statement · 10 sep 2025 · Tweede Kamer
Academische vrijheid
Brontekst
Mevrouw Rajkowski (VVD): Dank, voorzitter. Dit is mijn allereerste debat als woordvoerder OCW en dan gaat het meteen over zo'n belangrijk onderwerp als academische vrijheid. Het is een vrij breed begrip, maar ook de zuurstof van onze democratie. Verschillende liberale denkers, zoals John Stuart Mill en Thorbecke, benadrukten het al: vrijheid van denken en spreken is niet alleen een recht, maar ook een verantwoordelijkheid. Universiteiten en hogescholen zijn plekken waar die vrijheid in het onderwijs, maar ook het onderzoek, moet worden beleefd. Juist daar moet er ruimte zijn om tegen de tijdsgeest in te denken, om scherpe vragen te stellen en om onbevangen onderzoek te kunnen doen. Juist de vrijheid om tegen die heersende tijdsgeest in te kunnen denken, zorgt voor baanbrekende wetenschap. Dat is goed voor onze universiteit, voor onze samenleving, maar ook voor onze welvaart; daarom zal de VVD deze vrijheid altijd verdedigen. Voorzitter. Die vrijheid staat wel steeds meer onder druk. We zien relschoppers die gebouwen bezetten en vernielen, docenten en studenten die bedreigd worden en onderzoekers die niet meer veilig hun werk kunnen doen en soms zelfs thuis bedreigd worden. Sociale en fysieke veiligheid zijn geen randzaken, maar echt een voorwaarde om ook die academische vrijheid überhaupt mogelijk te maken. Een student die niet durft te komen of een docent die zich geïntimideerd voelt, kan geen volwaardig deel uitmaken van de academische gemeenschap. Als ik over de grens kijk, iets verder weg, in bijvoorbeeld Amerika, dan zie ik een mooi stuk van de Chicago Principles waarin zij laten zien hoe je academische vrijheid en regels van fatsoen in balans kan houden. Alles mag gezegd en onderzocht worden, behalve wanneer het onwettig is of wanneer het de orde fundamenteel verstoort. Dit zijn volgens mij ook beginselen die we hier in Nederland steviger met elkaar moeten gaan verankeren. Vanuit de VVD zeg ik dat wij ons niet bemoeien met de inhoud van het onderzoek of het onderwijs — daar zijn capabele bestuurders voor nodig — maar dat wij wel eisen mogen stellen aan de randvoorwaarden om die academische vrijheid zo goed mogelijk te beschermen. Voorzitter. Dan wil ik het nog over sociale veiligheid hebben. We zien een toename in polarisatie en onwil om andere meningen te horen. En hoe erg we daar soms ook zelf een mening over hebben, misschien ikzelf ook persoonlijk, moet de verantwoordelijkheid wel liggen waar die hoort, namelijk bij het bestuur van een onderwijsinstelling. Die instelling moet zorgen voor degelijke opleidingen, aansluiting op de arbeidsmarkt et cetera. Pas als dit uit de hand loopt, zou de minister of een toezichthouder in moeten grijpen. De minister zou bijvoorbeeld in moeten kunnen grijpen op het moment dat dit echt te ver gaat, dus als het onderwijs niet door kan gaan, eigendom vernield wordt et cetera. Bij zeer ernstige veiligheidsproblemen zou de minister dus misschien zelfs bestuurders weg moeten kunnen sturen. Graag hoor ik een reactie van de minister hierop. Voorzitter. Dan wil ik het nog hebben over de bedreiging van wetenschappers. Voor de VVD is het ook onbestaanbaar dat dit gebeurt. Welke extra maatregelen zijn er de afgelopen jaren genomen om te bewerkstelligen dat wetenschappers vrij en veilig hun werk kunnen doen? Sinds corona zien we zelfs dat wetenschappers thuis bedreigd worden. De VVD vraagt zich af of het ook mogelijk is om in gesprek te gaan met instellingen, om te kijken hoe wetenschappers nog beter beschermd kunnen worden. Dit is niet alleen belangrijk voor de academische vrijheid, maar dus ook een taak en verantwoordelijkheid als werkgever. Voorzitter. Als laatste kom ik bij huisregels en fysieke veiligheid. Verschillende experts hebben in de rondetafel aangegeven dat zij bestuurder zijn en geen handhavingsinstantie. Dat begrijp ik uiteraard, maar dat moet niet betekenen dat er niet wordt ingegrepen of dat ze niet weten hoe ze moeten ingrijpen als het misgaat. Mijn collega Martens heeft eerder al gevraagd om het instellen van een escalatieladder. Kan de minister de stand van zaken hierop met ons delen? Mijn collega Martens heeft samen met de heer Eerdmans een motie ingediend over het opstellen van een eenduidig veiligheidsprotocol. Wat is de status hiervan? Zou bijvoorbeeld de onderwijsinspectie een expliciete rol kunnen krijgen om te toetsen of instellingen hun sociale en fysieke veiligheid op orde hebben? Voorzitter, afrondend. Academische vrijheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Iedereen heeft een zorgplicht: universiteiten, studenten, docenten, bestuurders, maar ook de politiek. Alleen als wij die zorgplicht invullen, kunnen we de universiteiten laten doen waarvoor ze bedoeld zijn: een plek zijn van vrij debat en vrij denken, met scherpe botsing van ideeën, maar altijd binnen een veilige omgeving. De VVD zal daar altijd pal voor staan, want een vrije en veilige universiteit betekent ook een sterke democratie. Excuus. Ik ben iets uit de tijd gelopen.
Versie 52601864835033727af972b77d86326941ff05a9c6dfc97afdebcbcffadbfcab · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.