbare landbouw voor boer en natuur? Hoe staat het eigenlijk met de opzet voor zo'n landbouwtafel? Wat zijn de contouren? En wanneer wordt de Kamer daar verder over geïnformeerd? De SER noemt specifiek het ontbreken van productschappen als belemmerende factor voor een breed landbouwakkoord. Hoe zou deze lacune kunnen worden opgevuld? Hebben we een soort van coöperatieve agroautoriteiten nodig? Hoe kijkt de minister hiertegen aan? Voorzitter. Om goed voor de bodem te kunnen zorgen, moeten boeren zekerheid en langetermijnperspectief krijgen. Dat klonk vandaag al vaker. Dat begint bij de grond. Investeren in de bodem kan alleen maar als de grondeigenaren die hun grond verpachten, boeren ruimte bieden om te investeren en om deze investeringen terug te kunnen verdienen door langjarige contracten aan te bieden en boeren korting te geven bij duurzaam gebruik van de grond. Gelukkig beginnen steeds meer marktpartijen dat in te zien en te schuiven. Kijk bijvoorbeeld naar a.s.r., dat zich recent heeft aangesloten bij bestaande certificeringen die boeren korting geven bij duurzaam gebruik van de grond. Maar één dorpje houdt dapper stand tegen deze groene beweging; dat bedoel ik niet zo positief als het klinkt. Op zoek naar het laatste dubbeltje rendement, maakt deze organisatie nog op grote schaal gebruik van eenjarige pachtcontracten. Dat is het Rijksvastgoedbedrijf. Bij woon- en energiedebatten heb ik de staf al over deze rijksvastgoedmagnaat gebroken, en vandaag moet ik dat helaas opnieuw doen. Zo hoorde ik over een boer in Brabant die al bijna twintig jaar een stuk van het Rijksvastgoedbedrijf pacht, elk jaar met een verlenging voor alleen het jaar daarop. Hij zorgt goed voor de bodem en investeerde duizenden euro's in een nieuw drainagesysteem. En opeens lag er een brief op de mat waarin stond: "De pacht is verlopen. Het was telkens maar één jaar. We verpachten het vanaf nu aan de hoogste bieder. U mag meedoen, maar u hebt geen enkel extra recht op de grond." Juridisch mag het misschien kloppen, maar moreel natuurlijk niet. Het is natuurlijk een uiterst wrange en niet te verteren boodschap. Dit voorbeeld staat helaas niet op zichzelf. De overheid zou een voorbeeldfunctie moeten hebben, maar het Rijksvastgoedbedrijf lijkt niets te geven om boer of bodem. Laat ik er maar over ophouden, want als ik langer over deze praktijk doorspreek, word ik alleen maar boos. Maar duidelijk moet zijn dat het Rijksvastgoedbedrijf moet stoppen met het uitgeven van eenjarige pacht en dat het zich als spuit elf alsnog gaat aansluiten bij de groene voortrekkers. Kan de minister haar collega's Knops en Hoekstra hiertoe oproepen, zodat het echt gaat gebeuren? Corona is slecht nieuws geweest op heel veel vlakken voor heel veel sectoren. Gelukkig zijn er ook een paar lichtpunten. Eén lichtpuntje is dat veel mensen de rust, de ruimte en de tijd hebben gevonden om bewuster bezig te zijn met de herkomst van hun voedsel. Er werd op veel grotere schaal lokaal, direct bij de boer, een boodschap gedaan. Het aantal landwinkels is in een decennium gegroeid van 2.400 naar bijna 8.000 exemplaren, overal in Nederland. In de coronacrisis is hun omzet meer dan verdubbeld. Dat is nieuws om blij van te worden. Nu is het natuurlijk wel zaak dat we rechtstreeks bij de boer blijven kopen. Koop lokale waar, dan helpen we elkaar! Een betere verbinding tussen boeren en burgers, een betere prijs voor boeren, minder voedselkilometers en dus duurzamer voedsel: lokaal kopen bij de boer heeft ontzettend veel voordelen. We zijn dan ook blij met de inzet van de minister voor de Taskforce Korte Keten, die dit soort initiatieven ondersteunt. Collega Boswijk sprak hier ook al over. Ik heb hierbij nog een kleine aanvullende vraag. Deelt de minister dat het in de regionale voedselstrategieën om veel meer gaat dan alleen om korte ketens, en dat het bijvoorbeeld ook gaat om het verbinden van boer en burger op andere vlakken, om scholen die samenwerken met boeren of voedselbossen, om bewuster consumeren, dus volgens de seizoenen eten, en om duurzame lokale voedselproductie, naast alleen verkoop? Voorzitter. Ik sluit mijn bijdrage bijna traditiegetrouw af met de notie dat landbouw en natuur goed samengaan. Ze worden in ons eeuwenoude cultuurlandschap zelfs regelmatig één. We moeten zuinig zijn met de ruimte die we hebben en zuinig zijn op de mooie landbouw- en visserijsector in Nederland. We moeten beide niet zomaar laten wegstrepen voor zaken die op korte termijn waardevoller lijken maar dat uiteindelijk niet zijn. Er ligt een mooie toekomst voor de landbouwsector, als we die maar weten veilig te stellen. In deze toekomst komen oud en nieuw samen, net zoals Vavilov oeroude rassen gebruikte om een toekomst te geven aan Rusland. Oud als in de terugkeer van vlechtheggen, weidevogels, oude gewassen en dierenrassen. En nieuw als in voedselbossen. Als we het hebben over landbouw, natuur en voedselkwaliteit, is onze belangrijkste schat niet zilver of goud, maar de rijkdom en de variatie van de schepping en de mensen die deze mogen beheren. Dank u wel.

Versie a7f3a2179cce202c775994474ecd5b90cee67f87ddb953cafbdd72e59f659f22 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · a2ef5cf65d4d6eea

13 okt 2026 · edfb04bc136e2278

13 okt 2026 · 05bd1b90820c99b9

13 okt 2026 · 3c6fbcd1949224bb

13 okt 2026 · 380fe9d5bd594f0e

13 okt 2026 · 1f39677bf20f2b04

13 okt 2026 · 98382b49a29e5e27

13 okt 2026 · c9ec04a07e8a23b6

13 okt 2026 · 2ced2f83a063f474

13 okt 2026 · 1aea3459c3b14281

13 okt 2026 · 37b59cb35874ebe2

13 okt 2026 · 6e2d91b7b244f4e4

13 okt 2026 · 6e3bbd3f46a1c2e1

13 okt 2026 · a240b0eb8800a5c6

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.