KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 sep 2025 · Tweede Kamer

Academische vrijheid

Brontekst

De heer Paternotte (D66): Voorzitter, dank. Felicitaties aan de minister en welkom in deze commissie. Ik wil ook nog even minister Bruins bedanken, die drie weken geleden ineens is verdwenen. Ik heb volgens mij bakken kritiek op hem gehad, maar ik wil hem danken voor zijn inzet voor het onderwijs en de wetenschap. Ik wil ook even vaststellen dat minister Bruins als het erop aankwam altijd wel ging staan voor de academische vrijheid en voor de instellingen op het moment dat er heel veel kritiek op hen was. Dat is goed. Ik hoop dat deze minister die lijn wil doorzetten, want er komt vanuit de politiek nog weleens commentaar dat echt zo ver gaat als je bemoeien met wat er in de collegezaal gebeurt of als bepalen met welke universiteiten je wel of niet zou mogen samenwerken. Daar moeten we echt heel voorzichtig mee zijn, want het gaat om de veiligheid van Joodse studenten. Het gaat om demonstratievrijheid, een heel belangrijke vrijheid in Nederland. Artikel 9 van de Grondwet bepaalt dat je mag demonstreren. Er staat nergens in dat artikel of in de Wet openbare manifestaties dat je niet op een universiteit zou mogen demonstreren. Dat hier desondanks door de grootste partij in het parlement wordt voorgesteld om dat wel te gaan verbieden, vind ik totaal bizar. Ik hoop dat de minister daar ook vol afstand van neemt. Voorzitter. Soms is een demonstratie vreedzaam, maar als idioten in bivakmutsen binnenkomen om de boel kort en klein te slaan, moet je daar natuurlijk op handhaven. Ik wil de minister vragen instellingen daarmee te helpen. Zij geven bij mij aan dat ze heel vaak aangifte hebben willen doen, soms ook tegen studenten of zelfs medewerkers die zich niet aan de regels houden, maar dan van het OM horen dat het wel heel erg ingewikkeld is en dat het OM geen tijd heeft om dat op te pakken. Dat maakt het nog een stukje lastiger om kritiek te uiten op instellingen die echt hun best doen om een norm te stellen. Ondertussen zien we dat het risico dat de academische vrijheid wordt beknot steeds groter wordt. Dat is niet alleen zo in Hongarije, Polen en Slowakije, landen waar we het vaak over hebben. Wat in Amerika gebeurt, is natuurlijk echt bij de beesten af. De conservatieve cancelcultuur houdt nu in dat woorden verboden worden, dat onderzoek verboden wordt en dat vanuit de overheid op universiteiten gedrukt wordt om mensen te ontslaan en onderzoek stil te zetten, met uitstraling naar Nederland, zoals we hier net ook al hoorden, waar wetenschappers ineens vragenlijsten moeten beantwoorden en bedrijven onder druk werden gezet om diversiteitsbeleid te stoppen. Wat kunnen wij nou in zo'n situatie doen? Dat is gaan staan voor die instellingen en proberen hen te helpen. We moeten ervoor zorgen dat wij niet een fout maken en ineens de afstand tussen politiek, media en academie groot genoeg houden. We kunnen ook zeggen dat Nederland een centrum van academische vrijheid wil zijn. In het verleden is Nederland heel vaak een plek geweest waar onderzoekers en kunstenaars naartoe kwamen, omdat er zo weinig plekken in de wereld waren waar die vrijheid bestond. Twintig jaar geleden was het nog zo dat de helft van de onderzoekers werkte op een plek met academische vrijheid. Inmiddels is dat één op drie. De vrijheid neemt dus af. Laten we Nederland nou neerzetten als een plek waar het wél kan, waar die vrijheid wél bestaat. Dan moet je alleen wel investeren in de wetenschap, want nu zijn er enorme bezuinigingen. We zien dat 70% van de lectoren op hogescholen aangeeft dat de bezuinigingen negatieve effecten hebben op hun onderzoek. Startersbeurzen gaan weg. Steeds meer onderzoekers moeten om steeds minder onderzoeksmiddelen strijden. We creëren in de wetenschap een soort Hunger Games. Dat maakt mensen ook nog eens meer afhankelijk van buitenlandse financiering, terwijl wij weten dat dat ook slecht is voor de academische vrijheid. Ik zou de minister willen vragen of we niet een voorbeeld zouden moeten nemen aan wat onze buurlanden doen. Duitsland wil 1.000 Amerikaanse wetenschappers naar het Max Planck Instituut halen. Frankrijk heeft zelfs 600 miljoen euro uitgetrokken voor het aantrekken van internationaal talent in reactie op de maatregelen van Trump. Die landen hebben een enorme ambitie om ervoor te zorgen dat wij juist een sterkere wetenschap krijgen, terwijl die aan de overkant van de oceaan onder druk staat. Wat doet Nederland? De vorige minister heeft 50 miljoen euro verschoven van het ene wetenschapsgeld naar het andere. Dat is niet alleen heel weinig, maar het is ook nog eens vestzak-broekzak. Wat is nou echt de ambitie van deze minister? Moeten we er niet voor zorgen dat Nederland het Harvard aan de Noordzee wordt? Moeten we niet iets leren van wat onze buurlanden en ervoor zorgen dat we ook niet op achterstand komen, omdat dat slecht is voor onze economie. Wat is hier nou de concrete ambitie? Wat gebeurt er nou eigenlijk? Is de minister bereid om veel meer te gaan doen om ervoor te zorgen dat Nederland wetenschappers van de overkant van de oceaan, die twijfelen of ze daar moeten blijven, hiernaartoe kan halen. Voorzitter, ik zie dat ik 17 seconden over de tijd ben, dus ik besluit mijn betoog.

Versie 52601864835033727af972b77d86326941ff05a9c6dfc97afdebcbcffadbfcab · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 74a7276dd1e2d426

13 okt 2026 · bbeeb4cf2bb36b20

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.